Home

Verdachten Laatste Wil ontkennen betrokkenheid bij verstrekking Middel X: ‘Ik voel me als een crimineel behandeld’

Op de eerste dag van de rechtszaak tegen zeven leden van de Coöperatie Laatste Wil bekent één verdachte dat hij zelfdodingspoeder Middel X heeft verstrekt. Twee oud-bestuursleden voelen dat als ‘een dolkstoot in de rug’.

De eerste dag van de rechtszaak tegen de zeven leden van Coöperatie Laatste Wil (CLW) loopt bijna ten einde als er voor het eerst een verdachte ronduit en zonder dralen bekent. Het is Loek de L., een 80-jarige man uit Haarlem.

In de rechtszaal draait het dan al de hele dag om beschuldigingen rondom de verstrekking van zelfdodingspoeder Middel X. Zes verdachten hebben verteld hoe ze daarover denken in hun ‘openingsstatement’ – een nieuw fenomeen waarin verdachten zonder tussenkomst van de rechter mogen zeggen hoe ze hun eigen zaak zien. Tot nu toe heeft niemand hardop gezegd dat hij of zij het zelfdodingspoeder aan anderen heeft gegeven.

Maar zodra de zevende verdachte, De L., aan het woord komt, verandert dat. Hij is de enige die het openingsstatement overslaat. Als de vragen van de rechter komen, wordt meteen duidelijk dat hij zich heeft voorgenomen zo helder en eerlijk mogelijk antwoord te geven.

Over de auteur
Maud Effting is onderzoeksjournalist van de Volkskrant  en volgt alle ontwikkelingen rondom het vrijwillig levenseinde, euthanasie, zelfdoding en Middel X. 

Idealisme

‘Heeft u Middel X verstrekt?’, vraagt de rechter.
‘Ja’, zegt De L.
‘En verstrekte u Middel X ook in de huiskamergroepen?’,
‘Zeker’, zegt De L.

Het is een bijzondere zaak, heeft de rechter aan het begin van de zitting verteld. Alle zeven verdachten waren lid van Coöperatie Laatste Wil, de organisatie die strijdt voor zelfbeschikking bij het levenseinde, en allemaal zaten ze daar uit idealisme. Nu worden ze beschuldigd van deelname aan een criminele organisatie met als oogmerk hulp bij zelfdoding en in twee gevallen van verstrekking van Middel X – in een megastrafzaak die acht dagen zal gaan duren. Justitie zette er zwaar op in en luisterde er zelfs mensen voor af.

Aan de rechter beschrijft De L. hoe hij te werk ging. Aanvankelijk was hij huiskamerbegeleider, iemand gesprekken hield met leden van CLW over het levenseinde. Als leden het zelfdodingsmiddel in huis wilden hebben, bestelde hij het bij Alex S., de Eindhovenaar die hiervoor eerder werd veroordeeld tot 3,5 jaar cel, waarvan 1,5 jaar voorwaardelijk. Alex S. was de enige leverancier die hij kende, zegt De L.

Criminele organisatie

Later stopte De L. als gespreksleider en leverde hij alleen nog na persoonlijke gesprekken met mensen. Ook leverde hij op uitnodiging in andere huiskamergroepen, bij gespreksleiders die hem uitnodigden als spreker, en die hij kende en vertrouwde. Soms ging dat met acht porties tegelijk, vertelt hij. Wat de namen van die gespreksleiders waren, wil hij niet zeggen: over anderen praat hij niet.

Volgens justitie zou hij ten minste 640 porties Middel X hebben verstrekt. Bij alle pakketjes zat volgens De L. ook antibraakmiddel. Dat deed hij omwille van de zorgvuldigheid, vertelt hij. ‘Want als je het zonder antibraakmiddel neemt, dan krijg je een afschuwelijke dood’, zegt hij.

In verband met de beschuldigingen over het vormen van een criminele organisatie vraagt de rechter aan De L. of hij contact had met de twee oud-bestuursleden die vandaag ook terechtstaan: Jos van Wijk en Petra de Jong.

‘Nauwelijks’, zegt De L.
‘Hoe bedoelt u?’, vraagt de rechter.
‘Met Petra had ik nooit contact. Daar heb ik alleen op afstand naar gezwaaid. Met Jos heb ik twee keer gepraat.’ Waarover ze dan praatten? Eigenlijk weet De L. dat niet zeker meer, zegt hij, maar hij vermoedt dat het over de betrouwbaarheid van Middel X ging.

‘Volstrekt onterecht’

‘Heeft u Jos van Wijk verteld dat u verstrekt?’, vraagt de rechter.
‘Nee’, zegt De L. Hij zegt dat hij het alleen aan anderen heeft verteld, aan mensen die hier vandaag niet zijn.

Daarmee bevestigt L. de lezing die de twee oud-bestuursleden maandag geven. Zij stellen dat ze altijd binnen de kaders van de wet opereerden en dat ze altijd duidelijk hebben gezegd dat er binnen de CLW niet mocht worden verstrekt.

‘Jos van Wijk en ik zitten hier volstrekt onterecht’, zegt oud-bestuurslid Petra de Jong (70). ‘We zitten hier omdat een aantal mensen last had van een hulpverlenerssyndroom. Wij hebben daar nooit iets mee van doen gehad.’ Dat mensen ‘achter de rug van het bestuur om’ tóch blijken te hebben verstrekt, voelt voor haar als ‘verraad’, zegt ze. ‘Hoewel hun motieven wellicht nobel waren, en ik waardering heb voor de mens, verwerp ik hun handelen. (...) Ik ben verbijsterd, vol ongeloof, over de situatie waarin ik ben beland.’

‘Overdonderend’ telefoontje

Ook oud-voorzitter Jos van Wijk (76) zegt dat dit voelt als een ‘dolkstoot in de rug’. Het maakt hem boos, zegt hij, dat mensen de doelstellingen van CLW ondermijnden. Zijn stem stokt als hij praat over de manier waarop zijn persoonlijkheid door het strafrechtelijk onderzoek is veranderd. Van Wijk, een flamboyante flapuit, zegt dat het zijn ‘vrolijkheid en spontaniteit heeft aangetast’.

De boosheid van het bestuur ging zelfs zo ver dat ze leden royeerden. Maar volgens die leden was dat niet altijd terecht. Zo vertelt verdachte Erik van V. dat hij niet lang na het ‘overdonderende’ telefoontje waarin de politie vertelde dat hij werd verdacht van deelname aan een criminele organisatie, te horen kreeg dat hij geen lid meer mocht zijn van CLW.

‘Ik had het op prijs gesteld als Jos mij persoonlijk had gebeld’, zegt Van V. Na zijn jarenlange en intensieve inzet voor de coöperatie had hij dat wel verwacht. Want ook híj zegt onschuldig te zijn. ‘Ik had voor mezelf bepaald dat ik niet wilde verstrekken. Dat heb ik altijd nageleefd. Ik voel me als een crimineel behandeld.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next