Home

Een variant op de dichtregel van Marsman. Niet echt heel mooi, maar wel waar

Politici zijn bij uitstek talige mensen, of, nou ja, ze zijn mensen voor wie taal ongeveer het enige middel is bij het uitoefenen van hun beroep. Het is misschien vanwege die affiniteit met taal dat twee Kamerleden tijdens het vragenuur hun kans zien om spontaan een gevatte slogan te bedenken voor een campagne die zij graag zouden lanceren – een campagne tegen verkeersdeelname onder de invloed van drugs.

Veel te veel mensen stappen na het drugs gebruiken in de auto of op de scooter, en dat is gevaarlijk. Mark Harbers (VVD), de minister van Verkeer en Waterstaat, vindt dat ook, maar hij ziet een landelijke campagne niet zitten. Want: ‘Met een grote Bob-campagne normaliseer je drugsgebruik.’

Aaf Brandt Corstius doet eens per week op geheel eigen wijze verslag van een debat in politiek Den Haag.

Op deze redenering kom ik zo terug. Eerst even de slogans voor de campagne waar veel Kamerleden wél naar verlangen.

Jimmy Dijk (SP) pitcht aan de interruptiemicrofoon nonchalant de slagzin: ‘In het verkeer met wiet, dat doe je niet.’ Gevat. Ook Pieter Grinwis van de ChristenUnie is zichtbaar tevreden met zijn ter plekke bedacht campagne, die JOINT heet. ‘Juist Onder Invloed Niet Toeren’, licht hij toe. Minister Harbers meldt dat de provincie Brabant ‘Skip die trip’ heeft bedacht.

Maar Harbers ziet een landelijke campagne tegen autorijden onder invloed van drugs niet zitten, herhaalt hij. ‘We willen geen massale campagne, omdat dat drugs normaliseert.’ Zijn redenering blijft boven de Kamer hangen, totdat Diederik van Dijk van de SGP het lek in Harbers’ logica benoemt. Er zijn veel mensen onder invloed van drugs in het verkeer, dus: ‘Dan moeten we erkennen dat drugsgebruik normaal is’, aldus Van Dijk.

Een ander opvallend taaldingetje deze middag is de spreuk ‘een been bijtrekken’. Twee ministers gebruiken deze uitdrukking, vlak na elkaar. Minister van Financiën Steven van Weyenberg (D66) vindt dat de banken ‘hun been moeten bijtrekken’ en niet zoveel bankkantoren zouden moeten sluiten. Daarvoor komt minister Hugo de Jonge (CDA) ook al met het bijgetrokken been, tijdens de vraag van Geert Gabriëls (Groenlinks-PvdA) waarom er zo veel kolossale, grijze, raamloze distributiecentra worden gebouwd in Nederland.

Misschien wordt ‘been bijtrekken’ wel het nieuwe ‘aan de voorkant’ of ‘handjes en voetjes geven’ – ook zeer populaire zegswijzen onder politici.

De discussie over de ‘grijze dozen’, zoals de Kamerleden de distributiecentra noemen, is zeer deprimerend. Natuurlijk, er zijn veel ergere dingen in de wereld dan een land met een overdosis aan distributiecentra. Daar herinnert de demonstratie over Gaza, midden in het vragenuur, aan. Een aantal mensen op de tribune staat plots op, zoals al een paar keer eerder gebeurde, en begint ‘Ceasefire now!’ te roepen.

De actievoerders worden afgevoerd door de bewakers, en, opvallend, deze keer ook door agenten die blijkbaar in burger tussen het publiek zitten, compleet met de groene sticker op hun kleding die gewone bezoekers van de publieke tribune altijd krijgen. Een paar demonstranten gaan op de grond zitten en gaan door met leuzen roepen. ‘Zittend mag het wel’, zeggen ze tegen de beveiligers en agenten. Kennelijk niet; ze worden aan hun armen en benen opgetild en weggedragen.

Oorlog is erger. Maar de ‘verdozing’ zoals Jan Paternotte (D66) de toename van grote grijze distributiecentra noemt, is ook best bedroevend. Paternotte komt met een zelfbedachte variant op het gedicht Herinnering aan Holland van Marsman: ‘Denkend aan Holland zie ik rijen ondenkbaar grijze dozen als bulten aan de einder staan.’ Niet echt heel mooi, maar wel waar.

Volgens Hugo de Jonge zijn al die grijze dozen een gevolg van de ‘I want it all and I want it now-economie’, zoals hij die noemt: mensen willen alles kunnen bestellen en onmiddellijk in huis hebben. En zo zitten we opgescheept met een land vol distributiecentra, waar legioenen arbeidsmigranten als een dolle bestellingen inpakken. En er komen er nog meer bij.

Eenzelfde soort treurigheid beschrijft minister Van Weyenberg als hij uitlegt waarom er steeds meer bankkantoren sluiten. ‘We moeten niet vergeten dat mensen minder naar fysieke plekken gaan’, zegt hij.

Een land vol mensen die niet meer naar fysieke plekken willen en thuis spullen bestellen, terwijl buiten de grijze dozen het overnemen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next