Hoger onderwijs De hogescholen aan de randen van het land vrezen een teruglopend aantal studenten en dus minder geld. Ze hopen op steun van een nieuw kabinet. „Dit kan niet eeuwig doorgaan.”
De financiering van het hbo moet veranderen om te voorkomen dat hogescholen aan de rand van het land en de welvaart in hun regio’s een flinke knauw krijgen. Dat betogen negen hogescholen aan de grenzen van het land, van Groningen tot Limburg, en de Vereniging Hogescholen in een brief aan demissionair minister van Onderwijs Robbert Dijkgraaf (D66) en de fractievoorzitters en onderwijswoordvoerders in de Eerste en Tweede Kamer. Zij spreken over een „verschralingsspiraal” die moet stoppen.
De financiering van het hbo bestaat op dit moment voor 20 procent uit een vast bedrag en wordt voor 80 procent bepaald door de studentenaantallen. Die staan onder druk in de grensregio’s. In sommige streken zoals de Achterhoek is zelfs sprake van dertig procent minder jongeren dan voorheen. Dat leidt al tot een terugloop in de studentenaantallen en die beweging wordt nog eens versterkt door de toegenomen neiging om voor een universitaire opleiding te kiezen.
„Kleinere opleidingen zijn daardoor eigenlijk niet te betalen”, zegt Anka Mulder, voorzitter van het college van bestuur van de Saxion Hogeschool. „Uit kostenoverwegingen zou je ze dan eigenlijk moeten sluiten, maar bij ons gaat het bijvoorbeeld om civiele techniek en elektrotechniek, cruciaal voor het bedrijfsleven. Dus houden we ze overeind met geld dat we weghalen bij opleidingen met meer studenten zoals commerciële economie en toegepaste psychologie. Maar dat kan niet eeuwig doorgaan.”
De hogescholen wijzen erop dat sluiting van bepaalde opleidingen betekent dat studenten hetzelfde aanbod elders gaan zoeken. Een flink deel van hen is dan voorgoed verloren voor de regio. En volgens Barbara Oomen, voorzitter van het college van bestuur van de Hogeschool Zeeland, gaat het negatieve effect verder: „Wij hebben maar twintig studenten communicatie, maar zijn misschien ook wel door die kleinschaligheid in vergelijkend onderzoek aangemerkt als topopleiding. Als we stoppen met communicatie, kunnen de communicatiebureaus in Zeeland moeilijker mensen krijgen en trekken ze mogelijk weg naar bijvoorbeeld het westen van Brabant met weer allerlei kwalijke gevolgen voor de Zeeuwse economie.”
De hogescholen wijzen in hun brief op de spilfunctie die ze vervullen in hun regio’s. Soms zijn ze daar de enige instelling op het gebied van hoger onderwijs. Oomen: „Hogescholen doen onder meer via hun lectoraten steeds meer, heel praktijkgericht onderzoek met een sterke link naar hun streek. De overtuiging is ook dat veel van de crises in dit land zullen moeten worden opgelost in de regio. Vergeet ook niet dat hogescholen vaak degenen zijn die bedrijven, instellingen en organisaties bij elkaar brengen en daarmee een cruciale rol spelen bij tal van initiatieven. Voor die rol als vliegwiel krijgen we nu helemaal niets.”
De hogescholen doen hun oproep, omdat tijdens de formatie het beleid voor de komende jaren ter tafel komt en omdat aanstaande maandag de onderwijscommissie van de Tweede Kamer vergadert over de financiering van het hoger onderwijs. Ze stellen voor de verhouding tussen het vaste en variabele deel van de financiering te veranderen. En ze willen graag meer geld voor praktijkgericht onderzoek.
Met hun pleidooi sluiten de hogescholen aan bij het een jaar geleden verschenen rapport Elke regio telt. Daarin constateerden drie prominente adviesraden van de regering dat in de afgelopen jaren onevenredig veel geld naar ontwikkelingen in de Randstad en Brainport Eindhoven is gegaan en niet naar andere delen van het land. De conclusie daarbij was dat het beleid en de investeringsbeslissingen van de overheid op de schop moeten om die verhouding recht te trekken.
Mulder is hoopvol dat er iets verandert: „In de zes jaar dat ik deze functie bij Saxion bekleed, heb ik de regio iets meer aandacht zien krijgen. Je ziet het ook terugkomen in de verkiezingsprogramma’s van veel politieke partijen. Nu komt het aan op de concrete uitwerking.”
Source: NRC