De Myanmarese junta heeft in korte tijd twee keer een vernedering moeten slikken. Donderdag beschoten opstandelingen de zwaar bewaakte hoofdstad Naypyidaw met ‘een zwerm drones’. Zaterdag gaf een bataljon militairen in de grensstad Myawaddy zich over aan de rebellen.
Beide gebeurtenissen benadruken de precaire situatie waarin de junta, die drie jaar geleden in Myanmar de macht greep, verzeild is geraakt. Het gewapend verzet wint terrein.
Het leger is al verdreven uit grote gebieden in de staten aan de grens met India, Bangladesh, China en Thailand. De junta heeft daarbij tientallen dorpen en stadjes moeten prijsgeven, en moet toezien hoe de gelederen van het leger zelf stelselmatig worden uitgedund.
Over de auteur
Michel Maas is buitenlandredacteur van de Volkskrant. Eerder was hij correspondent in Oost-Europa en Zuid-Oost Azië.
Duizenden militairen zijn gesneuveld of gewond geraakt, anderen hebben zich overgegeven. Weer anderen zijn overgelopen naar de oppositie. De in het nauw gebrachte junta heeft aangekondigd dat zij de in 2010 ingevoerde wet op de dienstplicht gaat afdwingen. Daarmee wil zij zo’n 50 duizend militairen per jaar rekruteren.
De nood is zo hoog, dat zelfs staatloze Rohingya volgens de BBC zijn gedwongen om dienst te nemen in hetzelfde leger dat hun eigen dorpen in brand heeft gestoken.
De junta greep op 1 februari 2021 de macht, toen bleek dat de National League for Democracy (NLD) van oppositieleider Aung San Suu Kyi een verkiezingsoverwinning had geboekt die zo verpletterend was, dat ze een einde dreigde te maken aan de macht van de militairen.
Suu Kyi werd met haar naaste getrouwen gevangengezet. De restanten van de NLD richtten een ‘regering van nationale eenheid’ op, de National Unity Government (NDU), die donderdag de verantwoordelijkheid voor de drone-aanval op Naypyidaw opeiste.
Aanvankelijke massale protestdemonstraties werden genadeloos door het leger neergeslagen. Dat was het moment waarop veel jonge demonstranten naar de wapens grepen en begonnen terug te vechten. Ze vormden strijdgroepen die loyaal waren aan de NDU, en sloten zich aan bij etnische legertjes die vanuit grensgebieden soms al tientallen jaren tegen de militairen vochten.
In oktober 2023 begon een alliantie van drie van deze etnische strijdgroepen – uit de Shan-, de Chin- en de Rakhine-staat – een gezamenlijk offensief. De verspreide schermutselingen in Myanmar werden vanaf dat moment een openlijke oorlog, en die oorlog escaleert sindsdien steeds verder.
De gecoördineerde drone-aanval op Naypyidaw van afgelopen donderdag was een klap in het gezicht van de generaals zelf. De geïsoleerde hoofdstad waar zij zich altijd veilig hadden gevoeld, de stad waar juntaleider Min Aung Hlaing een week geleden nog een militaire parade afnam, werd ineens aangevallen met tientallen drones.
Zo’n 29 drones vielen simultaan het nationale militaire hoofdkwartier en de luchtmachtbasis Alar aan. Ook het huis van Min Aung Hlaing zou een doelwit zijn geweest. De drones richtten weinig schade aan, en militair gezien stelde de aanval niet veel voor, maar psychologisch moet de klap hard zijn aangekomen.
Minstens zo pijnlijk was de val van Myawaddy, zaterdag. Het 25 duizend inwoners tellende stadje ligt pal tegenover de Thaise grensplaats Mae Sot aan de rivier Moei, die beide landen scheidt. De brug tussen Myawaddy en Mae Sot is de belangrijkste landverbinding voor handel tussen Thailand en Myanmar.
Vrijdag veroverden troepen van de oppositie en van het etnische Karen-leger Thanganyinaung, ongeveer tien kilometer ten westen van Myawaddy. Het plaatselijk bataljon soldaten gaf zich over. Zaterdag capituleerde ook het laatste bataljon, in Myawaddy zelf.
Zondag landde een vliegtuig van Myanmar Airways op een vliegveld bij Mae Sot in Thailand. Het toestel was door de legerleiding gestuurd om 617 Myanmarezen op te halen – vooral officieren en hun gezinnen die uit Myawaddy waren gevlucht. Het vliegtuig vloog leeg terug. Niemand was komen opdagen. Uit Myawaddy kwam wel het bericht dat tal van militairen en hun gezinnen waren opgepakt, en gevangengezet in Shwe Kokko, twintig kilometer naar het noorden.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant