Home

In het spoor van de wolf: gaat Nederland de Canis lupus lupus ooit koesteren?

De wolf is volop aanwezig in het maatschappelijk debat, zelfs tot in de Tweede Kamer. Oud-boswachter André Donker is optimistisch over de toekomst van de ‘toppredator’ in Nederland. Maar of hij tegenstanders weet te overtuigen, is de vraag.

In de regen houdt oud-boswachter en wolvenkenner André Donker stil op een hoger gelegen stuk van de Veluwe. Hij is aangekomen op de plek waar hij in het voorjaar van 2019 een langgekoesterd moment beleefde. Hier op de heide was het, dat hij voor het eerst in Nederland een wolf zag.

Toen na het afbreken van het IJzeren Gordijn de weg vrij lag, wachtte Donker (60) het grootste deel van zijn werkende leven tot het dier dan eindelijk de overtocht vanuit Oost-Europa zou maken. Drie decennia later, toen Donker na 36,5 jaar net zijn carrière bij Natuurmonumenten had beëindigd, was het zover. Door zijn kijker zag hij die ‘fascinerende’ Canis lupus lupus.

Na 150 jaar afwezigheid hervestigde deze wolvensoort zich in 2018 in Nederland. Een jaar later volgde op de Veluwe de eerste welpen. Inmiddels zijn er verspreid over negen roedels tientallen wolven in Nederland.

Over de auteur
Pieter Hotse Smit is regioverslaggever van de Volkskrant in Oost-Nederland.

Na zijn boswachterschap ging Donker lezingen geven over de teruggekeerde wolf. Over het nut van het dier voor ecosystemen en over hoe de mens zich tot deze toppredator verhoudt. Zijn bevindingen heeft hij samengebracht in het boek Wolf & maatschappij.

Naar eigen zeggen een ‘neutraal’ werk. Maar na lezing beklijft toch het gevoel dat we hier van doen hebben met een fan, iemand die voor ‘rewilding’ is en beredeneert dat wolven een warm welkom verdienen.

Trek Donkers neutraliteit in twijfel, en hij stopt onmiddellijk langs de bosrand bij het Veluwse dorp Uddel. ‘Het bejagen van de wolf is nabij’, zegt hij dan resoluut. ‘Hoor je dat andere voorstander van de wolf zeggen? Alsjeblieft: ik zeg dat wel.’

Wolf in woonwijk

De wolf is weer volop in het nieuws. Vorige week liep er in het Drentse Eelde een door een woonwijk. Bijna gelijktijdig met het opduiken van de video ervan overhandigden Gelderse en Drentse gedeputeerden een wolvenpetitie in Den Haag. Om afschot te vergemakkelijken willen zij dat de Nederlandse regering in Brussel pleit voor een lagere bescherming.

Terwijl Donker zelf niet tegen het uiteindelijk bejagen van de wolf is, noemt hij de actie van de twee BBB-gedeputeerden ‘absurd’. In zijn ogen gaan de bestuurders te veel mee in het frame van een kleine groep ‘notoire wolventegenstanders’. Die beweren dat mensen vanwege de wolf het bos niet meer in durven. ‘Recreatie in natuurgebieden neemt alleen maar toe, dus dat is alvast onzin.’

Met op zijn hoofd een buffellederen countryhoed hangt Donker voortdurend boven wolvensporen. Die zijn er te over in het natte zand, maar het dier zelf laat zich deze grijze ochtend niet zien.

Donker is de wolf gaan zien als spiegel van de gepolariseerde maatschappij; waar voor- en tegenstanders hun vaste stellingen betrekken en daar niet meer uit komen. ‘Ik zou het een degradatie vinden van ons als volk als het niet lukt met de wolf samen te leven.’

Precies dat vraagstuk stond vorige week in de Tweede Kamer op de agenda. Tijdens de rondetafelbijeenkomst kwamen deskundigen niet tot een eenduidig antwoord hoe dat zou moeten, vreedzaam samenleven met de wolf. ‘Een cultuuroorlog tussen verschillende wereldbeelden en natuurvisies’, klonk het. ‘Voer voor sociologen.’

Ook Donker signaleert dat wolvendiscussies niet zozeer over feiten gaan, ‘maar over gevoelens, diepliggende emoties, opvoeding en tolerantie van mensen’. Het roept de vraag op of zijn boek vol feiten en cijfers tegenstanders gaat overtuigen van zijn opvatting dat ‘co-existentie’ met de wolf niet zo ingewikkeld hoeft te zijn.

Uw boek eindigt met het spreekwoord: ‘Door de ouderdom wordt de wolf grijs’ (wijsheid komt met de jaren). Maar wat toch vooral blijft hangen, is dat u cijfermatig wilt onderbouwen dat we van de wolf weinig te duchten hebben.

‘Door dat soort citaten aan het eind van ieder hoofdstuk hoop ik dat bij de lezer meer balans ontstaat tussen emoties en feiten. Zodat ook tegenstanders gaan inzien dat de wolf vaak als een te grote bedreiging wordt voorgesteld.’

U hamert erop dat landbouwschade door foeragerende ganzen (ruim 35 miljoen euro) vele malen hoger ligt dan die door wolven (ruim 350 duizend euro). Maar voor een boer is de aanblik van een halfdood schaap waarvan de ingewanden over het erf liggen toch wat anders dan een aangevreten weiland?

‘Natuurlijk is de aanblik voor de boer in kwestie niet fijn, maar met jaarlijks iets meer dan 1.100 dode dieren (voornamelijk schapen, red.) door wolven staat het niet in verhouding tot het leed in bijvoorbeeld de bio-industrie. Met stalbranden, en dagelijks 1,7 miljoen slachtingen. Wat daar niet allemaal misgaat. Of neem blauwtong, de dierziekte waaraan op het hoogtepunt per dag meer schapen dood gingen dan aan alle aanvallen van wolven in een jaar tijd.

‘Bovendien: voor de varkenshouderij zijn wolven juist goed. Uit Oost-Europese studies blijkt dat ze de verspreiding van Afrikaanse varkenspest tegengaan doordat ze de verzwakte wilde zwijnen eruit pikken.’

Van de suggestie dat Nederland te klein en te dichtbevolkt is voor wolven, zoals de Jagersvereniging vorige week in de Tweede Kamer betoogde, wil Donker niets weten. Hij zegt: Nederland is voor de wolf in eeuwen niet zo geschikt geweest als nu. Met veel meer bos en wilde prooien dan in 1900.

Op basis van de wildstanden toen en nu becijfert Donker dat er 125 jaar geleden ruimte was voor drie wolven in heel Nederland. Uitgaande van zijn formule dat er per honderd wilde hoefdieren plaats is voor één wolf in Nederland, komt hij qua voedselaanbod voor de Veluwe alleen al uit op negentig wolven.

Gezien het huidige voortplantingstempo zijn die aantallen nabij. Donker denkt dan ook dat dan het moment aanbreekt dat wetenschappelijk kan worden aangetoond dat de zogenoemde instandhoudingsdoelstelling voor de wolf in Nederland is bereikt.

‘Dan kan een wolvenbeheerplan worden opgesteld, wat uiteindelijk ook betekent dat op de beschermde wolf kan worden gejaagd.’ Maar niet nu al, zoals tegenstanders van de wolf willen. Donker: ‘Met tientallen wolven blijft dan niets over.’

In uw ogen zijn schapenhouders zelf debet aan het probleem. U spreekt van ‘uitlokking’.

‘Uit onderzoek naar duizend schademeldingen blijkt dat in 97 procent van de gevallen er geen wolfwerend raster volgens de adviesnorm aanwezig was. Bij de overige 3 procent bleek dat er wel te zijn maar was het merendeel ondeugdelijk geïnstalleerd. Het gaat dus heel goed. Het probleem is dat een overgrote meerderheid van de schapenhouders nog steeds weigert rasters te nemen.’

Het onderzoek waarnaar Donker verwijst, is vorig jaar gedaan door BIJ12, de instantie die tegemoetkomingen uitkeert bij landbouwschade. Dierenarts Karina Beuving stelde daar vorige week in de Tweede Kamer een ander geluid tegenover. Zij euthanaseert in het Drents-Friese Wold de laatste tijd wel degelijk half-doodgebeten schapen achter wolfwerende rasters. Vermoedelijk heeft een wolvenpaar daar geleerd een bepaald type raster te omzeilen.

Maandag maakte ook Park Hoge Veluwe bekend dat drie Moeflon-schapen zijn gedood nadat ‘wolven’ een wolfwerende omheining waren binnengedrongen die volgens het park ‘ruimschoots aan de normen voldoet’. BIJ12 kan deze lezing niet bevestigen, omdat het door het park niet wordt toegelaten voor monitoring.

Donker en andere deskundigen houden vol dat wolfwerende rasters, over het algemeen, effect hebben. Donker ziet vooral een schapenhouderij die ondanks royale subsidies weigert tijd en geld te steken in stroomrasters die het leed kunnen voorkomen.

‘De wolf als beste koopman’, schrijft u.

‘Bij de slager levert een schaap zo’n 125 euro op, terwijl BIJ12 gemiddeld 240 euro per doodgebeten schaap uitkeert.’

Volgens BIJ12 gaat die prijsvergelijking mank. Het ene schaap is het andere niet, en in de schadevergoeding zit een tegemoetkoming voor de dierenartskosten en het afvoeren van het kadaver.

‘Wat de bedragen mij zeggen is dat er geen prikkel is om wolfwerende rasters te plaatsen. Terwijl de wet stelt dat boeren hun vee moeten beschermen tegen gevaren. Maar in plaats van een boete als schapenhouders dit niet doen, krijgen ze in Nederland een schadevergoeding. Dat is toch raar?

‘Wat ook speelt: als je principieel voor het afschieten van de wolf bent, dan helpt het je in die discussie niet als door rasters steeds minder schapen worden doodgebeten.’

Zegt u nou dat schapenhouders hun dieren offeren om van de wolf af te komen?

‘Zo scherp stel ik het niet. Maar als je bewust in wolvengebied je schapen niet beschermt, dan kun je verwachten dat ze een keer worden gepakt.’

Volgens schapenhouders gaat Donker met zijn ‘wolf-als-beste-koopman’-argumentatie volledig voorbij aan emotionele en andere schade. ‘Het kopen van nieuwe schapen is altijd een loterij’, zegt een Nederlandse schapenhouder met ervaring in een van de meest wolfdichte gebieden in Zweden. ‘Een ooi met genen van een moeder, grootmoeder en overgrootmoeder, waarvan jij wéét dat dat geweldige dieren waren, is natuurlijk veel meer waard dan een bedrag uit een tabelletje.’

De schapenhouder, die vanwege de felheid van de discussie alleen anoniem reageert, benadrukt dat het vinden van een zwaargewond dier zeer ingrijpend is. ‘Dat schaap ken je misschien al jaren. Je hebt haar geregeld geholpen met lammeren, haar leren kennen met een eigen karakter en eigenaardigheden. Wellicht heb je haar een naam gegeven. Natuurlijk, ook zij zal een keer aan haar eind komen, maar dan is dat hopelijk verdoofd, in een slachthuis. Levend opengereten door een wolf is echt een ander verhaal. De vraag is welk bedrag recht kan doen aan zulke gevoelens.’

In reactie grijpt Donker weer naar cijfers. Namelijk dat het gros van de schapen in Nederland het eerste levensjaar niet haalt. ‘Mensen komen in deze tijd naar schattige lammetjes kijken, maar vinden het tegelijkertijd prima dat daarvan jaarlijks bijna driekwart (ruim 500 duizend in 2023, red.) niet veel later naar het slachthuis gaat.’

Hij wijst naar een wolvenspoor in het natte zand. ‘Honden zetten de poten breder uit elkaar.’ Even verder ontleedt Donker een wolvenkeutel. Hij wijst op vermalen kraakbeen en haar van een hert. ‘Samen met reeën zijn hoofdmenu.’

Donker wil tot slot nog rechtzetten dat de wolf schuw zou zijn. ‘Wolven zijn nieuwsgierige beesten, maar als het om mensen gaat, zijn ze vooral wat ik terugtredend noem. Ze zoeken weliswaar heel soms toenadering, maar we staan niet op het menu. Van de 8 miljard mensen op aarde wordt jaarlijks hooguit één iemand door een wolf gebeten.’

Terecht of niet, angst voor de wolf is er wel. Ouders durven hun kinderen niet meer naar het jaarlijkse ponykamp in het Drentse Zwiggelte te sturen.

Licht spottend: ‘Ik snap wel dat die ouders dat spannend vinden: paardensport is na mountainbiken en veldvoetbal de sport waarbij de meeste ongelukken gebeuren.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next