In De wraak van A vecht theatermaker Aysegül Karaca tegen het conservatisme van de Turkse gemeenschap. Herkenbaar voor cultuurjournalist Ela Çolak, maar geldt dat ook voor andere Turks-Nederlandse vrouwelijke makers? Ze spreekt vier van hen over taboes van thuis en theater.
Moet ik dit wel opschrijven? Wat zullen mijn Turkse ouders denken als ze lezen dat ik, toen ik op kamers woonde, een losbandige student was? Of, nog erger: wat zullen hun conservatieve vrienden denken?
Dit zijn een paar van de terugkerende gedachten die ik heb als ik over mezelf schrijf, of het nu voor de krant is, zoals mijn recente verhaal over het toneelstuk Wachten op Godot van Samuel Beckett, of voor mijn boek in wording. Ook al ben ik 37 en zijn mijn ouders inmiddels een stuk milder, de sociale controle waarmee ik ben opgegroeid, in een provinciestadje in Twente, blijft me achtervolgen.
Over de auteur
Ela Çolak schrijft voor de Volkskrant over film en theater.
Door mijn ouders en grootouders werd me als tiener continu op het hart gedrukt dat ik me in het openbaar ‘netjes’ moest gedragen, niet brutaal mocht zijn en niet nieuwsgierig naar jongens. En ik mocht al helemaal niet kritisch spreken over onze familie of over religie. Kortom, ik moest te allen tijde voorkomen dat ik, of mijn familie, voer werd voor geroddel binnen onze Turkse gemeenschap. Of je nu uit een liberaal nest komt zoals ik, of streng religieus bent opgevoed, zoals de moedige schrijver Lale Gül, iedere jonge Turkse vrouw zal zich waarschijnlijk in deze opgelegde moraal herkennen.
Als ik als theaterrecensent stuit op de Turks-Nederlandse theatermaker Aysegül Karaca (33), die opgroeide met huiselijk geweld en nu te zien is in De wraak van A, is mijn interesse dan ook meteen gewekt. De uit Schiedam afkomstige Karaca koppelt in haar derde voorstelling de dominante mannencultuur waarmee zij is opgegroeid aan Antigone, een vrouwelijk personage uit de Griekse mythologie. Volgens Karaca de eerste vrouw in een Griekse tragedie, geschreven door Sophocles, die zich verzet tegen de regels en wetten die zijn bedacht door mannen.
Algauw denk ik: worstelt Karaca met dezelfde angsten als ik? Zou ze als kunstenaar veel tegengas krijgen vanuit haar familie en de Turkse gemeenschap, als ze onderwerpen aankaart als huiselijk geweld en de patriarchale cultuur? En hoe zit dat met ander Turks-Nederlandse actrices en theatermaaksters? Of ben ik ze nu zelf over één kam aan het scheren? Ik besluit het ze te vragen in een groepsgesprek.
Bij Podium Mozaïek in Amsterdam, waar Karaca bij het theatergezelschap Rast aan haar nieuwe voorstelling werkt, komen we met vijf vrouwen in een lege studio bijeen. De meeste kennen elkaar, de sfeer is meteen gemoedelijk en nog voordat het interview begint, praten ze geanimeerd over hun huidige toneel- en televisieprojecten. Naast Karaca zit ik in een kring met theatermaker, acteur en regisseur Ayla Çekin Satijn (29), Evrim Akyigit (47), een doorgewinterde toneelspeler die momenteel ook te zien is in de populaire televisieserie Oogappels, en Gonca Karasu (39), die dit jaar naast Jim Bakkum schittert in de geprezen voorstelling Showmeister.
Karaca, die ook in haar vorige voorstellingen vertelde over haar agressieve vader, heeft duidelijk haar roeping gevonden. Of haar werk nu felle kritiek oplevert van andere Turkse Nederlanders of niet, ze móét in bevlogen, muzikale solo’s haar hoogst persoonlijke en schurende verhalen delen. Dat is voor haar de voorwaarde om tot elkaar te komen, zowel binnen de Turkse gemeenschap als daarbuiten.
Karaca: ‘Na iedere opvoering van Ik zie ik zie, wat jij niet ziet, mijn eerste voorstelling die vooral over mijn ouders en hun ruzies gaat, ging ik de foyer in. Ik heb toen heel veel huilende vrouwen gesproken. Die zeiden: ik ben zo blij dat je dit doet, ik kom binnenkort nog een keer naar je kijken. Dat waren overigens niet alleen vrouwen met een Turkse achtergrond, ook autochtone Nederlanders. Toen dacht ik al: ik ben goed bezig.’
Karaca, die een visuele beperking heeft waardoor ze nu 20 procent ziet, kreeg hierna de gebruikelijke opmerkingen te horen vanuit haar Turks-Nederlandse omgeving: ‘Ze is slecht bezig’, ‘ze hangt de vuile was buiten’, ‘ze is ontspoord’. Logisch, zegt ze, wanneer je de mannen van haar vaders generatie en ook de jongere generaties een spiegel voorhoudt. Met name degenen die denken dat je op een onderdrukkende manier met vrouwen om kan gaan en tikken mag uitdelen.
Karaca offert zichzelf daarom naar eigen zeggen op het podium op, zodat deze problemen openlijk worden besproken. ‘Ik denk dan: prima dat ik in jullie ogen de slechterik ben. Ik weet dat ik dat niet ben. Ik doe dit niet uit kwade wil, maar met goede bedoelingen. Ik wil mensen die deze problematiek niet kennen inzichten geven, en mensen die dit wel kennen een gezicht geven. Dat is altijd mijn ambitie geweest. Ik heb nooit haat willen zaaien en conflictsituaties willen creëren, ik wil juist mensen samenbrengen.’
Ayla Çekin Satijn wil nog even stilstaan bij het feit dat Karaca na eerdere voorstellingen geëmotioneerde vrouwen uit verschillende milieus heeft gesproken (‘Zet dat maar in de voetnoot!’). Beiden vinden het belangrijk dat er in dit stuk wordt benadrukt dat geweld tegen vrouwen in alle culturen en in alle lagen van de samenleving voorkomt.
Çekin Satijn: ‘Toen dit interviewverzoek kwam en ik zag dat het over huiselijk geweld ging, dacht ik wel: wacht, wat gaan we de wereld insturen? Want er heerst ook een stigma op Turkse vrouwen. Enerzijds willen we onze waarheid vertellen, onszelf helen, anderen een hand reiken en zeggen: ‘Je bent niet alleen.’ Maar tegelijk willen we niet het clichébeeld van de onderdrukte Turkse vrouw voeden, toch? Want onderdrukking en huiselijk geweld zijn níét cultureel bepaald.’
Karaca knikt en beaamt dat er veel stereotiepe Turkse rollen worden geschreven. Alle vier vinden dat er een nadruk ligt op dezelfde verhalen met dezelfde karikaturale personages (zoals in de film De Tatta’s, om maar een recent voorbeeld te noemen). Karaca: ‘Maar ik denk ook: dit is blijkbaar nodig om iets op te bouwen. Zodat we elkaar gaandeweg in het midden kunnen ontmoeten en er meer gelaagde rollen kunnen komen.’
Çekin Satijn houdt zich op een iets minder biografische manier dan Karaca bezig met theater maken, maar maakt zich door middel van televisie en films opvallend hard voor diversiteit binnen de Turks-Nederlandse gemeenschap. Toen ik haar eerder interviewde naar aanleiding van een toneelstuk van het theatercollectief Club Lam, viel me al op hoe onbevreesd ze is – in mijn ervaring een zeldzaamheid in Turkse kringen. Zo zag ik Çekin Satijn in de voorstelling Rubens meisjes, die onder andere over het vrouwelijk schoonheidsideaal en de bijbehorende male gaze gaat, in strakke huidkleurige kleding op het podium haar rondingen onthullen.
En dan is er nog de Netflix-serie Anne+, waarin Çekin Satijn een in mijn ogen een opzienbarende rol heeft. In het laatste seizoen is te zien hoe ze als Turkse queer vrouw een vrijt met een andere vrouw. Sinds de meesterlijke film Gegen die Wand (2004), van de Duits-Turkse filmmaker Fatih Akin, had ik op een scherm geen seksscène meer gezien met een Turkse vrouw, laat staan een lesbische. Twee taboes werden voor mijn ogen in een klap doorbroken.
‘Daar heb ik wel buikpijn van gehad, hoor’, zegt Çekin Satijn, die een Nederlandse moeder en een Turkse vader heeft. ‘Ik kreeg er echt stress van, omdat ik dacht: wat als dit mijn familie bereikt? Intussen weet iedereen dat ik queer ben, voor Anne+ was ik ook al wel uit de kast, maar ik hing het niet aan de grote klok. Mijn familie zag dat de serie uitkwam en ze gingen allemaal kijken, maar ik denk dat ze die ene scène wel hebben doorgespoeld. Ze hebben er niks over gezegd.
‘Voor de rest heb ik alleen maar positieve reacties ontvangen. Vanuit België, waar ik ben opgegroeid, vanuit Nederland, eigenlijk wereldwijd. Mensen schreven me: ‘Wow, ik heb nog nooit een Turkse queer vrouw gezien. En ook veel mensen zeiden: ik heb nog nooit een vrouw met een vol lichaam in zo’n scène gezien. Dat zijn ook dingen waar ik voor sta en voor wil werken, dat dat gewoon een gegeven wordt.’
Wat stiekem wel helpt bij het spelen van kwetsbare scènes, zeggen zowel Karaca als Çekin Satijn, is dat hun vaders verder weg wonen. Karaca’s vader in Turkije, die van Çekin Satijn in België. Akyigit en Karasu hebben zelfs amper familie in Nederland wonen. Is dat het recept voor zorgeloos acteren en theater maken als Turks-Nederlandse vrouw? Meer afstand tot je familie? Niet per se, zegt Gonca Karasu. ‘Ik heb in Istanbul veel familie en uiteindelijk bereikt wat ik hier doe hen ook wel, hoor. Dus als ik een keer een naakt- of een vrijscène zou hebben, dan zit dat wel altijd in mijn achterhoofd. Dat speelt mee.’
Evrim Akyigit vult aan: ‘Ik heb tweeënhalf jaar geleden in een voorstelling gespeeld, waarin ik een vrijscène moest spelen van drie minuten. Toen zei ik tegen mijn moeder: ik vind het niet erg als je niet komt kijken. En toen zei ze: ‘Oké, deze sla ik even over.’ Dat was alles. Maar ik denk dus dat het sowieso moeilijk is om je eigen kind in zo’n scène te zien, ongeacht je afkomst.’
Een ander opvallend project van Çekin Satijn is de korte dramafilm Beş. In de film, die in 2021 te zien was op het Nederlands Film Festival, gaat een jonge vrouw naar een Turks hennafeest van een aanstaande bruid. Het jonge hoofdpersonage is ook queer, maar door haar vooroordelen over de andere Turkse aanwezigen, denkt ze dat die haar niet zullen accepteren.
Çekin Satijn: ‘Dat deed ik ook; ik oordeelde ook over anderen. Kijk, in mijn familie wordt niet alles openlijk besproken, waardoor de acceptatie van mijn geaardheid soms een beetje vaag voor me werd. Totdat ik op een dag het besluit nam om mijn liefdespartner aan mijn familie te introduceren. Toen besefte ik dat ze er helemaal oké mee waren en dacht ik: ik mag er gewoon zijn. Dat is het uitgangspunt van de film. Maar wat ik ook graag wilde laten zien met de film Beş, is dat er heel verschillende Turkse vrouwen bestaan. Je ziet er een met tattoos, je ziet er een die rookt. Hier kennen we alleen maar het rustige type met zwart haar en donkere ogen. Maar er zijn zelfs rossige Turken met blauwe ogen!’
Akyigit: ‘Precies, maar mensen willen graag alles in hokjes stoppen, anders snappen ze het niet.’
Karasu: ‘Waar we naartoe moeten, is dat het een gegeven is dat je en Turks en queer bent, zowel in een stuk als in het dagelijks leven. Dat het niet een ‘probleem’ is. Terwijl we dat vaak nog steeds zien in stukken die gemaakt worden over mensen met een biculturele achtergrond. Turks zijn gaat altijd gepaard met een probleem. Maar daar moeten we écht vanaf, ik ben er zo klaar mee.’
En dan barst ineens de discussie los over typecasting – een heikel onderwerp waar vooral Akyigit en Karasu naar eigen zeggen al heel lang tegen strijden. Temeer omdat ze zich vooral richten op acteren en niet zozeer zelf toneelstukken en films maken, zoals Karaca en Çekin Satijn.
Akyigit, een kind van politieke vluchtelingen, is atheïstisch opgevoed en herkent zich totaal niet in het beeld dat vaak van Turkse vrouwen wordt neergezet. ‘Ik heb de hele tijd moeten vechten tegen het beeld van een stereotiepe Turk, met alle vooroordelen die daarbij komen kijken. Die moest ik de hele tijd ontkrachten: ik ben nog vrijer dan de meeste Nederlanders!
‘Mensen in mijn vakgebied zeiden ook vaak tegen me: jij moet iets doen met jouw achtergrond. Terwijl ik dacht: ja, maar ik ben geen actrice geworden om alleen maar Turkse rollen te spelen. Ik ben hier opgegroeid, ik ben Turks-Nederlands, ik moet alles kunnen spelen. Ik moet ook Antigone kunnen spelen, of gewoon een Nederlandse buurvrouw.’
En zo geschiedde: voor het eerst in haar dertig jaar durende carrière speelt Akyigit een rol waarbij het er volgens haar niet toe doet wat haar achtergrond is: Hannah, in de televisieserie Oogappels. Dus ja, er is een verschuiving gaande, zegt Akyigit, ‘maar we zijn er nog lang niet.’
Ook Karasu waakt voor stigmatiserende rollen, maar zegt dat ze nu en dan best een Turkse rol op zich wil nemen, mits het een gelaagd en origineel personage is. Zoals haar rol in Fresh young gods van regisseur Eric de Vroedt, waarin Karasu de cokesnuivende feestende dochter van president Erdogan speelde. Karasu: ‘Die rol is allesbehalve clichématig, dus dat wil ik dan best een keer spelen. Maar zulke rollen zijn helaas nog schaars.’
Meer dan over kritiek vanuit de familie of gemeenschap, hebben de vrouwen sterke opvattingen over de theater-, film- en televisiewereld die inclusiever moet worden. De kritiek lijkt hier slechts bijzaak. Karaca krijgt het zo nu en dan te horen, maar ook zij schudt het ogenschijnlijk makkelijk van zich af. Af en toe levert het misschien wat verwarring of ergernis op, maar het belemmert hen duidelijk geen van allen in hun werk – en ik merk dat dit mij inspireert om gewoon door te gaan met het schrijven van mijn non-fictieboek.
Maar wat me vooral verrast en blij maakt: hun eigen uiteenlopende verhalen. Ik realiseer me daardoor ook hoe weinig verschillende Turkse mensen ik eigenlijk ken, dat ik ook maar in een bubbel ben opgegroeid met traditioneel gezinde Turken. Deze ochtend vertellen Turks-Nederlandse vrouwen me voor het eerst over hun atheïstische ouders, de lesbische liefde, acteren met een visuele beperking. Verhalen van vrouwen die hun gemeenschap op een veelzijdige manier gerepresenteerd willen zien in films, op televisie en in het theater. En als die rollen er niet zijn, dan zorgen sommigen er zelf voor dat die worden gecreëerd.
‘Dus je was als student een feestende kettingroker?’ zei mijn broer laatst tegen me op zijn verjaardagsfeestje, vlak nadat mijn stuk over Samuel Beckett was gepubliceerd. Natuurlijk, dat is het énige uit het hele artikel dat hij heeft onthouden, dacht ik. Ik glimlachte, hij knipoogde naar me – en dat was alles.
De wraak van A door Theater Rast. Regie Moniek Merkx. Landelijke tournee t/m 28/4.
Het verhaal van Antigone, een vrouwelijk personage uit de Griekse mythologie dat in opstand komt tegen de mannelijke heersers, vormt het uitgangspunt van De wraak van A, de derde muzikale solovoorstelling van Aysegül Karaca (33). De Turks-Nederlandse Karaca, die opgroeide in Schiedam, maakte eerder de autobiografische voorstelling Oogentroost, waarin ze onder andere vertelt over haar agressieve vader en hoe het is om te leven met een visuele beperking (Karaca ziet nog 20 procent). Voorafgaand aan haar nieuwe voorstelling, organiseert Karaca speciale meet & feels voor mensen met een visuele beperking.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant