Normaal gesproken is het einde van de ramadan reden voor feest voor Palestijnen. Maar hoe kun je Suikerfeest vieren als er in Gaza zoveel omkomen van de honger, vragen Palestijnen in Jeruzalem zich af. ‘Iedereen staat op springen.’
Na zonsondergang is het doodstil bij de Damascuspoort, een van de toegangspoorten tot de Oude Stad van Jeruzalem. Een paar marktvrouwen pakken hun overgebleven koopwaren in kartonnen dozen en er haasten zich wat mensen door de poort. ‘Er valt dit jaar niet veel te vieren’, zegt een jongeman als hij gevraagd wordt naar het Suikerfeest van dinsdagavond, waarna hij snel doorloopt.
Het is tekenend voor de manier waarop Palestijnen deze ramadan hebben beleefd. Niet alleen de stilte op een plek waar het tijdens deze feestmaand ’s avonds normaal gesproken barst van het leven, met knipperende lichtjes, muziek, en kraampjes vol zoetigheden. Ook de schichtige blik van die jongen als hem naar de situatie wordt gevraagd, is veelzeggend.
Over de auteur
Sacha Kester is buitenlandredacteur van de Volkskrant en schrijft over België, Israël en de Palestijnse gebieden, en het Midden-Oosten.
‘Mensen zijn boos, en mensen zijn bang’, zegt een man die in een Arabische wijk boven op de Olijfberg woont. Voorheen was hij erg uitgesproken, maar de man is onlangs vader geworden (‘Mijn dochter is op 7 oktober geboren, en we hopen maar dat het een teken van hoop is: nieuw leven op een dramatische dag’) en wil absoluut niet met zijn naam in de krant.
‘Als mensen vroeger boos waren, gingen jongeren met stenen gooien, of werd er geprovoceerd door vlaggen van Hamas op te hangen’, vertelt hij. ‘Nu durft niemand iets te zeggen. De politie is overal, en grijpt keihard in.’ De man noemt voorbeelden van mensen die zijn gearresteerd omdat ze op sociale media hun zorgen hadden geuit over de stervende kinderen in Gaza, en van anderen die van de politie direct een klap kregen omdat ze blijkbaar net de verkeerde blik in hun ogen hadden.
Niet alle verhalen zijn te controleren, maar in sommige steegjes in de Oude Stad staan meer soldaten dan burgers. Bij de poorten naar de Al Aqsa-moskee, voor moslims de op twee na heiligste plek ter wereld, zijn inderdaad veel incidenten: geduw en gesnauw van soldaten, jonge mannen die eruit worden gepikt en van wie de identiteitsbewijzen nauwkeurig worden gecontroleerd, terwijl zij als makke lammetjes naar de grond staren totdat ze door mogen lopen of mee moeten komen.
‘Iedereen staat op springen’, zegt de eigenaar van een snoepwinkel, waar mensen zich verdringen om zoetigheid voor het Suikerfeest te kopen. De eigenaar wijst naar zijn klanten, die met plastic handschoenen aan in bakken vol felgele, groene, rode en oranje snoepjes graaien om ze in zakken te doen. Zijn personeel weegt de zakken en rekent af. ‘Nu is het druk, omdat het Suikerfeest voor de deur staat, maar ik heb deze ramadan zeker 85 procent minder klanten gehad dan normaal.’
Normaal gesproken is Jeruzalem tijdens de ramadan al een kruitvat, en incidenten waren al vaker aanleiding voor hevige conflicten. In 2021 bijvoorbeeld ontplofte de boel na confrontaties rond de Al Aqsa-moskee. Hamas schoot raketten af op Jeruzalem wat uitliep op een oorlog met Gaza, en enorme rellen in Israëlische steden waar Joden en Palestijnen samenleven.
Dit jaar loopt iedereen helemaal op eieren. Na de gruwelijke aanval van Hamas op 7 oktober vorig jaar zijn er bij de daaropvolgende oorlog in Gaza meer dan 32 duizend mensen omgekomen, is 82 procent van de bevolking in het gebied op de vlucht geslagen en verkeren honderdduizenden mensen in hongersnood. Uit angst voor rellen in Jeruzalem heeft de Israëlische regering de toegang tot de Al Aqsa beperkt: inwoners van de bezette Westelijke Jordaanoever komen hier tijdens de ramadan normaal gesproken massaal bidden, maar nu zijn alleen mannen ouder dan 55, vrouwen ouder dan 50, en kinderen jonger dan 10 welkom.
De Palestijnen zijn zelf ook niet in feeststemming. ‘Het is moeilijk om te vasten of te eten als er in Gaza zoveel mensen sterven van de honger’, zegt Aziz Rajbi, die in de Oude Stad voedselpakketten voor de armen inpakt en uitdeelt. ‘Dit jaar vieren we het Suikerfeest vooral voor de kinderen. Voor hen moet het gewoon doorgaan, maar wij kunnen niet echt blij zijn.’
De 72-jarige Nabil Ansari baat een restaurant uit op de helling van de Olijfberg, net naast de tuinen van Gethsemane, de plek waarvandaan Jezus werd weggevoerd door de Romeinen. Normaal gesproken staat het hier vol met bussen vol christelijke toeristen, maar nu is het leeg. ‘Sinds oktober zijn er geen toeristen meer’, zegt Ansari, die de piepende deur van zijn restaurant opent, het stof van een paar plastic stoelen veegt, en ze voor de gelegenheid even op het terras zet. Drie van zijn 24 katten kronkelen rond zijn benen, geven hem kopjes, en hopen op een stukje vlees dat hij even later inderdaad voor hen uit een vriezer haalt.
De familie van Ansari woont hier zeker achthonderd jaar, hij heeft een oude zwart-witfoto waarop zijn huis het enige gebouw is op deze flank van de Olijfberg: nog geen kerken, asfalt of horeca. Ook hij durft niet veel te zeggen over de situatie, en fluistert dat alleen God weet wat er gaat gebeuren. En de koffiekopjes, want daarin kan hij de toekomst lezen. ‘Nee, ik vertel niet wat daarin staat’, glimlacht Ansari. ‘Behalve dit: in de stad van de eeuwige vrede zal er altijd conflict zijn.’
Geselecteerd door de redactie
Terugtrekking Israëlische leger is stilte voor de storm
‘Veel Palestijnen in Jeruzalem willen niet met mij praten uit angst voor het leger’
Source: Volkskrant