Hij werd plotseling de spil van een debat over hoe een Fries er eigenlijk uitziet, terwijl uitgerekend Kamerlid Habtamu de Hoop (GroenLinks-PvdA) zo weinig ruimte laat voor twijfel over waar zijn hart ligt.
Johan Derksen zat er zowaar even bedremmeld bij, in de studio van Vandaag Inside. Voormalig SP-leider Lilian Marijnissen confronteerde hem woensdagavond met zijn frontale aanval van de dag daarvoor op Habtamu de Hoop, het GroenLinks-PvdA-Kamerlid dat volgens Derksen geen recht van spreken had over de promotie van de Friese taal. ‘Die jongen is altijd trots als een Fries’, wierp Marijnissen hem voor de voeten. ‘Ik begrijp werkelijk niet waarom jij dat zegt.’
Excuses kon ze uiteraard op haar buik schrijven, dat zou een te grote stijlbreuk zijn, maar Derksen hield dit keer toch ook niet erg overtuigend vol dat hij nog achter zijn woorden stond. ‘Daar stond voor mij gewoon een Afrikaanse jongen de Friese taal te promoten. Ik weet nu wat zijn achtergrond is. Ik weet niet of ik het dan wel of niet gezegd had, maar dat had je dan wel meegewogen.’
Over de auteur
Raoul du Pré is chef van de politieke redactie van de Volkskrant.
Volg alles over de kabinetsformatie hier.
Op de schaal van Derksen is dat van een ongekende nederigheid, slechts te verklaren uit het feit dat het ook hem niet zal zijn ontgaan dat hij er dit keer opeens wel erg alleen voor stond. Progressief Nederland op de kast krijgen, is een pijler van het verdienmodel van de show, maar als ook het rechterdeel in het geweer komt, is er meer aan de hand.
En dat is wat er deze week gebeurde, toen zelfs PVV’ers als voormalig Kamerlid Harm Beertema lieten weten dat de grens van de kleedkamergein nu toch wel gepasseerd was: ‘Habtamu spreekt Fries, hij ademt Fries, hij deelt de Friese cultuur zoals geen enkele andere Fries die ik ken. Wat is hij dus? Een trotse Fries. En verder valt er weinig over te zeggen, behalve dat Vandaag Inside hier de bodem wel heeft geraakt.’
Beertema was de afgelopen jaren getuige van de vele gelegenheden die De Hoop in de Kamer aangreep om zijn liefde voor zijn heitelân uit te dragen. Dat begon op 22 april 2021 in zijn maidenspeech, niet lang nadat De Hoop op 21-jarige leeftijd door de PvdA als grote belofte naar Den Haag was gehaald. Hij vertelde hoe hij als baby door zijn moeder te vondeling werd gelegd in een cafeetje in Addis Abeba, de hoofdstad van Ethiopië. ‘Een paar weken later werd ik geadopteerd door mijn Frieske heit en mem.’
Opgroeien deed hij op de ouderlijke boerderij in Wommels, tussen de koeien en de schapen, waar hij voor zijn dorpsgenoten al snel ‘Happie’ werd. Hij voetbalt er nog met zijn jeugdvrienden en heeft er inmiddels zelf een huis heeft gekocht met zijn vriendin. ‘Hier voel ik me thuis.’
Omroep Friesland ontdekte De Hoop jaren geleden al als lokale held, met een grote liefde voor de kaatssport, die bovendien uitstekend uit zijn woorden komt en het goed doet op het scherm: al op zijn 13de gaf hij kaatsles op de provinciale zender en hij was pas 20 toen hij landelijk ging, als een van de presentatoren van jeugdprogramma Het klokhuis. ‘Daar leerde ik ingewikkelde materie simpel uit te leggen’, zegt hij er zelf over.
Intussen combineerde hij dat talent met een beginnende politieke carrière: in 2018 werd hij voor de PvdA het jongste raadslid in Súdwest-Fryslân en in die hoedanigheid naar eigen zeggen ‘de eerste Friese politicus’ die zich uitsprak tegen Zwarte Piet, bij een Black Lives Matter-demonstratie in Leeuwarden. ‘Mijn fractie was het er niet mee eens dat ik ging’, zei hij er later over in NRC, maar hij liet zich niet tegenhouden. ‘Kinderen worden hierdoor van jongs af aan buitengesloten en daardoor is 5 december voor veel kinderen een klotedag.’
De PvdA zag landelijke potentie en haalde hem naar het Binnenhof. Daar bewandelt hij sinds 2021 de weg van de meeste beginnende Kamerleden: rustig beginnen, nog niet al te prominent in beeld, maar sinds de verkiezingen van november soms al wel in de politieke voorhoede. Zoals vorige maand, toen hij samen met Pieter Omtzigts NSC het spraakmakende initiatiefwetsvoorstel indiende om provincies weer de kans te geven om hun eigen vervoersbedrijven op te richten.
En dus ook, al enkele keren, met moties om de Friese taal te promoten. Vandaar dat hij zo blij was toen het demissionaire kabinet deze week 18 miljoen euro vrijmaakte om de komende vijf jaar de positie van het Fries te versterken. Dat is onder meer bedoeld voor het taalonderwijs op het mbo, voor een universitaire bachelor Fries en voor een nieuwe minor Friestalige journalistiek, opdat Friese media in de toekomst makkelijker aan Friessprekende journalisten kunnen komen.
‘Ontzettend belangrijk’, noemde De Hoop dat taaloffensief in een reactie op NPO Radio 1. ‘Mensen hechten er ongekend veel waarde aan.’ Hij zelf niet in de laatste plaats. ‘Het is de taal waarbij ik me thuis voel, waarin ik me uitdruk, waar mijn gevoel in zit.’
‘It is tige wichtich dat wy yn Fryslân Frysk prate’, zei hij erbij, achteloos demonstrerend dat hij zelf die taallessen niet nodig heeft. Maar dat zal zelfs voor Johan Derksen nu wel duidelijk zijn.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant