Mexico daagt Ecuador voor het Internationaal Gerechtshof in Den Haag, na de bestorming van de Mexicaanse ambassade in Lima en de arrestatie van oud-politicus Jorge Glas door de Ecuadoraanse politie. ‘Een flagrante schending van een van de beginselen van het internationaal recht.’
Mexico spant bij het Internationaal Gerechtshof in Den Haag een zaak aan tegen Ecuador wegens het schenden van de Mexicaanse ambassade in de Ecuadoraanse hoofdstad Lima. De van corruptie verdachte voormalige vicepresident van Ecuador, Jorge Glas, werd daar vrijdag door de Ecuadoraanse politie uit de ambassade gesleurd, nadat commandotroepen het gebouw hadden bestormd.
Gewoonlijk heeft het Internationaal Gerechtshof in Den Haag jaren nodig om tot een oordeel komen. Waarschijnlijk gaat de procedure ook nu weer lang duren, maar in wezen zouden de rechters aan een half uurtje delibereren genoeg kunnen hebben, met theepauze en al.
Over de auteur
Rob Vreeken is correspondent in Istanbul voor de Volkskrant. Hij schrijft over Turkije, Iran, Israël en de Palestijnse gebieden. Voorheen specialiseerde hij zich op de buitenlandredactie in mensenrechten en het Midden-Oosten.
Wat de Ecuadoraanse autoriteiten hebben gedaan, is namelijk een flagrante schending van een van de meest onomstreden beginselen van het internationaal recht: de onschendbaarheid van diplomaten en diplomatieke missies. Die eeuwenoude praktijk werd in 1961 vastgelegd in het Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer.
‘De gebouwen van de missie zijn onschendbaar’, aldus artikel 22. ‘Vertegenwoordigers van de ontvangende staat mogen deze alleen betreden met toestemming van het hoofd van de missie. Op de ontvangende staat rust de verplichting (...) de gebouwen van de missie te beschermen tegen indringers en tegen het toebrengen van schade, en te verhinderen dat de rust van de missie op enigerlei wijze wordt verstoord of aan haar waardigheid afbreuk wordt gedaan.’
Die klip en klare tekst lapte de Ecuadoraanse president Daniel Noboa aan zijn laars, toen hij zijn troepen opdracht gaf Glas met geweld uit de ambassade te halen.
De reacties waren navenant. Mexico verbrak de diplomatieke betrekkingen met Ecuador en stapte naar het Hof in Den Haag. Vrijwel alle andere landen in Latijns Amerika – met linkse én rechtse regeringen – veroordeelden Ecuador in de scherpste bewoordingen. De VS en andere westerse landen volgden. Dit kán eenvoudig niet, is de algemene opvatting, wat Glas ook uitgevreten mag hebben. Diplomatieke onschendbaarheid is heilig.
De VN-website noemt het Verdrag van Wenen ‘de meest succesvolle van alle instrumenten’ van het internationaal recht. Dat succes is te verklaren uit doeltreffendheid en wederkerigheid: staten weten dat hun eigen diplomaten niet langer veilig zijn als de regels niet strikt worden gehandhaafd.
Vandaar dat die regels vrijwel nooit worden geschonden; het incident van vrijdag is een grote uitzondering. De gijzelingsactie in de Amerikaanse ambassade in Teheran in 1979 is wellicht een voorbeeld, hoewel dat formeel gesproken geen actie was van de Iraanse regering, maar van studenten. En in 1981 viel de Cubaanse politie binnen bij de ambassade van nota bene Ecuador, om enkele politieke vluchtelingen op te pakken. (De Amerikaanse aanval vorige week, op de Iraanse ambassade in Damascus, hoort in het rijtje niet thuis.)
Veel talrijker zijn de voorbeelden van het tegenovergestelde: personen die hun toevlucht zochten tot een ambassade, zonder dat het gastland ze kwam oppakken. Een klassiek voorbeeld is de Hongaarse kardinaal József Mindszenty, die na de mislukte anticommunistische opstand van 1956 asiel kreeg in de Amerikaanse ambassade in Boedapest. Pas in 1971 kon hij het land (en de ambassade) verlaten.
Bekend is ook de Nederlandse anti-apartheidsactivist Klaas de Jonge, die in 1985 door de Zuid-Afrikaanse politie werd gearresteerd, verdacht van wapensmokkel voor het ANC. Hij ontsnapte aan zijn bewakers en vluchtte het terrein van de Nederlandse ambassade in Pretoria op, maar werd daar alsnog weggesleept. Na protest van Den Haag bond Zuid-Afrika in. De Jonge kon terugkeren naar de ambassade, waar hij ruim twee jaar verbleef. Hij kwam vrij bij een gevangenenruil.
Activist Julian Assange verbleef vanaf 2012 zeven jaar in de ambassade van, opnieuw nota bene, Ecuador in Londen. Toen het er even op leek dat de Britse politie een inval zou doen, liet de regering van Ecuador weten ‘diep geschokt’ te zijn door de Britse suggestie de ambassade met geweld te zullen betreden. ‘Dit is een duidelijke schending van het internationaal recht en het Verdrag van Wenen.’
Extreme diplomatieke striktheid spreidde de Britse regering ten toon, toen in 1984 vanuit de Libische ambassade in Londen werd geschoten op een demonstratie tegen het Kadhafi-regime. Politieagent Yvonne Fletcher werd gedood. De ambassade werd omsingeld, maar de politie viel niet binnen. Na elf dagen werd het Libisch ambassadepersoneel – dus inclusief de dader – het land uitgezet.
En dan was er nog de Panamese dictator Manuel Noriega. Toen het Amerikaanse leger in december 1989 zijn land binnenviel om hem af te zetten, zocht hij zijn toevlucht tot de diplomatieke missie van het Vaticaan. Ook hier volgde een belegering. Om Noriega het leven zuur te maken, speelden de Amerikanen 24 uur per dag keiharde rockmuziek af rond de nuntiatuur.
Hun belangrijkste wapen was You Shook Me All Night Long van AC/DC; om te voorkomen dat Noriega eraan zou wennen af en toe afgewisseld met I Fought the Law van The Clash en Panama van Van Halen. Na tien dagen was Noriega zo horendol van de geluidsfolter, dat hij zich overgaf.
De Ecuadoraanse politie had vrijdag dus beter Highway to Hell van stal kunnen halen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant