Home

Alles wat Omar Waseq mist in het Nederlandse nachtleven, moet in zijn nieuwe club Kabul à GoGo in Utrecht te vinden zijn

Met zijn nieuwe nachtclub wil horecaondernemer Omar Waseq de vrijzinnige sfeer van Kabul in de jaren zestig naar het ‘brave’ Utrecht halen. Dit weekend vindt de 56 uur durende opening van de enorme club plaats. Verslaggever Siem Buijsse nam vast een kijkje.

Omar Waseq (34) loopt met grote passen door een enorme loods in het Utrechtse Werkspoorgebied. De vloer is nog bezaaid met bouwmaterialen, maar binnenkort zal de nieuwe nachtclub Kabul à GoGo hier verrijzen. Het is 3 april, en op vrijdag 12 april klinkt het startschot van een 56 uur durend openingsfeest. Nu is het nog moeilijk voorstelbaar dat je hier over anderhalve week al dreunende techno hoort, in plaats van het kabaal van hamers en boormachines.

‘Morgen gaan we met twintig stofzuigers door de zaal heen. Daarna ziet het er heel anders uit’, zegt Waseq, horecaondernemer en eigenaar van Kabul à GoGo. ‘We lopen op schema.’ En inderdaad, als je goed kijkt zie je hoe de contouren van een nachtclub zich beginnen af te tekenen. Onder enkele stukken hout zie je al een dj-booth en aan de 12 meter hoge muren hangen decoratieve Perzische tapijten. Ook de grootste blikvanger staat er al: de bar, een 17 meter lang gevaarte van beton en paars polyester, ontworpen door kunstenaar Gert Wessels.

Tanden poetsen

Waseq is een hemelbestormer. Kabul à GoGo is enorm: de club heeft plek voor tweeduizend bezoekers. Er zijn drie ruimtes: een kleine, voor experimentele optredens, een grote voor dansfeesten en een foodcourt dat de hele nacht open blijft. Er zullen elk weekend feesten worden georganiseerd. Die duren tot de ochtend of gaan zelfs het hele weekend non-stop door, want op dit industrieterrein aan de rand van de stad hoeft de organisatie amper rekening te houden met geluidsoverlast.

Terwijl Waseq enthousiast schetst hoe elke vierkante meter van zijn club eruit zal zien, wordt snel duidelijk: Kabul à GoGo moet bovenal een nachtclub worden waar Waseq zelf naartoe zou gaan. Alles wat hij mist in het Utrechtse én Nederlandse uitgaansleven, moet in Kabul à GoGo te vinden zijn. Een nachtwinkel bijvoorbeeld. Hij gebaart naar een kleine ruimte naast de dansvloer. ‘Tijdens een feest dat een weekend duurt, heb je meer nodig dan alleen alcohol en water: mensen moeten hun tanden kunnen poetsen en iets kunnen eten. Daarom komt hier in de club een nachtwinkel, die altijd open is. Voor zover ik weet, heb je dat nergens anders.’

En Waseq kan het weten. Sinds hij op zijn 15de – ‘veel te jong’ – voor de eerste keer met een pilletje op naar een hardstylefeest in het Arnhemse Gelredome ging, is hij verzot op elektronische muziek en uitgaan. Nog steeds reist hij door heel Nederland om te feesten. Eerder organiseerde Waseq, eigenaar van verschillende Utrechtse horecagelegenheden zoals de Kaasbar en Teatro, al dansfeesten in het Filmcafé, eveneens in Utrecht. Die zaak werd drie jaar geleden na een grote brand gesloten.

En nu komt er een echte club. Een langgekoesterde wens, vertelt Waseq. ‘Ik heb mijn identiteit ontwikkeld in het nachtleven, er geleerd wat belangrijk is. In de nacht, ver weg van de spanning van de echte wereld, zijn we compleet andere wezens. Daar zijn we allemaal gelijk, en maakt het niets uit hoe je eruitziet of wat je afkomst is. Ik ervaar nergens zo weinig discriminatie als in de nachtclub.’

Kabul in de jaren zestig

Waseq vluchtte op zijn 4de met zijn ouders uit Afghanistan, toen de Taliban daar aan de macht kwamen. ‘Daar heb ik nog te veel herinneringen aan. Hoe jong ik ook was, Afghanistan en dat trauma zijn deel van wie ik ben’, zegt Waseq. Om die reden besloot hij al jaren geleden dat zijn gedroomde club ‘Kabul à GoGo’ moest gaan heten, naar de Afghaanse hoofdstad. ‘Ik wil dat stuk van mijn identiteit met mensen delen.’ Met bijvoorbeeld Perzische tapijten wil hij daarom een ‘Midden-Oosterse sfeer’ creëren in de nachtclub. Maar er zijn ook persoonlijkere verwijzingen: de zalen zijn vernoemd naar zijn broers en zussen.

Hij begrijpt dat Kabul à GoGo een opvallende naam voor een nachtclub is. ‘Bij Kabul denk je aan ellende, onderdrukking en islamisme. Maar mijn ouders vertellen verhalen over een tijd waarin het anders was: in de jaren zestig trokken alle hippies naar Kabul en klonk overal jazz.’ Waseq wil het gevoel van dat Kabul terughalen in zijn club. De term ‘à GoGo’ verwijst naar de losbandigheid van gogodansers. Daar kunnen veel Nederlanders volgens Waseq nog wat van leren. ‘In Afghanistan mag niets. Hier mag alles. Toch doen de meeste mensen weinig met die vrijheid: ze werken de hele week en gaan op z’n hoogst op zaterdag even de kroeg in. Uiteindelijk zijn we echt een stelletje aardappeleters met z’n allen.’ Waseq zucht. ‘Experimenteer eens een beetje, daar groei je van.’

De nachtclub is daarvoor volgens Waseq de perfecte plek. Daarom moet Kabul à GoGo een plek worden waar je op ontdekkingstocht kunt gaan. Ook op seksueel gebied: in de kleine zaal zullen bijvoorbeeld fetisjfeesten worden georganiseerd. ‘Nederland wordt steeds preutser’, zegt Waseq. ‘Je kunt het je bijna niet meer voorstellen, maar in de jaren tachtig was topless zonnen nog doodnormaal.’ Ook het nachtleven ontkomt niet aan die verpreutsing, vindt hij. ‘Het gaat nog altijd over de wilde feesten van weleer, in de Amsterdamse clubs Roxy en iT. Vrij treurig, want die zijn al 25 jaar dicht.’

Weinig aanbod in Utrecht

Utrecht is al helemaal het braafste jongetje van de klas, vindt Waseq. De stad heeft een enorm aanbod aan kroegen, maar vergeleken met andere grote steden zijn er relatief weinig nachtclubs die tot de vroege uurtjes open blijven. ‘Naast club Basis, enkele poppodia en wat kleinere clubs heb je hier heel weinig. Hier in de buurt zit de club Was, maar daar is slechts een of twee keer per maand een feest. Amsterdamse en Rotterdamse vrienden snappen er vaak niets van dat ik in Utrecht blijf wonen. Ze vinden het hier saai.’

In 2022 bleek uit een enquête van de gemeente Utrecht dat veel inwoners dat gevoel delen: 60 procent van het uitgaanspubliek was ontevreden over de hoeveelheid clubs in de stad. Daarom presenteerde de gemeente vorig jaar het plan ‘Nachtvisie 2030’. Voor 2026 moeten er drie nieuwe nachtclubs komen, waarvan Kabul à GoGo de eerste is. Een behoorlijke ommekeer, volgens Waseq. De gemeente denkt nu mee met ondernemers in het nachtleven en schiet ze zelfs financieel te hulp. ‘Terwijl het hiervoor bijna uitsluitend over de nachtrust van bewoners ging.’

Met die steun wil Waseq Utrecht op de kaart zetten onder clubgangers. Hij hoopt dat niet alleen Utrechters, maar publiek uit het hele land Kabul à GoGo weet te vinden. De (nacht)treinverbindingen vanuit Utrecht zijn immers uitzonderlijk goed. ‘Maar om de Amsterdammer naar Utrecht te krijgen, moet je hoog mikken’, weet Waseq. ‘Daarom hebben we ervoor gekozen Kabul à GoGo zo groot te maken: op die manier kunnen we artiesten boeken die een publiek uit heel Nederland trekken.’

Geen selectief deurbeleid

Ondanks de grote opzet noemt Kabul à GoGo zichzelf een ‘community-driven’ nachtclub. De ‘community’ in kwestie is een bont gezelschap mensen uit het Utrechtse nachtleven, van dj’s tot barkeepers, legt Waseq uit. ‘Community-driven betekent dat we luisteren naar hun adviezen, dat we ze een plek bieden om te werken of dat ze gratis naar binnen mogen, als ze het financieel even moeilijk hebben.’ Veel van deze mensen helpen nu mee met de opbouw van de club. Van een personeelstekort heeft Waseq geen last. ‘Deze plek heeft identiteit. Daar willen mensen onderdeel van zijn.’

Een belangrijk deel van die identiteit is dat iedereen in Kabul à GoGo welkom is en zich op zijn gemak voelt, zegt hij. Daarom heeft de club bijvoorbeeld geen selectief deurbeleid, waarbij mensen in bepaalde kleding worden afgewezen. ‘In zo’n kledingvoorschrift sluipen altijd vooroordelen. Een buitenlandse jongen met een Gucci-petje wordt vaak niet binnengelaten’, zegt Waseq glimlachend. ‘Maar die jongen ben ik zelf. Ik draag mijn Gucci-petje met trots. Daarom wil ik hier een plek creëren waar die vooroordelen hopelijk niet bestaan.’

Van het Midden-Oosten tot Latijns-Amerika

De muziek in Kabul à GoGo wordt verzorgd door een mix van lokaal talent en grote namen, vertelt programmeur Lisa Molle. De club probeert buiten de gebaande paden te denken, bijvoorbeeld met niet-westerse dance. Muziek uit het Midden-Oosten zal regelmatig te horen zijn, maar ook Zuid-Afrikaanse amapiano en Latijns-Amerikaanse muziekgenres. ‘Maar uiteindelijk moeten we natuurlijk nog ontdekken wat ons publiek wil horen’, aldus Molle.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next