Home

Strafrecht, de grote ongelijkheidsmachine

Het congres ‘Ongelijkheid en de Strafrechtpleging’ bracht me onlangs terug naar m’n eerste colleges criminologie. Ik geef toe, decennia geleden, een cursus van een semester over ‘juvenile delinquency’– ik was een uitwisselingsstudent in de VS. Maar ik weet nog goed dat het toen alléén maar ging over de vraag waarom strafrecht toch zo opvallend discrimineert. Waarom zijn disproportioneel veel justitieklanten in het Amerikaanse jeugdrecht zwart? Was dit een reflectie van de sociale werkelijkheid of discrimineerden politie, rechtspraak en ‘jeugdhulp’ consequent op kleur en afkomst?

Decennia later in de bankjes van de Leidse universiteit bleek er niks veranderd. Er kwam wéér een optocht van onderzoekers met dito treurige statistieken voorbij. En hoe kan dát? Hooguit zijn ongelijkheid, ras en gender nu maatschappelijk zwaarder gaan wegen. In het debat dan. Nog niet in de realiteit van opsporing, zittingszaal, huis van bewaring of regelgeving. Strafrecht is nog steeds een ongelijkheidsmachine, met zeer eenzijdige selecties. Bedrijven mogen vervolging of straf veelal ‘afkopen’, burgers die frauderen met uitkeringen worden véle malen strenger bestraft dan belasting- of subsidiefraudeurs, detentie is consequent voor de sociaal meest kwetsbaren. Met ras, etniciteit, afkomst, matige verstandelijke vermogens en schulden als benadelende factoren.

Tijdens het congres waren er opvallend veel pessimistische observaties over rechters, politie en de beleidsmakers in de strafrechtketen. Met als rode draad: men wil het liever niet weten, liever niet horen en bij voorkeur ook niet laten onderzoeken. Behalve op eigen voorwaarden en mits niet verstorend voor de eigen agenda. En áls er dan ongelijkheid bewezen is, wordt liever genegeerd dat men daar ook zelf een rol in kan hebben. Bij voorkeur wordt verwezen naar ‘vluchtgevaar’ als oorzaak: die is hoger bij buitenlandse of dakloze verdachten. Of: ‘spreken vaak geen Nederlands’, dus ongeschikt voor taakstraf of verplichte cursusdeelname. ‘Hebben geen band met Nederland, dus niet ons probleem’. Dus eerder vergelding dan resocialisatie.

Maar is dat het hele verhaal? Wie zelf tot de norm behoort hoeft niet over zichzelf na te denken, was uiteindelijk de sleutel die op de dag paste. De observatie kwam van schrijver en antropoloog Sinan Çankaya, die na twee jaar cursusgeven aan rechters er teleurgesteld mee ophield. Hij kon niet tot hen doordringen, stuitte te vaak op weigeringen om de eigen maatschappelijke ‘standplaats’ mee te wegen. Hij vond ze defensief, gesloten dan wel juist het „hoogste woord nemend” en „geen tegenspraak duldend”. In het bijzonder de mannen, die overigens in de rechterstoga de minderheid vormen. Samengevat: ‘overidentificatie met de eigen groep’ die zich kleurenblind waant.

Çankaya promoveerde op etnisch profileren bij de politie en is gezaghebbend op etniciteit en ongelijkheid. Zeker drie sprekers problematiseerden die dag de rechtspraak die voor 98 procent wit, ouder, cultureel en sociaal homogeen is. En daarmee het contact met de doorsnee pluriforme samenleving mist. Maar ook met de gemiddelde collegezaal rechtenstudenten, waar het aandeel ‘anders’ tussen de 25 procent en de 60 procent schommelt – ik vroeg het na, om me heen. Ook de politie is ondanks decennia van pogingen minderheden te werven, nog vooral wit en conservatief. Agenten met een migratie-achtergrond worden intern veelal gewantrouwd – en nemen na een aantal dienstjaren teleurgesteld ontslag. Tot in 2010 werden vrouwen op ‘luisteren’ en ‘inleven’ geworven. De mannelijke aspirant moest kunnen ‘ingrijpen’.

Enfin. Wie dus een ‘niet-Nederlandse’ achtergrond heeft wordt vaker gedagvaard, heeft een hogere kans op een veroordeling, krijgt vaker voorlopige hechtenis, heeft een drie keer zo hoge kans op celstraf. „Mensen zonder Nederlandse nationaliteit krijgen 47 procent langere gevangenisstraffen dan mensen mét Nederlandse nationaliteit”, noteer ik. Het aandeel minderheidsgroepen in gevangenissen is drie keer zo hoog als in de bevolking. 66 procent van de gevangenispopulatie heeft een migratieachtergrond, tegen 26 procent van de bevolking.

Zou dat nou écht allemaal te verklaren zijn uit de individuele strafdossiers waarin logistiek, taal of ‘binding met Nederland’ de weg naar de cel plaveien? Of zien we hier óók discriminatie door het witte gezag? Hoe gekleurd is het recht eigenlijk? Maar vooral: waarom wordt er niet het grote probleem van gemaakt dat het is?

Ontvang wekelijks de beste stukken over veiligheid, misdaad en justitie

Source: NRC

Previous

Next