Eigenlijk doet schrijver en psychotherapeut Philippa Perry niet aan lijstjes. Ze houdt niet van hiërarchie en haar geest is er niet geordend genoeg voor. Maar vooruit, voor ons maakt ze een uitzondering – al kunnen haar culturele voorkeuren morgen weer anders zijn.
De Engelse psychotherapeut Philippa Perry (66) strijkt neer in een zolderkamer van het Ambassade Hotel in Amsterdam, schopt haar bergschoenen uit en zwiept haar benen op de bank. ‘Zo, nu ben jíj de psychotherapeut.’ De auteur van de bestseller Het boek waarvan je wilde dat je ouders het hadden gelezen – en je kinderen blij zijn dat jij het doet (2019), deed in januari Nederland aan voor de promotie van haar nieuwe boek.
Onze gids dit weekeinde is een rubriek in Volkskrant Magazine waarin een bekend persoon (op velerlei terreinen) uit binnen- of buitenland ons gidst langs zijn of haar favorieten.
Het boek waarvan je wilde (een afkorting die Perry zelf ook hanteert) is een opvoedboek zonder opvoedtrucs, ‘want een kind is een mens, geen hond die afgericht moet worden’, zei ze eerder tegen de Volkskrant. In plaats daarvan vertelt Perry hoe je als ouder een goede band met je kind opbouwt. De boodschap sloeg aan: ruim honderdduizend exemplaren werden ervan verkocht in Nederland, meer dan twee miljoen wereldwijd.
En nu is er een vervolg, met een even lange titel: Het boek dat iedereen van wie je houdt zou moeten lezen – en misschien een enkeling die je niet zo mag. Daarin richt Perry zich niet alleen op ouders en hun kinderen, maar geeft ze adviezen over hoe je alle soorten relaties – met collega’s, geliefden en schoonmoeders – kunt verbeteren. Het leest als een lange versie van haar ‘Ask Philippa’-rubriek in de Britse zondagskrant The Observer, waarin Perry elke week een probleem behandelt dat door een lezer is ingestuurd.
Over de auteur
Angela Wals is schrijver en journalist, en schrijft voor de Volkskrant over cultuur en maatschappij.
Een greep uit een paar recente netelige kwesties: ‘We zijn net getrouwd en nu is de druk groot om kinderen te krijgen. Maar waarom zouden we?’ Of: ‘Ik kom in de verleiding om een affaire aan te gaan met een van de vriendinnen van mijn vrouw.’ En: ‘Ik ben 80 en mijn alleenstaande dochter zet me onder druk om voor haar kinderen te zorgen.’
Wekelijks krijgt ze honderden mails. ‘Ik kies altijd die e-mail waarvan ik in eerste instantie denk: Oh dear, ik weet het niet. Ja, want als ík de oplossing niet meteen weet, kunnen andere mensen het ook niet weten, dus laat ik dan maar een beetje moeite doen.’ Ja, ook Nederlanders sturen brieven, ‘maar lang niet genoeg. Hierbij een oproep: Nederlanders, stuur uw problemen naar mij toe.’
Haar nieuwe boek is gevoed door al die brieven, en ook door de gesprekken die ze als therapeut voerde met haar cliënten in haar praktijk – toen ze die nog had. Maar het opvoedboek was direct uit haar eigen leven gegrepen. ‘Eigenlijk heb ik er mijn hele leven over gedaan om het te schrijven’, zegt ze. Als kind met ongediagnosticeerde dyslexie en een ‘verstrooid brein’ (ze is geen liefhebber van het label ADHD) heeft ze zich jarenlang dom gevoeld.
Schrijven was haar uitvlucht. ‘Er staat een boel rotzooi in mijn notitieboekjes. Dat komt denk ik – en ik wil niet te dramatisch zijn, maar (zet dramatische stem op) niemand begreep me als kind.’ Ze praat weer verder in keurig Engels: ‘Dus ik schreef om mezelf gezelschap te houden. En ik heb ook altijd gelezen om dezelfde reden.’
Philippa Perry en haar man Grayson Perry, gevierd kunstenaar en dragqueen, hebben een dochter van 31. Of ze dit boek als ouder nodig had? ‘Mijn ouders hadden dit boek nodig, vandaar de titel. Ik vond de manier waarop ik was opgevoed niet leuk en als moeder wilde ik het beter doen. Toen mijn dochter een geweldige volwassene werd, dacht ik: nu kan ik dat boek wel schrijven.’
Het succes had ze niet verwacht, maar ze hoopte er wel op: ‘Ik wilde het leven van in elk geval één kind redden. Mijn doel is dat kinderen zich veilig voelen binnen de liefde van hun ouders, want dan wordt die liefde geïnternaliseerd, weten ze wie ze zijn en kunnen ze een positieve impact hebben op deze wereld.’ Lacht dan hardop: ‘Wereldvrede is eigenlijk alles wat ik wil.’
Lichte paniek toen Perry het verzoek kreeg van Volkskrant Magazine om ons door haar favorieten heen te gidsen. ‘Mijn schrijven wordt niet geïnspireerd door liedjes, films, kunst, recepten, landschappen, stadsgezichten, muziekinstrumenten, voorwerpen, zwemmen of wat dan ook.’ Samenvattend: ‘I don’t do lists. Het vereist een meer geordende geest dan de mijne, het suggereert ook een hiërarchie, daar hou ik niet van. Ik ben een spons: alles wat ik hoor, zie of wie ik ontmoet, heeft invloed op me.
‘Maar als ik zou moeten kiezen dan zijn het ándere mensen en vooral hun problemen die mij beïnvloeden. Ik word geïnspireerd door de dingen die we niet kunnen veranderen, de existentiële gegevenheden van het leven.’
En zo ontstond er dan toch een lijst, met de disclaimer dat-ie morgen weer totaal anders kan zijn.
‘Het is heel belangrijk om in het reine te komen met de dood. Door antibiotica en schoon drinkwater zijn we niet meer op dezelfde manier omringd door de dood als in het begin van de 20ste eeuw. We leven steeds langer. Het is goed om bewust over de dood na te denken, zodat je het beste uit elke dag haalt. Want uiteindelijk maken we met z’n allen een eindige reis.
Ik las voor het eerst over het existentialisme in het werk van psychiater Irvin Yalom, vraag me niet welk boek. Hij werd op zijn beurt beïnvloed door de psycholoog Rollo May en door wie werd hij beïnvloed? Waarschijnlijk door de Deense filosoof Søren Kierkegaard. Zijn invloed op het existentialisme kan niet worden onderschat, zegt men. Dus ik zou kunnen zeggen dat ik ben beïnvloed door Kierkegaard, maar (fluistert) ik heb nooit iets van hem gelezen.
Je hoeft de literatuur niet in te duiken, ik zal iedereen de moeite besparen: de existentiële gegevenheden zijn de dingen die je niet kunt veranderen. Toen ik existentialisme besprak met mijn man, kunstenaar Grayson Perry, kwam hij met dit gedicht:
You will die, you are alone,
There is no god upon his throne,
No hell below, no heaven above,
Live life now and act with love’
‘Al dat gedoe over God, hemel en hel doet me denken aan de Oostenrijkse neuroloog en psychiater Viktor Frankl. Het leven is zinloos, dat is een gegeven, maar om het minder somber te maken, kun je er betekenis aan geven. Hij zei dat je in de meest helse omstandigheden kunt verkeren – zijn omstandigheden waren concentratiekampen – maar dat je nog steeds de macht hebt om je geest te sturen. Je kunt je geest bevrijden, zelfs als je persoon gevangenzit. Hij overleefde het kamp door in zijn verbeelding te leven, aan zijn vrouw te denken en op te merken hoe anderen overleefden, of niet. Hij zag dat mensen die hun laatste halve korst brood deelden met een andere uitgehongerde gevangene meestal overleefden, omdat ze betekenis aan hun leven gaven.
Direct na zijn vrijlating schreef hij het boek Man’s Search for Meaning. Het komt erop neer dat je een levensfilosofie en een aantal waarden moet hebben, en je leven zinvol moet maken. Dan zal je leven beter worden.
Iedereen heeft intrusies, milde dwanggedachten. Je remt in een auto voor een zebrapad en je laat de voetgangers passeren. En je denkt: ik zou zo gemakkelijk over ze heen kunnen rijden. Die gedachten kun je min of meer beheersen. Pas als die gedachten jou gaan beheersen, heb je een probleem. Frankl legt in zijn boek heel goed uit dat je vrij bent om te denken wat je wilt denken.’
‘Op Oudejaarsavond kwamen we met vrienden bij elkaar en gingen we karaoken. Ik zong Climb Ev’ry Mountain en ik ging er echt he-le-maal voor: ik zong de sopraanstem, mét vibrato.’
Philippa Perry steekt een arm de lucht in, zet zich schrap en zingt op de zojuist beschreven wijze de eerste tonen van het refrein.
‘Het was het hoogtepunt van mijn avond. Ik genoot van het complete gebrek aan zelfbewustzijn. Ik vind overigens niet dat je ‘elke berg moet beklimmen’ en ‘elke regenboog moet volgen’, ‘totdat je je droom vindt’. Want dan blijf je zoeken. Ik bedoel: vind vreugde in het dagelijks leven. Laat die regenboog met rust. Je regenboog vind je recht onder je kont. Vergeet het idee van langetermijndoelen. Kortetermijndoelen die elke dag haalbaar zijn: wauw. Vandaag is mijn doel zo’n heerlijk stukje Nederlandse koek te eten.’ Perry pakt een blokje ontbijtkoek van haar schoteltje en brengt het naar haar mond. ‘Daar gaan we.’ Ze neemt een hap. ‘Mijn god, die hebben we niet in Engeland.’
‘Ik kijk graag naar escapistische tv zoals A Place in the Sun, een realityprogramma over de huizenjacht in het buitenland. Daarin worden koppels gevolgd die een droom hebben en daarvoor het roer omgooien. Ik vind het interessant dat er een moment in je leven kan komen waarop je zegt: dit is wat ik wil en ik ga ervoor. De sociale kosten zijn vaak hoog, want je pakt een mes en snijdt jezelf los van het leven dat je had opgebouwd. Het lijkt misschien een banaal programma, maar iedereen heeft dromen en flirt met het najagen ervan. Ik hoef zelf niet onder die palmboom te liggen, maar wil wel altijd weten hoe het voor deze mensen allemaal uitpakt.’
‘Ook een vorm van spelen: elke ochtend speel ik samen met mijn dochter Wordle, Quordle, Blossom, Connections of de Mini Crossword van The New York Times. We zijn allebei dyslectisch, zij zet net als ik letters in de verkeerde volgorde. De schoolpsycholoog adviseerde destijds veel woordspelletjes met haar te doen. Ik heb toen meteen Scrabble en alle andere woordspellen die ik kon vinden ingeslagen. Nu spelen we online. We appen elkaar over de uitkomsten en maken er kleine wedstrijden van: wie kan de kruiswoordpuzzel van The New York Times het snelst oplossen? Zo communiceer ik elke dag met mijn dochter.
Ik hou ook van woordspelletjes omdat ik daarmee een deel van mijn hersenen moet gebruiken dat weinig met emotie te maken heeft: het is een kleine onderbreking van grote gevoelens en overweldigd worden. Ik kan mezelf ermee kalmeren. Mijn man heeft dit breekpunt niet nodig in zijn leven, hij is zoveel meer op zijn gemak met zijn gevoelens.’
‘Mijn vriendin Natalie schreef een hervertelling van de Trojaanse oorlog door de ogen van de betrokken vrouwen. Het raakte me in het hart en ik moest huilen tijdens het lezen. Ik wil graag dat mannen het gaan lezen, dus laten we het maar geen feministisch werk noemen. Zoals de meeste mensen van mijn leeftijd kreeg ik op school les in Griekse klassiekers, maar het is nooit bij me opgekomen dat dit vanuit het perspectief van een man was. En dan heb ik het niet over Odysseus, ik bedoel de geleerden die Homerus vertaalden. Zij waren waarschijnlijk verantwoordelijk voor heel wat geïnternaliseerde misogynie van mij en ik zag dit pas in toen ik A Thousand Ships las. Dus: thanks, Nat.’
De meeste lezers identificeren zich met Jane en Elizabeth, de verstandige mensen in het boek van Jane Austen. Maar eenmaal volwassen werd ik een Lydia, de jongste van de vijf Bennet-zusters. Ik flirtte met jongens, was frivool, brutaal en had veel bedpartners. Lydia is nu mijn heldin, sorry. Ze is 15 en 16 in de roman en ik stel me graag voor dat ze – net als ik – later in het haar leven volwassener zou zijn geworden. Ze heeft misschien wel geleerd van haar fouten. Wacht, misschien moet ik Lydia gaan herschrijven? Ja, dan zou ze eerst de benen nemen met een player uit haar aristocratische milieu. En op het einde van het boek maak ik een psychotherapeut van haar.’
‘Bobby Baker maakte in de jaren zeventig al kunst over hoe het is om vrouw te zijn. Zij was een van de eersten die de ‘emotional load’ beschreef, inmiddels een ingeburgerd begrip. Ja, we werken allebei. Ja, hij doet dingen in huis. Maar wie bedenkt en organiseert ze? Deze emotionele last slokte haar op. In antwoord daarop maakte Baker een huis waarin alle gezinsleden zijn gemaakt van taart. Ze zei: je mag het huis betreden en de bewoners opeten.
De wanden van deze tijdelijke woning bekleedde ze met krantenberichten en magazinefoto’s uit de jaren zeventig. Op het eerste gezicht zie je gewoon een behang van kranten, maar als je goed kijkt zie je dat elke snipper is doordrenkt van seksistische taal en beeld. Baker maakt zo duidelijk wie we zijn: de wereld is seksistisch en we absorberen het door erin te leven.
An Edible Family in a Mobile Home was afgelopen jaar opnieuw opgebouwd in de tentoonstelling Women in Revolt in Tate Britain. Die tentoonstelling ging over vrouwen die in de jaren zeventig en tachtig opkwamen tegen het patriarchaat en daar geweldige kunst over maakten. Ik heb zelf in de jaren tachtig op de kunstacademie gezeten en ging met deze kunstenaars om: niemand nam ze toen serieus. Nu hangt hun werk in Tate. Niet als vrouwenkunst, maar als kunst. Te weinig en te laat, maar wel een stap in de goede richting.’
‘Ik kijk graag Junior Bake Off, het lijkt opvallend veel op The Great British Bake Off. Je ziet geen verschil tussen volwassenen en kinderen: ze nemen het bakken allemaal even serieus. Goed, kinderen hebben misschien iets minder vaardigheden om een perfecte glazuurlaag aan te brengen, maar dat is een kwestie van ervaring.
Volwassenen liegen vaak tegen hun kinderen, niet keihard, maar liefkozend.’ Perry zet een zachte, hoge stem op: ‘‘Kom je mee, lieve schat? We gaan naar huis, want het is tijd om lekker te lunchen.’ Terwijl je eigenlijk wilt zeggen: ‘Ik heb het koud, ik ben moe, mijn voeten doen pijn, dus je hebt nog twee minuten om uit die speeltuin te komen.’ Vertel het kind de waarheid! Want dat geglimlach terwijl je eigenlijk iets anders wilt zeggen is een mindfuck voor ze.
Behandel kinderen daarom als volwassenen. En dan bedoel ik niet dat je kinderen volwassen verantwoordelijkheden moet geven, maar dat je hun gevoelens en wereldbeeld moet respecteren.’
1 November 1957 Geboren als Philippa Fairclough in Warrington, Engeland.
Jaren zeventig en tachtig Perry had verschillende kantoorbanen, werkte onder andere als privédetective voor een advocatenkantoor, bij McDonalds en op de IT-afdeling van PricewaterhouseCoopers. Volgde de kunstacademie.
Jaren negentig en tien Begon op haar 38ste aan een opleiding tot psychotherapeut en ging aan de slag als vrijwilliger voor Samaritans, een liefdadigheidsinstelling die zich inzet voor zelfmoordpreventie. Werkte als psychotherapeut en had haar eigen privépraktijk.
2010 - heden Verbonden aan The School of Life.
2010 Eerste boek Couch Fiction: A Graphic Tale of Psychotherapy.
2012 Boek How to Stay Sane, als onderdeel van The School of Life Self Help Series.
2015-2019 Presentator van documentaires als Being Bipolar, The Truth about Children Who Lie, The Great British Sex Survey en Sex, Lies and Love Bites: The Agony Aunt Story.
2019 The Book You Wish Your Parents Had Read – and Your Children Will be Glad That You Did, in het Nederlands uitgegeven bij Uitgeverij Balans.
2023 The Book You Want Everyone You Love To Read – and maybe a few don’t.
Philippa Perry is getrouwd met kunstenaar Grayson Perry en wonen in Londen. Ze hebben samen een dochter, Florence (Flo) Perry.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant