De geest van Dennis Wiersma waart nog rond op het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Demissionair minister Mariëlle Paul bouwt zichtbaar voort op de inzichten en inspanningen van haar voorganger, die moest vertrekken vanwege anonieme klachten over opvliegend gedrag. Dat gebeurde nadat hij had gezegd dat hij de bestuursstructuur en -cultuur in het funderend onderwijs wilde veranderen en het toezicht op scholen en besturen wilde aanscherpen. Een ongekend en fris geluid, dat niet goed viel bij de schoolbestuurders, verenigd in de PO-Raad en VO-Raad, en bij de Onderwijsinspectie.
Wiersma constateerde al snel dat de kwaliteit van het onderwijs niet aan de bestuurders kan worden overgelaten: de afgelopen decennia, sinds de autonomie van de schoolbesturen, daalden de leerprestaties gestaag en werd het vak van leraar onaantrekkelijker. ‘Schoolbesturen moeten dienend zijn’, zei Wiersma in een interview in de Volkskrant. ‘Als zij (…) niet bijdragen aan de kwaliteit van het onderwijs, zal ik ingrijpen.’ Ook pleitte hij voor ‘een grotere rol van de Inspectie’.
De veranderingen zouden volgens Wiersma ‘in kleine stapjes’ gaan, maar zelfs dat was al revolutionair: geen onderwijsminister, ook niet van PvdA-huize, had sinds de jaren negentig durven tornen aan het in beton gegoten huidige stelsel, waarbij alle macht bij bestuurders ligt, leraren en schoolleiders nauwelijks zeggenschap hebben en de overheid machteloos toekijkt. Te veel gedoe, zo’n megawijziging, te veel protest.
Over de auteur
Aleid Truijens is schrijver en recensent en columnist voor de Volkskrant. Ze schreef romans en biografieën over F.B. Hotz en Hella Haase. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit.
Minister Paul zet nu kleine stapjes. Heel voorzichtig. Beslissende veranderingen voert ze niet door, maar ze maakt een begin. Voor vertrek laat ze een belangrijke boodschap na waarover de Tweede Kamer zich moet uitspreken, waarna het nieuwe kabinet aan de slag kan. Afgelopen vrijdag stuurde ze een brief naar de Kamerleden, Herijking sturing funderend onderwijs, waarin ze drie toekomstscenario’s schetst. Deze brief kán een omslagpunt zijn.
In scenario A, ‘Besturen aan zet’, blijft alles zoals het nu is: besturen zijn verantwoordelijk voor de kwaliteit van onderwijs, er worden nauwelijks voorwaarden gesteld aan de lumpsum-bekostiging en bij de bepaling van salarissen en arbeidsvoorwaarden blijft de overheid op afstand. Scenario C zou baanbrekend zijn: de overheid onderhoudt een directe relatie met de scholen, niet met de besturen, de schoolleider wordt de centrale, verantwoordelijke figuur, over bestedingen worden afspraken gemaakt ‘op schoolniveau’ en de overheid wordt leidend bij de arbeidsvoorwaarden. Scenario B zit er zo’n beetje polderachtig tussenin: meer sturing door de overheid, meer voorwaarden voor bekostiging, maar de besturen houden de verantwoordelijkheid. ‘Besturen aan zet voor maatschappelijke opdracht, scholen aan zet voor onderwijskundige vraagstukken’, vat Paul de verdeling bij scenario B samen. Ze voelt er wel wat voor.
Dat is teleurstellend. Scenario B is een waterig, onduidelijk compromis en bij de huidige onderwijsramp moet de overheid zich wél bemoeien met ‘onderwijskundige vraagstukken’. De beslissing ligt nu bij de Tweede Kamer. Ik hoop vurig dat de Kamerleden bereid zijn zich goed te verdiepen in de schade die het huidige stelsel en de lafheid van de vele wegkijkende ministers in de afgelopen drie decennia hebben aangericht.
Dan komt een meerderheid vanzelf tot het wijze besluit dat alleen scenario C een verstandige optie is: snij de huidige bestuurlijke kleilaag weg, werk met kleine, betrokken besturen, maak schoolleiders en leraren verantwoordelijk voor hun werk en geef ze autonomie, zeggenschap en vaste aanstellingen. Cao’s komen tot stand in directe onderhandeling met het ministerie. Maar: grijp ook direct hard in als scholen een wanprestatie leveren.
De PO-Raad en VO-Raad zijn vooralsnog – verrassend! – tegen. Ik hoop dat leraren beseffen dat dit een belangrijk moment is en ze zich luid uitspreken.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant