Home

NK dieren opzetten boort nieuwe doelgroepen aan: ‘Ik doe dit juist omdat ik zo van levende dieren houd’

Dode dieren opzetten heeft als hobby of vak de stoffigheid afgeschud, bleek zaterdag op het Nederlands Kampioenschap Prepareren in Leeuwarden. ‘Met mijn preparaten wil ik laten zien hoe prachtig de natuur is.’

Een kokmeeuw naast een bakje patat, een slechtvalk die een stadsduif aan stukken scheurt, een koppel ravottende bunzings, een mistroostig kijkende moeflon; de collectie opgezette dieren die deze zaterdag staat uitgestald in het Natuurmuseum Fryslân kan met recht ‘bont’ worden genoemd.

Minstens zo divers is het publiek dat er vol bewondering aan voorbij trekt. Senioren in praktische tenues met onbestemde tinten worden geflankeerd door jonge mannen en vrouwen met neusringen en non-binaire kapsels. ‘Prachtige afwerking!’, klinkt het veelvuldig. En: ‘Leuk gedaan, die habitat!’

Hier, in hartje Leeuwarden, voltrekt zich vandaag het tweejaarlijkse hoogtepunt voor Nederlanders die er bedreven in zijn om dode dieren een tweede leven te geven: het Nederlands Kampioenschap Prepareren. Onder het motto ‘Zet hem op!’ worden prijzen uitgereikt aan ’s lands beste preparateurs, ook wel bekend als taxidermisten. Waar de genomineerden in het verleden een wat stoffige subcultuur vertegenwoordigden, maken ze tegenwoordig onderdeel uit van een alsmaar groeiende en hipper wordende scene van inmiddels honderden hobbyisten en professionals. Een scene bovendien die in internationale kringen veel waardering oogst.

Over de auteur
Robert van de Griend  is algemeen verslaggever van de Volkskrant en schrijft onder meer over polarisatie en radicalisering.

Het is de eer die telt

De ruim 150 inzendingen voor dit NK dingen mee in uiteenlopende categorieën, van ‘vogels klein’ tot ‘zoogdieren groot’. De jury kijkt naar de gehele anatomie van een ‘preparaat’, en deelt punten uit voor onder meer de stand van de ogen, de ligging van de huid en de kleuren van de veren of vacht. Ook met het decor waarin een dier is gesitueerd, de habitat, kunnen punten worden verdiend.

En dan is er nog het ‘goede smaak’-criterium. ‘Wanstaltige of shockerende inzendingen worden geweigerd’, aldus het wedstrijdreglement.
Voor het prijzengeld hoeven de preparateurs niet mee te doen, winnaars worden beloond met allerhande taxidermiegereedschap. Het is vooral de eer die vandaag telt.

Kort voor de uitreiking op de binnenplaats van het museum, kijkt jurylid Wesley Kevenaar (imposante baard, dito tatoeages) met een tevreden blik naar de gemêleerde menigte die op het kampioenschap is afgekomen.
‘Vroeger was taxidermie iets dat je associeerde met dat vieze beest bovenop de kast van je oma’, zegt Kevenaar, die werkt bij een preparateursbedrijf in Venlo. ‘Maar in de loop der jaren zijn de technische mogelijkheden steeds beter geworden, waardoor we steeds mooiere dingen kunnen maken.’

Familie Meiland

Wat zijn branche zeker goed heeft gedaan, denkt hij, is dat de interieurwereld zich de afgelopen tien jaar gretig op de opgezette dieren heeft gestort. Zeker in de hoek van de hipsters zijn er weinig huiskamers en koffiebarretjes te vinden zonder hertengeweien of ingelijste vlinders.

Zelf heeft Kevenaar een belangrijke bijdrage aan de sector geleverd met het prepareren van Bommel, de overleden bulldog van de bekende televisiefamilie Meiland. Zo’n anderhalf miljoen tv-kijkers zagen hoe de levensechte lobbes een vast plekje kreeg in de huiskamer van vader Martien. ‘Sindsdien is het aantal aanvragen voor het opzetten van huisdieren bij ons bedrijf toegenomen van tien tot honderd per jaar’, zegt Kevenaar.

De ontwikkelingen in zijn werkveld hebben ook geleid tot een nieuwe aanwas van preparateurs. ‘Voorheen was dit voornamelijk een mannenberoep, nu zie je steeds meer vrouwen.’

Met Bommel sleepte Kevenaar in 2021 het Europees Kampioenschap in de wacht. Het was niet voor het eerst en ook niet voor het laatst dat Nederlandse taxidermisten tot de besten van Europa werden uitgeroepen. In 2022 werd er zelfs succes geboekt bij het wereldkampioenschap in de Verenigde Staten.

Niet viezer dan wat bij de slager ligt

Zo ver is Janneke Vos (29) uit Zwartemeer nog niet. Voor haar is prepareren hoofdzakelijk een hobby, al hoopt ze er spoedig haar werk van te kunnen maken.
Vos doet dit jaar mee aan het NK met twee eksters die in een spiegel kijken. ‘Als kind verzamelde ik al vogelschedeltjes’, vertelt ze. Haar fascinatie mondde later uit in een studie biologie en een stijgende interesse in taxidermie. ‘Ik doe dit niet omdat ik zo van dode dieren houd, maar juist omdat ik zo van levende dieren houd. Met mijn preparaten wil ik mensen laten zien hoe prachtig de natuur is en hoe belangrijk het is dat we daar goed voor zorgen.’

Daphne Plugers (44) uit Heveadorp, die voor het kampioenschap een dwergmangoest op een rotsblok en een kop van een boerboel heeft ingezonden, is nu drieënhalf jaar professioneel preparateur. ‘Hiervoor ontwierp ik schoenen’, zegt Plugers. ‘Dus ik was al gewend om met leer te werken.’
Dode dieren villen en hun huid om een kunststof lichaam spannen, is toch net iets anders, erkent ze. ‘Ik heb eerst een cursus gedaan om te zien of mijn maag het wel zou houden, maar dat ging gelukkig goed.’ Ze krijgt de vraag regelmatig: is jouw werk niet vies? ‘Dat valt reuze mee. In elk geval niet viezer dan wat je bij de slager ziet liggen.’

Misverstanden

Er bestaan meer misverstanden over taxidermie, weet Plugers. ‘Sommige mensen denken dat wij dieren vermoorden om op te zetten. Maar wij werken alleen met dieren die op natuurlijke wijze of door een ongeluk om het leven komen, of als schadedier bejaagd worden. En daarbij zijn we aan strikte regelgeving gebonden.’

Als aan het begin van de middag de winnaars van het kampioenschap één voor één bekend worden gemaakt, verschijnt er bij Vos en Plugers al snel een grote glimlach op het gezicht. Ze worden beide tweede in de categorieën waaraan ze hebben deelgenomen.
De volgende dag vertelt Vos aan de telefoon welk dier ze het liefst nog eens zou prepareren. ‘Een honingdas, dat zijn zulke schitterende beesten. In Nederland zijn ze alleen in de dierentuin te vinden, maar ooit gaat er vast eentje dood.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next