De verpleegkundige die tijdens de coronapandemie in het Wilhelmina Ziekenhuis in Assen het leven van een twintigtal patiënten voortijdig zou hebben beëindigd, wordt niet langer vervolgd. Justitie seponeert de zaak vanwege een een gebrek aan bewijs, meldt het Openbaar Ministerie in Noord-Nederland.
De toen 30-jarige verpleegkundige werd vorig jaar aangehouden. Zijn daden zou hij zelf hebben opgebiecht aan hulpverleners van GGZ Drenthe. Hij zou beademingsapparaten hebben uitgezet, en zonder instructie van een arts hogere doseringen morfine hebben toegediend. Volgens de verpleegkundige zouden de patiënten terminaal zijn geweest en in zijn ogen ernstig lijden.
Vanwege de ernst van de feiten besloot de zorginstelling het beroepsgeheim te doorbreken en het ziekenhuis in te lichten. Het ziekenhuis deed vervolgens aangifte. Tijdens verhoren ontkende de verpleegkundige echter strafbare feiten te hebben gepleegd.
Over de auteur
Jurre van den Berg is regioverslaggever van de Volkskrant in Noord-Nederland.
Ondanks uitgebreid strafrechtelijk onderzoek heeft het OM onvoldoende bewijs om vast te kunnen stellen dat de voormalige verpleegkundige daadwerkelijk strafbare handelingen heeft gepleegd. De zaak zal daarom niet voor de rechter worden gebracht. De man is niet langer verdachte.
‘Het onderzoek is complex gebleken’, meldt het OM in een persbericht. Hoewel de verpleegkundige vrij specifiek uitlatingen heeft gedaan over zijn handelen, en deze uitlatingen meerdere malen heeft herhaald, heeft hij geen concrete patiënten beschreven. ‘Het betrof dus een onderzoek naar onbekende, mogelijke slachtoffers die bovendien al geruime tijd overleden waren.’
Het toedienen van morfine en het reguleren van zuurstof waren bovendien normale medische handelingen op de longafdeling ten tijde van de coronapandemie. De beoordeling door deskundigen van medische dossiers van patiënten die zijn overleden tijdens een dienst waarin de verpleegkundige werkzaam was of kort daarna, leverde ook geen opvallende zaken op.
Justitie heeft bij de rechtbank tot twee keer toe gevraagd om verslagen van de gesprekken die de verpleegkundige voerde met een praktijkondersteuner bij een huisartspraktijk en bij de GGZ-instelling. Dit verzoek is in beide gevallen afgewezen, omdat de rechtbank oordeelde dat het beroepsgeheim zwaarder moest wegen dan het concrete belang voor het onderzoek. Bovendien, stelt het OM: ‘Een veroordeling kan volgens de wet nooit enkel worden gebaseerd op iemands eigen uitlatingen.’
Politie en OM beseffen dat het onderzoek een grote impact heeft gehad op de nabestaanden. ‘Hoewel voor een deel van hen niet alle onzekerheid weg kan worden weggenomen, benadrukken de officieren van justitie dat in geen van de onderzochte overlijdens concrete aanwijzingen zijn verkregen voor strafbaar handelen van de verpleegkundige.’
Volgens zijn Advocaat Tjalling van der Goot past de beslissing van het OM bij de van meet af ontkennende houding van zijn de verpleegkundige. ‘Cliënt is blij dat nu een streep onder de strafzaak kan worden gezet.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant