Home

Wat zo’n Mathieu doet is niet normaal, ooit kijken we er met ongeloof op terug

Het probleem is, dat Mathieu van der Poel maar doorgaat met winnen. En niet met banddikte, maar met grote voorsprong. Dat is mooi voor hem, maar het maakt het er voor verslaggevers en columnisten niet gemakkelijker op. Op zeker moment zijn de superlatieven opgebruikt, de metaforen uitgeput en beginnen de hyperbolen sleets te klinken. Daar kan Mathieu weinig aan doen: hij wilde er zondag in Parijs-Roubaix graag een ‘harde finale’ van maken, een titanengevecht waarover nog jaren zou worden nagepraat; maar toen hij demarreerde moest de rest passen, dus toen dieselde hij maar door naar Roubaix.

Je voelt dat het begint te wennen, dat er vermoeidheid begint op te treden, bij de verslaggevers, analisten en bij jezelf. Wij willen strijd, tegenslagen, herrijzenissen en plotwendingen. Maar die zijn er bij Van der Poel allemaal niet. Hij fietst rechtstreeks naar huis, stort zelden in en zijn fiets vertoont zelden mankementen.

Over de auteur
Bert Wagendorp is voormalig sportverslaggever van de Volkskrant, oprichter van wielertijdschrift De Muur en auteur van wielerroman Ventoux. Hij schrijft wekelijks een sportcolumn. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

.

Stef Clement deed na afloop bij de NOS tegenover Dione de Graaff aan werkweigering: alles wat hij ter analyse had willen opmerken was volgens hem onderweg al naar voren gebracht door de commentatoren Lamain en Boogerd. En er viel al zo weinig te analyseren. Van der Poel ging vijf kilometer per uur harder rijden dan de anderen, tot die tot achter hun oren waren verzuurd en om genade smeekten. Om het af te maken gingen zijn twee maten bij iedereen die nog tegenspartelde in het wiel hangen. Tot zover de analyse.

Zeker in een rechttoe-rechtaan wedstrijd als Parijs-Roubaix is wielrennen een eenvoudige sport waarin degene die het hardst trapt wint. Alleen pech kon de logische gang der dingen verstoren, maar Van der Poel rijdt nooit lek en valt ook zelden. Hij weet niet eens hoe dat moet.

Internationale politiemacht

Het spannendste moment was zondag te danken aan de vrouw die probeerde Mathieu een vastloper te bezorgen door een petje in zijn achterwiel te gooien. Een internationale politiemacht is inmiddels naar haar op zoek.

Bij gebrek aan drama hebben we gelukkig de statistieken nog. Vroeger had je in het wielrennen maar één statistiek, namelijk het lijstje van winnaars door de jaren heen, maar statistici hebben ook die sport in hun greep gekregen, tot groot genoegen van de tv-commentatoren, die je ermee doodgooien.

Van der Poel was de achtste wereldkampioen sinds Kint (1943) die Parijs-Roubaix won. En, nog sterker, hij was na Van Looy (1962) de tweede wereldkampioen die ‘de dubbel’ (Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix) realiseerde. Tevens was Van der Poel de eerste Nederlander die tweemaal Parijs-Roubaix won, en zelfs de eerste Nederlander die Parijs-Roubaix tweemaal achter elkaar won. Helaas was zijn winnende solovlucht niet de langste in de geschiedenis (Tsjmil, 1994), maar er moeten uitdagingen overblijven. Wel was hij de snelste ooit na zichzelf (2023) en Van Baarle (2022).

Van der Poel ging aan de rand van de baan even lekker op zijn stang zitten om naar de sprint om de tweede plaats te kijken. Daarna zei hij dat hij had geprobeerd van de laatste kilometers te genieten, in het besef dat zijn hegemonie een keer zal eindigen. Dat moeten wij ons ook realiseren. Zo’n jongen, wat-ie allemaal doet, dat is niet normaal; ooit kijken we er met ongeloof op terug.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next