Home

Anne Mieke Backer verzon een vriend: ‘Ik dacht: straks ben ik 30. Ik heb geen oeuvre, geen inkomen, geen zielsverwant’

Wie was toch die man die treinreizigers begin jaren tachtig steeds achter het raam van een Rotterdams brugwachtershuisje zagen? Met een tentoonstelling en een boek komt er nu eindelijk antwoord.

Zeven seconden hadden de treinreizigers de tijd om hem te zien. Nadat ze, vanuit het zuiden komend, over de eerste twee spoorbruggen in Rotterdam waren gereden, kwam er nog een derde, die over de Wijnhaven lag. Vlak daarnaast stond een torentje, dat alleen over water bereikbaar was. Daarin woonde hij.

Zijn naam was Ullrich von Tuzzi en hij kwam uit Wenen. In 1981 had hij zijn intrek genomen in het voormalige brugwachtershuisje. Dagelijks konden zo’n 20 duizend forenzen en andere passagiers een blik werpen op zijn beslommeringen. Hoe hij het torentje opknapte en zijn verhuisdozen uitpakte. Dat hij achter een raam zat te werken. Dat een verpleegster aanbelde en hij de dag daarna een mitella droeg.

Over de auteur
Michiel Kruijt is kunstredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft voornamelijk over fotografie en de zakelijke kant van de kunstwereld.

De reizigers die aan de goede kant van de coupé zaten – en dat werden er steeds meer – zagen ook een amoureuze relatie opbloeien. Een vrouw omhelsde hem. Een diner met kaarslicht volgde. De teleurstelling moet groot zijn geweest toen het raam van het torentje in 1982 opeens was dichtgespijkerd en Von Tuzzi was verdwenen.

Fantuzzi

Polaroidfoto’s van zijn verblijf worden nu tentoongesteld in Chabot Museum Rotterdam onder een toepasselijke titel: De gedroomde vriend. De Oostenrijker was een wassen beeld dat anderhalf jaar lang in allerlei standen is gezet door de Rotterdamse kunstenaar Anne Mieke Backer. Zij vertolkte ook de vrouwenrollen. ‘Elke dag maakte ik een nieuw tafereel’, zegt ze ruim veertig jaar later. ‘Om het kunstproject geloofwaardig te laten zijn, moest het consequent worden uitgevoerd.’

Backer was in de twintig toen ze haar metgezel verzon. ‘Ik dacht: straks ben ik 30. Ik heb geen oeuvre als kunstenaar. Ik heb geen inkomen. Ik heb geen zielsverwant.’ Wat haar ook inspireerde: de twee ingebeelde vriendjes uit haar jeugd. ‘Volgens psychologen helpen die ons in bepaalde fasen door het leven.’ Zo werd Von Tuzzi geboren. De achternaam is een woordspeling op het woord ‘fantasie’.

Armzalig krot

Het torentje, een overblijfsel van een weggehaalde draaispoorbrug, was eigendom van de Nederlandse Spoorwegen. Die wilden pas na een stortvloed aan verzoeken de leegstaande ruimte aan Backer verhuren als atelier. Aan het Rotterdams Dagblad vertelde ze iets anders, haar kunstenaarsplan: dat ze het brugwachtershuisje wilde behouden als erfgoed en dat ze in Wenen een mecenas had ontmoet, Von Tuzzi, die daar in ruil voor financiële steun wilde wonen.

Tot haar verbijstering stond er daarna een ingezonden brief in de krant van ‘Von Tuzzy’. Daarin stelde hij dat hem een ‘riante werkruimte’ was beloofd, maar dat het torentje een ‘armzalig krot’ is dat hij door een ‘wurgcontract’ niet had kunnen weigeren. Backer, anno 2024: ‘Ik heb nog steeds geen flauw idee wie die brief heeft geschreven.’

De klacht van Von Tuzzi was ook de NS niet ontgaan. Backer werd op het hoofdkantoor ontboden en kreeg de wind van voren. Ze had het torentje tegen de afspraak in onderverhuurd en dat ook nog voor schandalig veel geld. Haar verweer dat het om een fictieve persoon ging, werd niet geloofd. Het duurde even voordat het goedkwam tussen haar en de Spoorwegen.

Steeds meer wijnflessen

De Wijnhaven was begin jaren tachtig een ‘rommelgebied’, aldus Backer. Er lag een ‘slordige vloot varend materieel’. De panden daaromheen stonden veelal leeg, in afwachting van sloop. ‘Iedereen ging er zijn eigen gang.’ Von Tuzzi was een gedistingeerde heer toen hij het brugwachtershuisje betrok, maar verloor onder invloed van zijn omgeving langzaam zijn vormelijkheid. Er kwamen steeds meer lege wijnflessen rond het torentje te staan. Backer: ‘Ik was altijd aan het scharrelen bij restaurants. Om ze te verzamelen.’

Ze had Pieter van Oudheusden, een duizendpoot die ook een goede fotograaf was (hij overleed in 2013), de opdracht gegeven om het hele project vast te leggen. Een paar jaar geleden vond ze de door hem gemaakte polaroids weer. ‘De kleuren en de dromerigheid daarvan pasten perfect bij het project.’ Omdat dit type foto’s snel veroudert, kreeg ze het advies om die te laten digitaliseren. Het verrassend mooie resultaat heeft geleid tot een museale tentoonstelling, een fotoboek, een essay met herinneringen en een verkoopexpositie bij de Rotterdamse galerie Weisbard.

Echte vriend

In het Chabot Museum is ook te zien hoe het verhaal tot een einde kwam. ‘Ik was een beetje geschrokken van wat mijn eigen fantasie allemaal opriep’, verklaart Backer. ‘Von Tuzzi kreeg post toegestuurd en een taxichauffeur vertelde dat hij hem dronken in de auto had gehad. Iedereen verzon er zelf wat bij.’ Er was nog een reden om te stoppen: ze kreeg een echte vriend, die nog steeds haar partner is.

Von Tuzzi zou nog een keer terugkeren: in 1993, vlak voor de afbraak van het Luchtspoor, het treintraject dwars door Rotterdam. Hij zag vanuit het brugwachtershuisje, met een glas cognac in de hand, de laatste wagons over de Wijnhaven rijden. Voortaan zouden die de nieuwe Willemsspoortunnel nemen. Bij de aanleg daarvan was het torentje steen voor steen afgebroken. Daarna was het weer opgebouwd, op de oude plek, waar het nog steeds staat. Als eerbetoon aan wat fantasie vermag.

De gedroomde vriend, Chabot Museum Rotterdam, t/m 2/6. Bij de expositie is een fotoboek verschenen, The Imaginary Friend, Uitgeverij de Hef, € 49,90, en een essay van Anne Mieke Backer, De gedroomde vriend, Stichting Historische Publicaties Roterodamum, € 7,50.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next