Françoise Gilot werd na haar breuk met de schilder in de VS gevierd als kunstenaar, maar bleef in Frankrijk altijd de ex-partner. Het Picasso Museum in Parijs zet iets recht door nu haar schilderijen te tonen.
‘Oh, finally, here she is!’ Een Amerikaans koppel van in de 70 – grijs haar, bril op de neus, netjes gekleed – slaakt een zucht van opluchting bij het betreden van zaal 17 in het Picasso Museum in Parijs. De ‘she’ die het stel zo blij is om te zien, is Françoise Gilot (1921-2023). Althans, niet de kunstenaar zelf natuurlijk, maar een selectie van de grote hoeveelheid werk die ze heeft nagelaten. Negen schilderijen, waarvan sommige kleurrijk en andere ingetogen, hangen hier aan de wanden.
Gangen door, trappen op, hoeken om: het duurt even voordat je dit zaaltje op de derde etage van het museum bereikt. ‘Vandaar die zucht’, lachen de twee Amerikanen, die speciaal voor de schilderijen van Gilot naar het Picasso Museum zijn gekomen.
Over de auteur
Marsha Bruinen schrijft voor de Volkskrant over hedendaagse beeldende kunst.
Dat haar kunst hier tentoongesteld wordt, is bijzonder. Toen de Parijse kunstinstelling een aantal weken terug bekendmaakte bruiklenen van Gilot midden in zijn nieuwe collectie-opstelling te gaan laten zien, klonk er internationaal opluchting. ‘Eindelijk!’, kopten de kranten.
Waarom eigenlijk? Tussen alle Picasso’s hangt in de tentoonstelling ook een Matisse aan de muur. Daar hoor je niemand over. Maar ja, Matisse was ook ‘maar’ een vriend van Picasso. Eentje die de kunstenaar tegelijkertijd tot zijn ‘rivaal’ bestempelde – dat klopt. Maar zulke ‘frenemies’ had hij wel meer.
Gilot daarentegen deed iets wat geen ander eerder had gedaan. Na een relatie van tien jaar dumpte zij Picasso. En dat schoot bij de macho kunstenaar, wiens gedrag jegens vrouwen de laatste jaren schertsend ‘Pablo-matic’ (problematisch) wordt genoemd, totaal in het verkeerde keelgat.
Terug naar het begin van hun relatie. Gilot en Picasso ontmoeten elkaar op een avond in Parijs. Zij is 21, hij 61, en ze zitten in hetzelfde café. Picasso was daar met zijn vriendin Dora Maar, tevens kunstenaar, maar dat weerhield hem er niet van om even te gaan buurten bij het tafeltje van de jonge Gilot. Als zij hem vertelt schilder te zijn, reageert hij: ‘Dat is het grappigste wat ik vandaag heb gehoord. Meisjes die er zo uitzien kunnen geen schilders zijn.’
Dat was in 1943. Vandaar dat dit zaaltje vrij laat in de expositie opduikt: het museum heeft zijn collectie chronologisch tentoongesteld, en de schilder is alweer even kunst aan het maken wanneer Gilot en hij elkaar ontmoeten. In de zaaltekst krijgt de relatie tussen beide kunstenaars weinig kleur. Er wordt vermeld dat de twee in de zomer van 1946 ‘zij aan zij’ schilderen in het Zuid-Franse Antibes. En dat ze een jaar later hun eerste kind krijgen, Claude, gevolgd door Paloma in 1949.
Verder gaat het hier vooral om Gilot. De zaaltekst noemt de expositie die zij in 1952 heeft bij de befaamde Parijse galerie Louise Leiris, waar zij als een van de weinige vrouwen in die tijd een contract mee sluit. Er wordt verteld over het toenemend aantal tentoonstellingen dat ze in de jaren zestig krijgt en de kleurrijke schilderijen die ze daarin laat zien, figuratief en abstract tegelijkertijd. En over het opzienbarende boek Leven met Picasso, dat ze in 1965 samen met kunstcriticus Carlton Lake publiceert.
In dat boek vertelt Gilot enthousiasmerend, maar ook ontluisterend, over haar dagelijks leven en kunstzinnige discussies met Picasso. Het boek veroorzaakt een ‘opschudding’, aldus het museum, waardoor Gilot zich ‘terugtrekt’ uit de Franse kunstwereld en in 1970 verhuist naar Amerika.
‘Opschudding’, ‘terugtrekt’: het zijn zachte woorden voor wat zich destijds voltrok. Nadat Picasso drie rechtszaken had verloren om publicatie van het boek tegen te gaan, ondertekenden zo’n tachtig prominente Franse kunstenaars en intellectuelen een petitie waarin werd opgeroepen om het boek alsnog te verbieden. ‘Je kunt haast niet geloven wat voor hekel mensen aan me hebben in Frankrijk’, zegt de 99-jarige Gilot in een documentaire uit 2020.
Volgens The Guardian vernietigde Picasso na hun breuk al Gilots bezittingen. Hij dwong galerie Louise Leiris te stoppen met het vertegenwoordigen van haar werk en zorgde ervoor dat ze niet meer mocht meedoen aan een prestigieuze tentoonstelling van Salon de Mai.
‘Hij verbrandde alle bruggen die me verbonden met het verleden dat ik met hem had gedeeld’, schrijft Gilot in de laatste regels van het boek. En dan, op een typisch zelfverzekerde en eigengereide toon: ‘Maar daardoor dwong hij me mezelf te ontdekken en dus te overleven. Ik zal hem daar altijd dankbaar voor blijven.’
In het Picasso Museum lopen ondertussen geregeld museumrondleiders haar expositiezaal binnen. ‘Ce n’est pas Picasso’, zeggen ze dan kalmpjes, waarop de bezoekers verrast om zich heen kijken. Vooral Gilots schilderij Continuité (1967), met daarop een ingestort Grieks beeld, trekt de aandacht. Hoekige vlakken liggen als scherven van een gebroken spiegel op de grond. Ze weerkaatsen allerlei tinten rood, oranje en blauw. Een eerder werk met de titel La salade (1950) toont een keukentje. Ik zie een mes, een kom, een kraantje, allemaal teruggebracht tot abstracte lijnen en vormen.
Het zijn mooie schilderijen. Die wil je wel op een ansichtkaartje mee naar huis nemen. Maar in de museumwinkel reageren de medewerkers verward op de vraag of ze ook kaarten met het werk van Gilot verkopen. Ze wijzen op kaartjes met daarop portretten die Picasso van Gilot heeft gemaakt. ‘Nee, ik bedoel werk van Gilot zelf, werk dat zij heeft gemaakt’, zeg ik dan. Verbaasd kijkt het personeel me aan. Nee, dat hebben ze niet. De intrede van Gilot in dit museum lijkt nog niet overal doorgedrongen.
De kunst van Gilot is te zien in de tentoonstelling La Collection: Revoir Picasso bij het Picasso Museum in Parijs, t/m 12/3/2025.
Directeur van het Picasso Museum Cécile Debray zei in The Guardian over het tentoonstellen van Gilots werk: ‘In Frankrijk staat Françoise Gilot bekend als de metgezel van Picasso, terwijl ze in de Verenigde Staten, waar ze na 1970 woonde, wordt beschouwd als kunstenaar en schilder. Daarom hebben we hier [nu] een zaal met haar schilderijen.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant