Ofschoon ik bijzonder veel waarde hecht aan onze rechtsstaat en het vervelend zou vinden als deze wordt afgebroken, verlang ik op zwakke momenten geregeld naar een rechter die zijn Wetboek van Strafrecht een dagje terzijde schuift en Johan Derksen veroordeelt tot vier dagen opsluiting in het hok van een bronstige grizzlybeer.
Gelukkig zijn ’s lands rechters oneindig veel wijzer dan ik en laten ze Derksen met rust. Om te onderbouwen waarom dat verstandig is, neem ik u deze vrijdagochtend graag mee naar de maanloze nacht van 21 juli in het jaar 356 voor Christus. Naar Efeze om precies te zijn, een antieke stad in het huidige Turkije, waar we een man zien op de trappen van de befaamde Artemis-tempel, een van de zeven antieke wereldwonderen en eerlijk gezegd ook de mooiste van de zeven.
Over de auteur
Jarl van der Ploeg is journalist en columnist voor de Volkskrant. Hij werkte eerder als correspondent in Italië.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
De man heet Herostratos, iemand die zeker weet dat hij speciaal is, maar helaas het droeve talent bezit nergens in uit te blinken. Zijn leven lang vecht hij tegen het prozaïsche door zich te bekwamen in de sport en het schrijven, maar niets bezorgt hem de aandacht die nodig is om zijn volledige ijdelheid te blussen.
Bijna geeft hij het op, tot hij op een nacht zwetend wakker wordt en beseft: ik hoef helemaal niets moois op te bouwen, ik kan ook gewoon iets afbreken. En dus beklimt hij nog diezelfde nacht de trappen van de Artemis-tempel, wurmt zich tussen de met goud versierde sculpturen van Polykleitos en Phidias naar binnen, en steekt daar de hele boel in de hens.
Later die nacht biecht hij vanaf de pijnbank de waarheid op: de enige reden om het mooiste gebouw ter wereld te verwoesten, was de eeuwige roem die hij ervoor terugkreeg. Zodra de machthebbers dat motief horen, verbieden ze zijn naam ooit nog te noemen, maar het is dan al te laat. Inmiddels staat zijn verhaal in alle encyclopedieën ter wereld en is er zelfs een psychische aandoening naar hem vernoemd.
En dat brengt mij terug bij Derksen. Want hoewel hij, als ik de duiding van afgelopen dagen moet geloven, verantwoordelijk is voor ongeveer 40 procent van alle racistische incidenten in Nederland, 60 procent van de aanrandingen en plusminus 80 procent van alle PVV-zetels, wil ik op deze plek toch vooral oproepen tot mededogen. We hebben hier namelijk te maken met een patiënt.
Het ‘syndroom van Herostratos’ is volgens bedenker Albert Borowitz van toepassing op mensen met ‘een verlangen naar een zo langdurige en wijdverbreide bekendheid als mogelijk’. In hun pogingen deze pathologische zucht naar faam te bevredigen, plegen zij ‘schokkende daden’ met als enig doel ‘het veroorzaken van collectieve verontwaardiging’.
Gelooft u het niet? Kijk dan vooral de uitzending van woensdagavond terug. Zodra het over zijn racistische opmerking gaat, oogt Derksen gelukkig, omdat hij de blik van de natie op zich weet. Maar als het gesprek even later richting de formatie verschuift en zelfs inhoudelijk dreigt te worden, maakt de twinkeling in zijn ogen duidelijk plaats voor dofheid.
Straks merken ze dat ik eigenlijk talentloos ben, zie je de Herostratos-lijer denken, waarna hij vanuit het niets aan een anekdote begint over hoe hij eerder op de dag bij het poepen ‘zijn darm eruit geperst’ had.
De politicus naast hem schudt haar hoofd, de camera’s bewegen weer gedwee zijn kant op en glunderend oreert Derksen verder. ‘Het was een mooie drol, maar ik had pijn in mijn pens, jongen. Niet te geloven!’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant