Het Britse departement van Buitenlandse Zaken is toe aan een opfrisbeurt die de internationale rol van het Verenigd Koninkrijk meer in perspectief zet, bepleiten oud-diplomaten. Diverse kunstwerken zouden niet meer van deze tijd zijn.
Van het standbeeld van de staatsman Robert Clive (‘Clive of India’) bij de ingang tot de muurschilderingen van Angelsaksische machthebbers op Afrikaans grondgebied – wie het Britse ministerie van Buitenlandse Zaken bezoekt, vangt een glimp op van de dagen waarin de Britten een groot deel van de wereld bestuurden. Oud-diplomaten hebben in een pamflet opgeroepen tot het dekoloniseren van die grandeur. Die zou ‘elitair’ zijn en niet passen bij de hedendaagse rol van Groot-Brittannië in de wereld.
‘Een middelgrote macht uit de kust’, noemen de drie auteurs de status van het Verenigd Koninkrijk. Deze bescheiden Britse rol past niet bij het magistrale, neoklassieke departement zoals George Gilbert Scott dat in de jaren zestig van de 19de eeuw had neergezet aan King Charles Street. De plek vanwaaruit het Britse Rijk werd bestuurd, werpt een schaduw over de belendende ambtswoning van de premier, een veredeld herenhuis.
Over de auteur
Patrick van IJzendoorn is correspondent Groot-Brittannië en Ierland van de Volkskrant.
Alleen al de naam – ‘Foreign, Commonwealth and Development Office’ – is naar het idee van de rapporteurs te zeer geworteld in het verleden, ook al werd een kleine zestig jaar geleden reeds afscheid genomen van de onderafdeling ‘Colonial Office’. Veel passender zou de benaming ‘Department for International Affairs’ zijn, of ‘Global Affairs UK’. De onderzoekscommissie werd geleid door Lord Sedwill, die kabinetssecretaris was onder de premiers Theresa May en Boris Johnson. Hij werd bijgestaan door twee oud-ambassadeurs.
Het gaat wat ver om het rijksmonument te vervangen door een glazen kantoorkolos, waardoor de ogen vallen op het imperiale interieur. Daarbij valt te denken aan de groteske muurschilderingen waarop de Engelse schilder Sigismund Goetze een eeuw geleden – toen ‘the Empire’ de maximale grootte had bereikt – de oorsprong, verheffing, ontwikkeling, uitbreiding en triomf van het Wereldrijk verbeeldde. Op de muurschildering Britannia Pacificatrix had hij een zwart jongetje met een fruitmand afgebeeld, bedoeld om de superieur geachte Britten te wijzen op hun verantwoordelijkheden.
In het verleden hebben progressieve bewindslieden al hun ongemak over de enscenering geuit. Volgens de auteurs kunnen deze koloniale kunstwerken bij hoog bezoek uit voormalige koloniën een averechts effect sorteren. Dezelfde zorg bestaat rond een schilderij van Sir Charles Trevelyan, de topambtenaar wiens beleid in 1845 leidde tot de Ierse hongersnood. Zijn beeltenis zou geen positief effect hebben op Ierse diplomaten. Volgens co-auteur Moazzam Malik, voormalig directeur-generaal van het ministerie, spreekt het gebouw in de verleden tijd.
Premier Rishi Sunak en de ministeriële top hebben gezegd dat er aan het interieur niets zal veranderen. Het pamflet, The world in 2040: renewing the UK’s approach to international affairs, is evenwel gericht op een nieuwe regering. De kans is levensgroot dat er na de verkiezingen eind dit jaar een sociaal-democratische minister van Buitenlandse Zaken in het departement zetelt, in de persoon van David Lammy, een politicus van Guyanese komaf. Bovendien wordt het rapport gezien als een afrekening met de Brexit-jaren, toen sommige brexiteers zwolgen in grootheidswaan.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant