Home

Van de man in de Talpa-tank lieten de laatste restjes verstand los, allemaal ballast

Op de achterbank van de Talpa-tank waarin hij Nederland doorkruiste, van dorp naar Randstad, weigerde de man zich af te vragen of hij te ver was gegaan. Hij ging nooit te ver, er bestond al een tijd niet meer zoiets als ‘te ver’.

‘Hier rechts’, wees hij, die de Nederlandse wegen beter kende dan de satellieten. ‘Ik ga me nergens voor verontschuldigen. Al die commotie, wat een onzin.’ Dat laatste zei hij tegen zichzelf, maar ook als hij in zichzelf praatte, deed hij dat alsof er een microfoon op zijn revers zat.

Over de auteur
Frank Heinen is schrijver en columnist voor de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Iemand vertelde hem eens over een verhaal van een Italiaanse schrijver, over een hoogleraar godsdienstgeschiedenis die zich opwindt over het succes van de krukkige studie van een jonge collega. ’s Nachts zet de hoogleraar zich aan een betoog waarin hij uiteenzet wat er allemaal aan die studie mankeert. Dat formidabele college zal hij de volgende dag geven. Er worden weliswaar maar twee studenten bij zijn college verwacht, maar dat kan hem niets schelen. De volgende ochtend kijkt hij om het hoekje van de collegezaal en merkt op dat er veel meer studenten zitten dan hij verwachtte! Vervolgens geeft hij het college van zijn leven: zijn tekst een toonbeeld van inzicht, hijzelf een en al overtuigingskracht. Als een van zijn vaste studenten, die te laat is, de deur naar de collegezaal opent, ziet hij zijn hoogleraar staan gesticuleren in een verlaten ruimte. Diens gehoor bestaat uit een stuk of twintig regenjassen, die over stoelen te drogen hangen.

‘Bij de rotonde eerste rechts.’

De man dacht zelden na over zichzelf, het onderwerp verveelde hem, maar nu bleef hij toch even hangen. Waarom dat verhaal? Stel je voor dat je zo veel overgave aan de dag legt, stel je voor dat je vertelt wat je aan het hart gaat, in plaats van wat de zender nodig heeft. Stel je voor dat je gedachten met meerdere dimensies formuleert, in plaats van dat je opvattingen koestert die zijn platgedrukt omdat ze te lang hebben klemgezeten tussen reclameblokken... Hij sprak zo veel, zo onafgebroken dat er voor gevoelens en gedachten nauwelijks nog ruimte was. Als er maar woorden uitkwamen, liefst zo veel en zo gortig mogelijk. Elke oprisping een opinie, elke boer, zo eentje vol knoflook en rode ui, een vorm van satire en elke reflux op het spectrum tussen conservatief en diep-racistisch een nieuwtje. Zijn inzicht schreed niet voort, het rolde bergaf, met de wind mee, steeds harder naar beneden. Onderweg lieten de laatste restjes verstand en medemenselijkheid los, allemaal ballast. Eenmaal beneden zou er van hem nog slechts een onderbuik over zijn, waarop een zenderbaas een snor moest aanbrengen, zodat kijkers wisten wat de voorkant was.

‘Volgende scherp rechts.’ Hij was jaloers op die hoogleraar, die werkelijk iets te vertellen had, en genoeg had aan een paar natte jassen als publiek.

De man vreesde geen repercussies. Daarvoor was de algehele spanningsboog te kort. Hoe uitzinniger de opmerking, hoe heviger de reactie en hoe sneller het publiek het beu was. Het enige waar hij tegen opzag, was de volgende kijkcijferdip. Dan zou hij iets nog grovers moeten fabriceren. En in de tussentijd schoven overal de grenzen op, en viel er allengs minder te lachen, behalve voor mensen die lachen om lelijkheid. Voor hen waren het gouden tijden.

De man boog zich voorover. ‘Pardon? Ik krijg het idee dat we in een rondje rijden. Voor mijn gevoel zijn we al jaren langer onderweg dan nodig. Ga nog maar eens rechts.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next