Na een solo van bijna 60 kilometer heeft Mathieu van der Poel zondag voor de tweede keer op rij Parijs-Roubaix gewonnen, een week na zijn overwinning in een ander wielermonument, de Ronde van Vlaanderen.
Dat de Nederlander op enig moment zou aanvallen, was gedurende de hele koers van 260 kilometer duidelijk. Op elk van de 29 kasseistroken van in totaal ruim 55 kilometer was de regenboogtrui van de wereldkampioen vooraan te zien.
Voortdurend was hij ook omgeven door ploeggenoten van Alpecin-Deceuninck. Hij had voral steun van Gianni Vermeersch, wereldkampioen gravelbike, en Jasper Philipsen, die met hulp van Van der Poel in maart het eerste monument, Milaan-Sanremo won.
Over de auteur
Robert Giebels is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft over wielrennen en Formule 1.
Vooraf was uitgekeken naar de aanloop van de zwaarste kasseistrook, die door het Bos van Wallers. Om de snelheid wat te dempen waarmee de renners op de enorme keien van deze strook 19 komen, was deze 121ste editie van Parijs-Roubaix een vertragende chicane aangelegd. Die leek goed te voldoen, al stonden een paar renners van de kopgroep er bijna stil.
Eenmaal op de kasseistrook op 96 kilometer van het einde reed Van der Poel de rest uit het wiel, maar om er alleen vandoor te gaan vond hij nog te vroeg. Hij regisseerde het zo dat de kopgroep waarmee hij het Bos indook, na die kasseistrook weer bij elkaar kwam.
Opvallend: waar iedereen ergens in de koers wel lek reed, een schuiver maakte of uit de bocht vloog, fietste Van der Poel foutloos rond. Met een luchtdruk in de banden van 3 bar reed hij ook geen enkele keer lek. Een petje dat door een toeschouwer doelgericht naar zijn achterwiel werd gegooid, deerde hem evenmin.
Op de 13de kasseistrook van het einde, de met drie sterren toebedeelde, dus gemiddeld moeilijke Orchies, scheurde Van der Poel voorbij de kopgroep waarin hij zat. Zijn ploeggenoten zaten vooraan en hielden de benen stil, waardoor hun kopman meteen een groot gat sloeg.
Binnen tien kilometer had de man met rugnummer 1 een minuut voorsprong en weer 15 kilometer later kwam hij op 2 minuten. Dat was in die fase ook de verdienste van zijn ploeggenoten die elke uitvalspoging van de concurrentie smoorden door zich in het achterwiel van de vluchter te nestelen.
De ontmoedigingscampagne van Alpecin-Deceuninck sorteerde succes: het was voor de tegenstrevers van Van der Poel duidelijk dat een tweede plek het hoogste haalbare was.
Zijn solo van 59,7 kilometer was driehonderd meter korter dan de langste winnende solo in ‘Roubaix’ tot dusver. Andrei Tchmil, die achtereenvolgens de Russische, Moldavische, Oekraïense en Belgische nationaliteit had, kwam in 1994 na 60 kilometer alleen te hebben gereden, winnend op de wielerbaan van Roubaix.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant