De fiets waarmee Mathieu van der Poel zondag Parijs-Roubaix rijdt, is hoogst ongeriefelijk. Zo wil de winnaar van vorig jaar het graag. Weinig noviteiten. Wel wisselt hij waarschijnlijk naar een fiets met zachtere banden zodra de eerste kasseistrook opdoemt.
Als Mathieu van der Poel zondagmiddag de gruwelijke kasseienstrook in het Bos van Wallers op davert, waar tussen glibberige en uiteen liggende keien ook nog eens het gevaar loert van diepe putten, zal het personeel van zijn fietsfabrikant toch ook even de adem inhouden.
Alles is tot in detail voorbereid en op maat en naar wens afgesteld, maar afgezien van zorgen over lijf en leden van de renner, zal er vakmatige interesse zijn over de vraag hoe het materiaal zich houdt. Er is geen andere wedstrijd waarin de racefiets zo zwaar op de proef wordt gesteld als Parijs-Roubaix. In de 121ste editie wacht in het parcours van 259,9 kilometer onbarmhartig stuiteren over 55,7 kilometer secteurs pavés.
Wie sponsor Canyon verzoekt om het witte ros van carbon eens te ontleden om zo zicht te krijgen op de techniek waarmee Van der Poel zich in de Hel van het Noorden begeeft, stuit meteen op een voor de buitenwacht ontnuchterende mededeling: nee, de Aeroad CFR wijkt in niets af van de fiets waarop hij bijvoorbeeld Milaan-San Remo reed en de Ronde van Vlaanderen won.
De fabrikant huldigt het principe dat de consument dezelfde fiets kan aanschaffen waarop de toprenners rijden, al zal niet iedereen 10.149 euro kunnen en willen neerleggen; het model MVDP is trouwens uitverkocht. Een overwinning van de Nederlander leidt steevast tot aanzienlijk grotere activiteit op de online-platformen van het merk.
Over de auteurs
Rob Gollin is sportverslaggever voor de Volkskrant en schrijft vooral over wielrennen. Robert Giebels is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft over wielrennen en Formule 1.
Het adagium is: hou het simpel. Zoek dan ook niet naar moderne snufjes op het gebied van vering, demping, systemen die tijdens het rijden de bandendruk kunnen aanpassen of slangen van schuimrubber, zogeheten inserts, aan de binnenkant van de band waarmee je na lek te zijn gereden nog enige tijd kunt doorfietsen.
Hoofdontwerper bij Canyon Lukas Birr: ‘Het team werkt alleen met materiaal dat zich al jaren heeft bewezen. De meeste noviteiten betekenen extra gewicht, bevatten zeker in het begin zwakke punten en zijn tamelijk ingewikkeld. De ervaring leert dat complexiteit dikwijls tot mislukkingen leidt.’
Wat meespeelt is de stuurvaardigheid van Van der Poel. ‘Hij is een fenomenale renner, hij weet hoe hij uit de problemen kan blijven.’ Ter illustratie: na zijn zege van vorig jaar op de wielerbaan van Roubaix, nam Birr snel de fiets van de winnaar onder de loep en trof tot zijn verbazing nauwelijks gebruikssporen aan.
Birr wijst erop dat techniek allerminst allesbepalend is. Zeker zo belangrijk zijn volgens hem tactiek en strategie. Veel ploegen zullen bijvoorbeeld van fiets wisselen, zodra zich na 96 kilometer de eerste kasseienstrook aandient. De bandendruk zal lager zijn, de breedte mogelijk enkele millimeters meer. Het betekent een betere grip en wat meer comfort.
Gegevens over de bandendruk van Van der Poel geeft Canyon niet prijs. Birr: ‘Ik hecht aan een vertrouwelijke relatie.’ Schattingen variëren van 3 tot 3,5 bar. In normale omstandigheden is sprake van ongeveer het dubbele.
De ingenieur is afgelopen donderdag vertrokken naar het hotel van Alpecin-Deceuninck om de puntjes op de i te zetten. ‘En het is altijd mooi om hem te zien winnen.’ Het contact met de renner is beperkt. ‘Ik heb zijn telefoonnummer niet. Maar ik spreek geregeld de mecaniciens en vooral de manager, Christophe Roodhooft, om ervaringen te bespreken.
Het gaat om zaken als de stijfheid van het frame of over de vrije lengte van de zadelbuis. Het is een voortgaand proces.’ Een rode draad in het overleg: Van der Poel hecht minder waarde aan comfort, het contact tussen fiets en wegdek moet wat hem betreft zo direct mogelijk zijn. Birr: ‘Als klant zou ik het op de kasseien als een tamelijk wrede rit ervaren.’
Dit is de anatomie van Van der Poels kasseienvreter in vier lemma’s.
Vergeet gerief, het frame van de fiets van de kopman van Alpecin-Deceuninck is louter gericht op snelheid. Een speciale Roubaix-versie bestaat niet. Hij rijdt elke koers op dezelfde aerodynamische fiets. Een logo van de ineengevlochten letters MVDP staat in reliëf op de voorkant. Die voorkant, het balhoofd, is zo smal mogelijk gehouden om de luchtweerstand te minimaliseren.
Het circa 900 gram wegende frame – het totaalgewicht van de fiets is 7,5 kilo – is zo stijf dat het voor de meeste recreanten een beproeving zal zijn om ermee over kasseien te dokkeren. Dat is ook niet de bedoeling; een gravelbike is meer geschikt.
De constructeurs passen het ontwerp nog geregeld aan. Op aandringen van het team is bijvoorbeeld de zadelklem van de huidige generatie van de Aeroad CFR wat hoger geplaatst. Dat leidt tot afnemende flexibiliteit van de zadelbuis en maakt de fiets minder vergevingsgezind, maar het voordeel is dat het energieverlies beperkt blijft.
De vuistregel is dat boven de dertig kilometer per uur gewicht er niet meer toe doet en aerodynamica des te meer. Van der Poel won vorig jaar veruit de snelste Parijs-Roubaix ooit met een gemiddelde van bijna 47 kilometer per uur. Ook op de kasseien wordt snoeihard doorgereden.
Dat kan niet met een robuust kader van weleer dat de klappen van de kasseien opvangt. Wel met, wat fabrikant Canyon claimt, het snelste frame van de wereld. Al geeft de fabrikant toe dat ze die titel delen met de S5 van Cervélo, de fiets van niemand minder dan rivaal Wout van Aert. Die is zondag niet van de partij, het herstel na zijn val in Dwars door Vlaanderen is nog maar net begonnen.
Geheel in lijn met het aerodynamische frame zijn ook de velgen stijf, snel en oncomfortabel. Vorig jaar reed Van der Poel met 50 millimeter hoge velgen, nu gaat hij naar 60. Die zijn nog moeilijker te besturen met zijwind en in scherpe bochten, maar tegelijk nog sneller. De wetenschap dat de in het veldrijden geschoolde Nederlander foutloos stuurt, maakt de keuze voor de windvangende hoepels volgens zijn ploeg niet echt tot een risico.
Op de velgen liggen wat bredere banden dan normaal, die wat zachter zullen zijn opgepompt. Uit die banden zal Van der Poel zijn vrijwel enige comfort moeten halen. Nog niet zo lang geleden was een band met een breedte van 25 millimeter de norm, nu is dat 28. Dat is te smal voor kasseien, dus zodra die opdoemen wisselt Van der Poel, liefst tijdens een plaspauze, naar een fiets met bredere en zachtere banden. Hoe zacht is een geheim, de breedte hangt af van de modder. Als daarvan veel aan de band blijft kleven, is de ruimte voor de band in de voor- en achtervork te beperkt met een band van 32 millimeter. Dan gaat er 30 millimeter op.
Nog een verschil met vroeger: toen reed het peloton op tubes – tjoeps in goed Nederlands – nu is dat tubeless. Een binnenbandloze buitenband is vastgelijmd aan de velg en gevuld met latex dat kleine gaatjes meteen hoort te dichten. Bijkomend voordeel voor ‘Roubaix’ is dat de bandendruk wat lager kan zijn. Veel lager in elk geval dan de 6 bar in de tubes waarmee tien jaar geleden over de kasseien werd gereden.
Het is een trend, maar Van der Poel doet er vooralsnog niet aan mee: met één kettingblad rijden, in plaats van twee. De voorderailleur is overbodig bij één tandwiel: weer een onderdeel minder dat kapot kan gaan. En het scheelt een beetje gewicht. Het team vindt de voordelen niet opwegen tegen de nadelen. De afstelling luistert akelig precies en de ervaring leert dat in sommige koersen de stappen tussen de versnellingen te groot zijn.
Op de as van het achterwiel is een ‘cassette’ van twaalf tandwielen, ‘kransjes’, gemonteerd. Gecombineerd met twee bladen voor, bij de trappers, levert dat 24 versnellingen op. Die heeft de winnaar van vorig jaar niet allemaal nodig, maar twaalf is zonder meer te weinig. Op de mountainbike fietst hij wel met één tandwiel voor, maar die heeft volgens zijn fietsleverancier dan ook meer te lijden van vooral modder en zand dan zijn fiets in Parijs-Roubaix.
Schakelen gaat elektronisch en draadloos. Vorig jaar reed Van der Poel met twee tandwielen voor met 54 en 40 tandjes, achter leek hij een cassette te hebben gemonteerd met 11 tot 30 tanden. Vermogensmeters meten apart de kracht die hij met zijn linker- en rechterbeen zet. Er is geen speciale voorziening om ervoor te zorgen dat de ketting bij het kasseistuiteren niet ontspoort.
In Parijs-Roubaix zijn de laatste decennia de vreemdste constructies te zien geweest, de meeste bedoeld om de schokken van de kasseien op te vangen. Dat ging van flexibele frames en sturen, verende voorvorken, verstelbare en verende zadelpennen en stuurpennen waarin een schokbreker was aangebracht.
Veel van die vondsten werden gemeengoed in het mountainbiken of, later, verwerkt in de gravelfiets. Maar in de steeds snellere edities van Parijs-Roubaix keerden ze niet terug. Nu moet Van der Poel zijn demping vooral halen uit de wat minder hard opgepompte banden en aangepast stuurlint.
Soms is dat met kurk dikker gemaakt, soms plakken mecaniciens gewoon twee stuurlinten over elkaar. Van der Poel rijdt altijd zonder handschoenen, een trend in het peloton. Aldus krijgt hij zo direct mogelijk de bewegingen van de fiets door als ze gezamenlijk aan de wilde dans op de kasseien zijn begonnen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant