Home

‘Elke keer als ik dat kleintje met zijn Guns N’Roses-rompertje uit de crèche haalde, dacht ik: hier had mijn broer moeten staan’

Van het ene op het andere moment was Bonne, de broer van Annemarie, er niet meer. Een week later werd zijn zoontje geboren. De komst van haar neefje bracht Annemarie vreugde, maar ook schuldgevoel en onmetelijk verdriet.

Annemarie Postma (39, basisschoolleraar en freelance sportjournalist): ‘Mensen hebben geen idee. ‘Ik ben blij dat je er weer gelukkig uitziet’, zei iemand – daarin klinkt dan opluchting door. Nee, denk ik dan. Er zijn heus weer leuke momenten, maar ik ben kapot. Mijn ouders zijn kapot, ons gezin is kapot en het wordt nooit meer heel, hoe denk je dat ik gelukkig kan zijn? Ik spreek het niet uit, nee, dat hou je voor jezelf. Er zijn heel wat avonden met vriendinnen geweest zonder dat het met een woord over mijn broer ging. Terwijl ik ondertussen aan niets anders dacht – het is net alsof je in twee parallelle werelden leeft.

‘Bonne was mijn grote broer, vier jaar ouder dan ik. Dat scheelt veel als je 8 en 12 bent, we hebben volop met elkaar in de clinch gelegen, maar eenmaal volwassen konden we het ook heel leuk hebben met elkaar. Elke zondag gingen we bij onze ouders eten, in Amsterdam aan het IJ. We keken met zijn vieren Studio Sport en dan liepen we samen naar huis. Hij woonde vlakbij – een ras-Amsterdammer, zelfs voor vakantie kwam hij niet buiten de ringweg, zo verknocht was hij aan de stad. Op een dag, hij was toen 40, vertelde hij dat hij en zijn vriendin een kind zouden krijgen. Ik schoot in de lach: voor mij was hij nog gewoon die broer met activistische posters aan de muren, die jongen die van Metallica en Guns N’ Roses hield. Maar hij vond het fantastisch om vader te worden. Hij ging de Rolls-Royce onder de kinderwagens kopen, hij las al boeken voor aan de buik. En ik kocht meteen rompertjes, zou gaan oppassen; we verheugden ons allemaal enorm op het kind.

Leven na de dood is een rubriek in Volkskrant Magazine over rouwen en leven. Reacties: e.vanveen@volkskrant.nl

‘Hier, kijk, ik heb een filmpje van Tussen kunst en kitsch waarin hij te zien was, met zijn vriendin die toen al hoogzwanger was, hij wrijft glimmend van trots over haar buik. Toen het werd uitgezonden, was hij al overleden. Van de ene op de andere dag was hij weg.

In elkaar gezakt

‘Mijn vader fietste bij toeval door zijn straat toen hij daar brandweer en politie zag staan. Hij dacht nog: het zal toch niet – maar het was voor Bonne. Hij was in elkaar gezakt bij het versjouwen van een kast voor de babykamer. Op de spoedeisende hulp werd al snel duidelijk dat het zijn hart was. Ik was erbij toen ze zo’n schokmachine op zijn borstkas zetten, iemand zei: ik denk dat je dit wel wilt zien. Ik weet niet waarom, misschien zeiden ze het voor de verwerking later, hij is in elk geval niet meer bijgekomen. Al zijn aderen bleken verkalkt. Iedereen was verschrikkelijk lief daar in het ziekenhuis, ze zeiden: raak hem maar aan. Ik aaide zijn haar, hij was zo prachtig, in de gloed van de avondzon aan het raam. Ik dacht: jezus, waar ben ik naar aan het kijken?

‘Bij zijn begrafenis hielden de bezoekers fakkels in de lucht en er klonk Guns N’ Roses door de speakers, met vijf vrienden hebben we hem naar zijn graf gedragen. Ik weet nog dat ik met mijn ouders en schoonzus blij was dat we een mooi plekje voor hem hadden gevonden, aan de rand, met geluiden van de speeltuin en het spoor erachter. Nu denk ik: wat een achterlijke zooi, hè, dat je daar dan blíj mee bent.

‘Een week later werd zijn zoontje geboren, mijn neefje. Ik hield hem vast en ik voelde me verschrikkelijk schuldig: hier, in zijn huis, op zijn bed, had mijn broer moeten zitten met zijn zoon in armen, híj had hem in zijn eerste badje moeten doen. In die eerste kraamdagen voelde ik sterk: we gaan hier allemaal anders op reageren, mijn schoonzus, mijn ouders en ik – wat is überhaupt mijn rol? Zit mijn schoonzus wel op mijn hulp te wachten? Mag mijn verdriet er wel zijn?

Automatische piloot

‘Ik heb zelf geen kinderen, maar ik weet en begrijp dat het voor een ouder het allerergste is; het verdriet van mijn ouders is niet om aan te zien. Voor mijn schoonzusje gold hetzelfde, natuurlijk, haar hele toekomst was in één klap verwoest. Als zus sta je aan de zijlijn. Ik merk het ook in gesprekken met anderen. Iedereen vraagt altijd eerst hoe het met mijn ouders en schoonzus gaat – daarna schakelen ze, voor mij, over op iets leuks: hoe is het met je neefje? Maar zijn komst betekende naast vreugde ook een soort onmetelijk verdriet. Want elke keer als ik dat kleintje met zijn Guns N’Roses-rompertje uit de crèche haalde, dacht ik: hier had Bonne moeten staan.

‘Hij is in juli 2021 overleden. Drie dagen na zijn dood heb ik alweer een journalistieke klus aangenomen, nu denk ik: hoe debiel was dat? Ik leefde op de automatische piloot de eerste tijd. Ik had mijn freelancewerk, volgde tegelijkertijd een opleiding aan de pabo, ik heb geen dag op de bank gelegen. Mensen zeiden: wat knap, maar ik heb een hekel aan dat woord. Het was mijn redding dat ik door moest, maar ik was in die tijd op geen enkele manier mezelf. Bang voor alles, vergeetachtig, down. Ik heb in de supermarkt eens een volle mand op de grond gezet en ben eruit gelopen, denkend: wat doe ik hier in godsnaam?

‘Het tweede jaar was zo mogelijk nog zwaarder, tot iemand me op een rouwgroep van Humanitas wees. Elke dinsdagavond, koffie en thee erbij, vijf lotgenoten die elkaar begrijpen zoals niemand anders – dat heeft me goed gedaan. Geen kwaad woord over mijn vriendinnen, twee ervan zijn toen Bonne stierf als een speer teruggekomen van vakantie, maar daarna bleek het van beide kanten lastig om nog over hem te praten. In die rouwgroep ging het eindelijk wél over hem. Over hoe ik hem mis, over onze grappen samen, wat ik met hem had besproken als hij nog had geleefd. Die neergang van Ajax, man, wat zou hij zich druk hebben gemaakt. En Mathieu van der Poel die maar blééf winnen – als ik op zondagavond bij mijn ouders eet, denk ik: kwam-ie maar binnen, was alles maar weer... gewoon.

Ontroering bij mijn ouders

‘We rouwen niet samen. We worstelen allemaal alleen. Onze band is goed, maar zo werkt dat kennelijk. Dus als ik naar Bonnes graf ga, sta ik daar in mijn eentje, met mijn bosje bloemen van Albert Heijn. Dat was altijd onze gimmick: hoe lelijker de bloemen, hoe beter. Nou ja, dan zit ik daar even, met een blikje cola. En dan fiets ik weer naar huis.

‘In het onderwijs heb ik collega’s, en na jaren in mijn eentje te hebben gefreelancet, is dat heerlijk. Een plek waar ze blij met je zijn, waar ze vragen: hoe was gisteren je vrije dag? Ik ben zo blij dat het me ondanks alles is gelukt de pabo af te ronden. Bij de diploma-uitreiking zei mijn mentor: wat heb jij het voor je kiezen gehad, met de dood van je broer. Mijn ouders waren er, mijn oom en tante ook, maar niemand van ons had van tevoren iets over Bonne gezegd, ik wist niet of zij daar ook mee bezig waren. Dat die docent het wél benoemde, maakte me zo gelukkig. Ik zag ook de ontroering bij mijn ouders. Toen hebben we met ons drieën heel hard gehuild. Eindelijk. En daarna zijn we bier gaan drinken.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next