De Iraanse kennismigrant Amir, die in 2021 Nederland werd uitgezet omdat hij een gevaar voor de nationale veiligheid zou vormen, heeft met succes beroep aangetekend tegen die beslissing.
Volgens de Amsterdamse rechtbank is het ambtsbericht van inlichtingendienst AIVD, dat ten grondslag lag aan de beslissing van immigratiedienst IND om Amir voor twintig jaar de toegang tot de Europese Unie te ontzeggen, niet inzichtelijk en niet overtuigend.
Ook het onderliggende bewijs van de AIVD kan volgens de rechter ‘de conclusie dat eiser een gevaar voor de staatsveiligheid is, niet dragen’. De IND gaat tegen de beslissing in hoger beroep.
Over de auteur
Huib Modderkolk is onderzoeksjournalist van de Volkskrant, met als specialisatie cybersecurity en inlichtingendiensten. Hij schreef de boeken Het is oorlog, maar niemand die het ziet en Dit wil je écht niet weten
Het gebeurt zelden dat een rechtbank zo’n duidelijk oordeel velt over de gebrekkige bewijsvoering van een inlichtingendienst. Niet alleen vinden de rechters het bezwaar tegen het opgelegde inreisverbod van twintig jaar gegrond, ze stellen dat Amir nooit uitgezet had mogen worden vanwege de ‘geconstateerde gebreken’ in het ambtsbericht van de AIVD.
Advocaat Florimond Wassenaar, die ruime ervaring heeft met uitzettingen op basis van AIVD-informatie maar niet betrokken is bij deze zaak, is verrast door de stelligheid van de rechtbank. ‘De rechters laten geen spaan heel van de beslissing van de IND. Ze vinden duidelijk dat de AIVD broddelwerk heeft geleverd.’
De Volkskrant besteedde in 2023 aandacht aan de zaak van de Iraanse Amir – een alias – die in 2019 naar Nederland was gekomen. Ruim een jaar later werd hij benaderd door een operateur van de AIVD die hem vragen stelde over een Iraanse hackgroep. Er volgden verschillende ontmoetingen met deze AIVD’er die hem vroeg of hij bij de Iraanse hackgroep MuddyWater hoorde. Deze groep dringt voornamelijk in het Midden-Oosten bedrijven en overheden binnen en steelt informatie.
Amir ontkende dit naar eigen zeggen. Hij vertelde de operateur dat hij in Iran voor een onbekende klant aan software had gewerkt. En dat die code zou worden ingezet om terreurgroep Islamitische Staat te hacken. Het project was alleen nooit afgerond: Amir was voortijdig vertrokken.
Na drie gesprekken met de AIVD’er werd het contact beëindigd. Maar amper twee weken later ontving Amir een brief van de IND dat hij Nederland onmiddellijk diende te verlaten en een inreisverbod van twintig jaar zou krijgen. De reden: een ambtsbericht van de AIVD. De inlichtingendienst stelde dat Amir wél betrokken was bij MuddyWater en dat hij spionagemalware voor de groep had ontwikkeld.
De rechter gaat daar niet in mee. ‘Uit het ambtsbericht blijkt niet waar de betrokkenheid [bij MuddyWater, red.] uit heeft bestaan.’ Ook over het ontwikkelen van malware is de AIVD vaag, stelt de rechter. ‘De door de AIVD weergegeven feiten en omstandigheden roepen allerlei vragen op.’
De advocaat van Amir, Rosa Coene, is blij met de uitspraak. ‘De rechter is er duidelijk van overtuigd dat er geen enkele sprake is van een gevaar voor de nationale veiligheid.’
Voor het proces heeft de Amsterdamse rechtbank het onderliggende bewijs voor het ambtsbericht bij de AIVD mogen inzien. Amir en zijn advocaat hebben dat niet kunnen bekijken, waardoor zij in een lastige bewijspositie verkeerden. Volgens de rechters rechtvaardigt de onderliggende informatie evenmin de conclusie dat eiser een gevaar voor Nederland zou zijn.
Opvallend is dat de landsadvocaat, die tijdens de zaak optreedt namens de IND, ná het uitspreken van de uitspraak zich verzette tegen een van de inhoudelijke overwegingen van de rechtbank. Hij stelde dat de rechters zich daarin uitlieten over de inhoud van de onderliggende stukken en daarmee staatsgeheimen openbaarden.
De advocaat van Amir bestrijdt dat. Coene: ‘De informatie die de rechtbank aanhaalde, kan mijns inziens niet worden aangeduid als staatsgeheime informatie.De tegenpartij is op een buitengewoon intimiderende wijze te werk gegaan om te voorkomen dat informatie publiek zou worden.’
Coene vermoedt een ander motief. ‘Het lijkt erop dat zij wilden voorkomen dat bekend zou worden op welke zeer wankele basis de AIVD en IND tot een verstrekkende en onterechte conclusie zijn gekomen.’
Omdat de uitspraak al publiekelijk was gedaan, hadden de advocaat en Amir kennis van de geheimen, redeneerde de landsadvocaat. Zij mogen die informatie in het verdere proces niet meer delen en riskeren zelfs vervolging als ze dat wel doen.
De rechtbank heeft uiteindelijk de uitspraak, zonder gevolgen voor de beslissing, aangepast naar de wens van de IND en AIVD. Advocaat Coene heeft daar moeite mee. ‘De rechters hebben niets over de daadwerkelijke inhoud van het AIVD-dossier gezegd. Toch is mij nu de mond gesnoerd.’
Staatsrechtgeleerde Wim Voermans begrijpt die onvrede. ‘De manier van werken van de staat – waarom pas zo laat op de rem? – zet de hele procedure, de rechter en de advocaat onder haast oneigenlijk druk.’ Op deze manier, vreest hij, kan de AIVD ‘rechtsbescherming ontnemen aan kwetsbare partijen’.
De rechtbank Amsterdam zegt in een reactie dat er een fout is gemaakt en dat daardoor een deel van de uitspraak is komen te vervallen. ‘Als stukken geheim mogen blijven, mag de rechter uiteraard in de uitspraak niet (impliciet) verwijzen naar de inhoud. Dat is in deze zaak per abuis wel gebeurd.’
De landsadvocaat laat weten inhoudelijk niet op de zaak te kunnen ingaan, onder meer vanwege het komende hoger beroep.
Advocaat Wassenaar vindt het, gegeven de omstandigheden, onbegrijpelijk dat de overheid voor hoger beroep kiest. ‘De rechtbank heeft een fout gemaakt en daarmee de cliënt en diens raadsman in een ongebruikelijke positie gebracht.’ De overheid had die fout moeten erkennen, vindt hij. ‘De staat toont zich een slecht verliezer, ook al omdat er wel drie onafhankelijke rechters zijn geweest die vonden dat het prutswerk was wat de AIVD heeft geleverd. Het getuigt van goed bestuur als je je daar bij neer kan leggen.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant