Welgestelde gepensioneerden hebben het afgelopen decennium relatief flink aan koopkracht ingeboet. Dat blijkt uit onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Leeftijdsgenoten met minder aanvullend inkomen gingen er juist op vooruit.
Wie met pensioen is, heeft doorgaans weinig invloed meer op zijn of haar inkomen. De koopkrachtontwikkeling van deze mensen is sterk afhankelijk van overheidsmaatregelen en pensioenfondsen. Zeker in perioden van economische groei gaan werkenden er vaak harder op vooruit.
Met name mensen met een hoog aanvullend pensioen merkten in hun portemonnee dat fondsen tot vorig jaar pensioenen amper verhoogden. Bij gepensioneerden met meer dan 3.000 euro extra daalde de koopkracht tussen 2011 en 2022 met bijna 11 procent. Hun absolute inkomen steeg wel. Gepensioneerden met minder inkomsten zagen hun koopkracht juist stijgen, met name door de recente energiesteun van de overheid.
Inmiddels zijn de financiƫle ramingen ook voor rijkere gepensioneerden wat gunstiger. Begin 2023 indexeerden namelijk meerdere pensioenfondsen hun uitkeringen. Omdat het CBS nog geen definitieve cijfers over 2023 heeft, zijn de gevolgen daarvan in de statistieken nog niet te zien.
De doorsnee koopkracht lag in 2022 bijna 60 procent hoger dan 45 jaar eerder. In die periode kwam het slechts twee keer voor dat de doorsnee koopkracht meerdere jaren achtereen daalde. De grootste stijging van de koopkracht vond plaats kort na de millenniumwisseling: 6,3 procent in 2001.
De laatste decennia gingen met name gezinnen met kinderen er flink op vooruit. Volgens het CBS zijn Nederlanders vooral kapitaalkrachtiger geworden omdat vrouwen steeds meer werken en daardoor meer geld in het laatje brengen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant