Home

Palestijnse arts die drie van zijn dochters verloor, zet zich onophoudelijk in voor de vrede

De Palestijnse arts Abuelaish kent de pijn van oorlog: hij verloor drie dochters en meer dan twintig andere familieleden. Maar haat? Nee, dat kent hij niet. ‘Haat is het gif dat deze situatie in stand houdt.’

Zijn telefoon? Die durft de Palestijnse arts Izzeldin Abuelaish eigenlijk niet aan te raken, uit angst voor slecht nieuws. Straks is er weer een geliefde in Gaza kapotgeslagen door rondspattende brokken beton. ‘Je weet nooit wie de volgende dode is’, vertelt hij met een stem die soms bijna breekt van verdriet.

Toch is de belangrijkste boodschap van Abuelaish (68) dat hij geen haat voelt voor Israëliërs. ‘Zij zijn zelf ook geliefden kwijtgeraakt’, vertelt hij rustig. ‘Haat is het gif dat deze situatie in stand houdt. Om verder te kunnen, moeten we elkaar aankijken, met elkaar praten, en ons met elkaar verzoenen. Als gelijken. In vrede.’

De pijn die het conflict bij Abuelaish zelf heeft veroorzaakt, is niet te bevatten. Hij groeide op in het vluchtelingenkamp Jabalija, in het noorden van Gaza: een razend slim jongetje dat eigenlijk geen toekomst had, maar later de eerste Palestijn werd die een baan kreeg als arts in een Israëlisch ziekenhuis. Toen het in 2009 oorlog werd, vroeg een bevriende Israëlische journalist aan Abuelaish of hij hem af en toe tijdens de uitzending mocht bellen. ‘Ook toen mochten er tijdens de oorlog geen journalisten naar Gaza komen’, legt Abuelaish uit. ‘Maar ik woonde daar, en sprak vloeiend Hebreeuws, dus ik kon het Israëlische publiek vertellen wat er gebeurde.’

Over de auteur
Sacha Kester is buitenlandredacteur van de Volkskrant en schrijft over België, Israël en de Palestijnse gebieden, en het Midden-Oosten. 

Op 16 januari 2009, aan het einde van de middag, belde Abuelaish onaangekondigd naar de journalist. Deze zat als presentator live in een uitzending, maar toen zijn toestel bleef overgaan, besloot hij toch op te nemen. Op dat moment hoorden talloze Israëlische kijkers hoe een man schreeuwde en huilde. ‘Mijn god, mijn god, wat hebben we gedaan?’

Een tank had een granaat op het huis van Abuelaish afgevuurd, en drie van zijn kinderen en een nichtje waren gedood. De schok in Israël was groot: het was geen terrorist die in smetteloos Hebreeuws vertelde hoe één van zijn dochters bij de klap was onthoofd, maar een gynaecoloog die jarenlang Israëlische baby’s op de wereld had gezet.

‘Twee weken later zouden ze sterven’

Abuelaish, die vorige week in Den Haag was voor het filmfestival Movies that Matter, laat foto’s van zijn drie meisjes zien. Bessan (21), Mayar (15), en Aya (14) hebben hun naam in het zand geschreven op het strand van Gaza. De zon schijnt, ze lachen. ‘Hun moeder overleed vier maanden eerder aan leukemie’, vertelt Abuelaish. ‘Twee weken later zouden ze zelf sterven.’

Met hulp van de journalist werden andere gewonde familieleden van Abuelaish geëvacueerd en naar een Israëlisch ziekenhuis gebracht. Na het drama accepteerde hij een baan in Toronto, en vertrok met zijn vijf nog levende kinderen naar Canada. In 2011 publiceerde hij zijn memoires, met als titel I shall not hate – dezelfde titel als de documentaire over zijn leven die op het festival in Den Haag te zien was – en Abuelaish werd vijf keer genomineerd voor de Nobelprijs voor de Vrede.

Bijna vijftien jaar later kreeg hij weer een tragedie te verduren: bij een bombardement in oktober vorig jaar kwamen meer dan twintig familieleden om het leven, onder wie zijn nicht, haar man en hun vier kinderen, van wie er één meisje was vernoemd naar zijn overleden dochter Aya. En toch is er weer die boodschap: het mag geen reden zijn om elkaar te haten.

‘Het is heel simpel’, legt Abuelaish uit. ‘Als een kind wordt geboren, als het huilt, klinkt de Joodse en de Palestijnse baby hetzelfde, en in het ziekenhuis krijgen ze dezelfde zorg. Maar zodra deze kinderen het ziekenhuis verlaten, begint het onderscheid. Deze verschillen zijn door mensen gemaakt, en dus kunnen mensen het ook weer ongedaan maken.’

Dat valt niet mee, erkent de arts, want de haat zit diep. De bevriende journalist, Shlomi Eldar, vertelde onlangs in een dubbelinterview bij CNN dat hij de telefoon na 7 oktober niet meer zou hebben opgenomen als Abuelaish hem had gebeld. ‘Ik begrijp de schok na die afschuwelijke aanval van Hamas’, zegt Abuelaish. ‘Maar Israëliërs moeten begrijpen dat deze aanval niet uit het niets is gekomen. Het is de bezetting, de vernedering, de uitzichtloosheid voor Palestijnen die een afschuwelijke haat hebben laten groeien.’

Bloedende patiënt

Zijn verzoek om naar die context te kijken is taboe in Israël, want er is niets dat een dergelijke moordpartij goed kan praten. Abuelaish benadrukt dat hij dat zeker niet wil. ‘Maar als een patiënt bloedend naar mij toe komt, vraag ik ook eerst wat er is gebeurd. En voordat ik iemand behandel, vraag ik naar zijn medische achtergrond. Misschien heeft deze persoon suikerziekte, misschien zijn er onderliggende problemen, misschien zit er iets in de familie. Je kunt gruwelijke fouten maken als je de volledige achtergrond van een patiënt niet weet.’

En dus reist hij rond om overal te vertellen dat mensen met elkaar moeten praten, en een einde aan de oorlog moeten maken. Abuelaish is hoopvol, zegt hij, omdat wereldleiders de Palestijnse zaak noodgedwongen weer uit de lade hebben gehaald, en hij bidt dat zij doorpakken. ‘Het is de enige weg.’

En hijzelf? ‘Het eerste wat ik na de oorlog doe, is naar Gaza reizen en het graf van mijn dochters bezoeken. Ik moet hen vertellen wat ik heb gedaan. Dat ik nog steeds in hun naam vecht voor de vrede.’ Hij is even stil, en zegt dan zachtjes: ‘Ik hoop dat hun graf er nog is.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next