Home

Opinie: Bij demissionair regeren is het de kunst om koers te houden

Al is de formatie nog gaande, élk kabinet moet beseffen dat de grote vraagstukken, zoals ‘bescherming en verbetering van het leefmilieu’, nooit demissionair worden of politiek uitruilbaar zijn.

Welke kabinetten er wanneer ook gaan komen, ze zullen veel verder dan één kabinetsperiode vooruit moeten kijken. Dat is nodig voor een effectieve en consistente aanpak van de langetermijnopgaven die met name voor jonge en toekomstige generaties van vitaal belang zijn.

Het oordeel van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens dat landen hun klimaatbeleid in lijn moeten brengen en houden met internationale klimaatafspraken heeft dat nog eens onderstreept. Ook pleidooien van buitenlanddeskundigen en vanuit het bedrijfsleven voor voorspelbaar en stabiel beleid vragen om een langetermijngerichte aanpak.

Over de auteur
André Knottnerus, oud-voorzitter Gezondheidsraad en WRR.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Langetermijnbeleid is echter niet gemakkelijk in tijden van polarisatie en kortetermijnbeloften, waarin onderwerpen als klimaatbeleid en natuurherstel ruilobjecten lijken te worden in politieke onderhandelingen. Het steeds vaker en langer demissionair regeren (sinds begin 2021 al meer dan de helft van de tijd), met wegzakkende kabinetsambities, is daarbij een extra risicofactor.

Vooral ook als regeringspartijen tegen eerder door hen gesteund langetermijnbeleid gaan stemmen, terwijl het bij steeds meer demissionair regeren juist de uitdaging is om koers te houden. Met het oog op internationale geloofwaardigheid, maar ook omdat grondwettelijke verplichtingen zoals ‘bescherming en verbetering van het leefmilieu’ nooit demissionair worden.

Onvrede

Daarbij moeten we ons realiseren dat – zoals steeds meer bevestigd door parlementaire enquêtes en onafhankelijke evaluaties – veel van het tot maatschappelijke onvrede leidend overheidsfalen juist te maken had met het onvoldoende of te laat oppakken van goed onderbouwde, langetermijngerichte adviezen en waarschuwingen.

Denk, behalve aan klimaatrisico’s en noodlijdende natuur, ook aan de toeslagenproblematiek, de Groningse aardbevingen, tekorten in de zorg, internationale dreigingen, en aan armoede en conflictgerelateerde migratiestromen.

Hoe kan dit beter? In elk geval niet door grote opgaven als klimaatbeheersing, verduurzaming, het oplossen van knelpunten in de zorg, en internationale veiligheid los te laten of te vertragen. Ze moeten juist sterker worden aangevat, beter worden volgehouden, en uiteindelijk worden volbracht.

Samenhang

Akkoorden op hoofdlijnen, hoezeer ook het overwegen waard, kunnen daarbij alleen succesvol zijn als ze zich niet beperken tot politieke wensen maar geloofwaardige, oplossingsgerichte afspraken bevatten. Daarin moet ook de samenhang der dingen en de verbinding tussen korte- en langetermijndoelen tot uiting komen.

Want, bijvoorbeeld, het leggen van de relatie tussen voedsel- en klimaatbeleid is essentieel om te komen tot een duurzame, toekomstbestendige landbouw. En als niet wordt ingezien dat investeren in preventie en zorg uiteindelijk brede maatschappelijke en economische meerwaarde oplevert, lopen we vast in steeds grotere zorgtekorten.

Hier ligt al met al een doorlopende verantwoordelijkheid voor álle komende kabinetten en de telkens weer anders samengestelde Tweede Kamer. Daarom zouden zij er goed aan doen om meer te werken met langetermijnakkoorden, als breed gedragen routekaarten voor de toekomst. Een recent voorbeeld is het 10-jaarsakkoord over steun aan Oekraïne.

Akkoorden

Zoals ook oud-informateur Kim Putters benadrukte, werden dergelijke akkoorden al aanbevolen door de Staatscommissie-Remkes (2018) voor onderwerpen als defensie, klimaatbeleid en fysieke infrastructuur. Voor consistente uitvoering daarvan zou een qua bevoegdheden versterkt ‘Deltacommisssarismodel’ op meerdere beleidsterreinen kunnen helpen. Daarbij is voortgaande investering in onderzoek en ontwikkeling essentieel, want gedegen langetermijnbeleid vereist veel wetenschappelijke kennis en innovatie.

Daarnaast kan de ‘generatietoets’ behulpzaam zijn om inzichtelijk te maken hoe voorgenomen beleid gaat uitpakken voor verschillende generaties. Ook kan standaard getoetst worden of voorgenomen kortetermijnbeleid al dan niet in lijn is met cruciale langetermijndoelen, en beoordeeld worden wat in dat opzicht de beste keuzes zijn.

Ambtseed

Voor effectief langetermijngericht beleid is ook een goede balans nodig tussen partijgebonden coalitiepolitiek en een onpartijdige, voor de nodige continuïteit zorgende overheid, die vooral door rijksambtenaren moet worden waargemaakt. Daarbij biedt de nieuwe ambtseed die zich richt op het dienen van ‘het algemeen belang voor onze samenleving’, en dus niet van een bepaalde politieke coalitie, belangrijk houvast.

Die balans kan bovendien verstevigd worden door inbreng vanuit maatschappelijke organisaties en burgerinitiatieven, in lijn met wat Putters voorstelde. Floor Ziegler en Teun Gautier lieten onlangs zien hoezeer dat bijdraagt aan maatschappelijke verbinding. Dat kan ook helpen om niet in verder gepolariseerde situaties te raken zoals we die zien in de VS, waar stappen vooruit op het gebied van klimaat en gezondheidszorg na verkiezingen maar al te vaak weer zijn teruggeschroefd.

Laten we, tot slot, niet vergeten dat de ruggengraat van goed langetermijnbeleid wordt gevormd door stabiele rechtsstatelijke beginselen. Scherpere toetsing van wetgeving daarop is dus mede om die reden verstandig, ook afgaand op wat geleerd is van overheidsfalen.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next