In het zonnige park stond ik te kijken naar twee ooievaars op hun hoge nest. Naast me, op een bankje, zaten een man en een vrouw van diep in de zeventig; geen kromgegroeide oudjes met druppels aan hun neus, maar van die vitale zwitserlevenbejaarden met leuke kleren en een abonnement op het Concertgebouw.
Ook zij keken naar de broedende vogels. ‘Hebben ze jou nou vroeger nog verteld dat de kindertjes van de ooievaar kwamen?’, vroeg de man. De vrouw lachte. ‘Nee hoor’, zei ze. ‘Mijn ouders waren nogal modern. Nou ja, modern... ik kreeg te horen dat ik in mijn moeders buik gegroeid was. Hoe en wat precies, dat zeiden ze er niet bij. Maar ja, daar kwam je gauw genoeg achter.’ Ze grinnikte even. ‘En jij?’, vroeg ze.
Over de auteur
Sylvia Witteman schrijft voor de Volkskrant columns over het dagelijks leven.
‘Nou,’ zei de man. ‘Bij ons was het ook geen ooievaar. Mijn vader vertelde dat hij me zelf was gaan halen bij een grote steen. Je moest die steen optillen, en daar lag dan een kindje onder.’ Hij glimlachte bij de herinnering.
‘Ach gos’, zei de vrouw. ‘Zo’n baby onder een steen, wat cru. Hoe verzin je het?’ De man lachte vergoelijkend. ‘Het verhaal kwam denk ik van mijn grootouders’, zei hij. ‘Die kwamen uit Friesland. Daar hadden ze blijkbaar een steen in plaats van een ooievaar.’
De vrouw zweeg, maar ze keek minachtend, alsof de Friezen hiermee hun hand overspeeld hadden. De man zag het niet. ‘Ik weet nog’, ging hij verder, ‘mijn vader vertelde dat je moest betalen voor zo’n kindje. Een symbolisch bedragje, zodat die steen zeker wist dat je ’t kindje echt graag wilde hebben. Een meisje kostte één gulden, vertelde mijn vader. Maar een jongetje twéé.’
De vrouw sprak vermoeid: ‘Het zal ook eens níét.’ Maar de man was nog niet klaar. ‘Ik mocht dat van mijn vader absoluut niet tegen mijn zusjes zeggen, dat zij één gulden hadden gekost, en ik twee. En dat heb ik ook nooit gedaan. Al zat het me soms heel hoog, als ze me aan het pesten waren, ik heb het ze nooit verteld.’
‘Goed zo’, antwoordde de vrouw. Maar de man was nog steeds niet klaar. ‘Toen ik een jaar of 12 was, kwam ik erachter hoe het écht zat, met de kleine kindertjes. Reuze interessant natuurlijk. Dat wel. Maar toen begreep ik ook dat het niet waar was, van die steen. En dus ook niet van die twee gulden. Ik was gratis geweest. Net zo gratis als mijn zusjes.’
De vrouw glimlachte fijntjes. Maar de man sprak: ‘Dat was een hele domper, hoor.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant