Home

Onduidelijkheid over derdelanders heeft Van der Burg voor een deel aan zichzelf te danken

De chaos rond het lot van de derdelanders ligt deels bij de staatssecretaris zelf, die schippert tussen een juridische en een politieke werkelijkheid.

Het kan verkeren. Een maand geleden was staatssecretaris Eric van der Burg (VVD) nog duidelijk over de rol van de Raad van State. ‘Wij zeggen hier toch altijd met elkaar dat dat de hoogste rechter is en dat je daar naar moet luisteren’, zei hij in de Tweede Kamer.

Daar bleek diezelfde Van der Burg deze week toch anders over te denken. Dinsdagavond bepaalde de Raad van State dat zes derdelanders voorlopig niet uitgezet mogen worden, vanwege de onduidelijkheid over hun status. De hoogste Europese rechter is naar een oordeel gevraagd, dat moet eerst afgewacht worden. Hoewel het zes mensen betrof, was de uitspraak wel ‘richtinggevend’ voor alle derdelanders die nog in Nederland zijn, liet de hoogste bestuursrechter weten.

Over de auteur
Loes Reijmer is verslaggever van de Volkskrant. Ze schrijft onder meer over migratie, asiel en polarisatie

Een duidelijk signaal aan de staatssecretaris. Maar die besloot te doen alsof hij het niet gehoord had. Gemeenten mogen gewoon doorgaan met het uitzetten van derdelanders, meldde hij woensdag. Dordrecht, Hilversum en Amstelveen hebben gehoor gegeven aan die oproep, andere steden wachten nog, om te voorkomen dat ze mensen op straat zetten die voorlopig gewoon in Nederland mogen blijven.

Van der Burg zit al een kleine twee jaar in zijn maag met de derdelanders, migranten die in Oekraïne studeerden of werkten toen Poetin het land binnenviel. De oorzaak van de problemen waarmee hij nu zit, ligt wél in de beslissingen die hij zelf nam in de eerste maanden van de oorlog.

Te ruim beleid

Het kabinet Rutte IV stelde zich in maart 2022 genereus op. Derdelanders die konden aantonen dat ze een tijdelijke verblijfsvergunning hadden in Oekraïne, waren welkom. Als het huis van de buren ’s nachts in brand staat, dan vang je hun visite aanvankelijk óók op, redeneerde Van der Burg. Daarbij werd niet gekeken of de derdelanders afkomstig waren uit een veilig herkomstland. Vanwege die ruimhartigheid, maar ook uit pragmatisme: het zou te veel onderzoek vergen van de IND om hier nauwkeurig naar te kijken, terwijl de uitvoeringsorganisatie al in de touwen hing door de asielopvangcrisis.

Het beleid bleek ruimer dan dat van veel andere Europese landen. Er kwamen daardoor meer en meer derdelanders naar Nederland. De compassie begon te knellen, waarna Van der Burg in juli 2022 besloot dat derdelanders niet langer welkom waren. Degenen die hier al verbleven, mochten tot maart 2023 blijven, meldde hij.

Daarmee creëerde hij een nieuw probleem. Aanvankelijk had hij de Oekraïners en derdelanders onder dezelfde Europese regels geschaard, en nu zonderde hij die laatste groep met terugwerkende kracht daarvan uit. Het is deze beslissing die momenteel tot zoveel juridische onduidelijkheid leidt, en waarover de hoogste Europese rechter zich zal moeten uitspreken.

Alle chaos van de afgelopen weken had de staatssecretaris kunnen voorkomen als hij zich nogmaals van zijn ruimhartige kant had laten zien en de reeds aanwezige groep hetzelfde bleef behandelen als de Oekraïners. Maar dat is de juridische werkelijkheid. Er is ook een politieke werkelijkheid, waarin het ondenkbaar is dat mensen uit een veilig herkomstland hier nog langer opgevangen worden.

‘Sluiproute’

Dat was in juli 2022 al zo. Regeringspartijen VVD en CDA spoorden de staatssecretaris aan in actie te komen tegen het hoge aantal derdelanders. Daar kwam bij dat er signalen waren ‘van mogelijk misbruik’ of pogingen daartoe, meldde Van der Burg zelf. Concreter werd het niet, maar prompt maakten media als De Telegraaf en het AD melding van ‘een sluiproute’ die asielzoekers massaal zouden gebruiken door zich uit te geven als iemand die uit Oekraïne had moeten vluchten. Het zou ‘mogelijk’ gaan om ‘duizenden migranten, onder meer uit Afrika’. Onduidelijk bleef waar ‘duizenden’ op gebaseerd was, behalve dat er op dat moment in totaal 5.500 derdelanders in Nederland waren. Misbruik en derdelanders werden zo al snel in een adem genoemd.

Was het politieke gesternte twee jaar geleden al niet in het voordeel van de groep; nu is dat al helemaal niet meer het geval. De politieke wind in de Tweede Kamer is stevig naar rechts gedraaid. Een overgrote meerderheid stemde deze week voor een motie van VVD en BBB, waarmee extra druk werd gezet op het kabinet om de derdelanders zo snel mogelijk te laten vertrekken.

Over de uitspraak van de Raad van State eind januari, waarin geoordeeld werd dat de derdelanders op 4 maart moesten vertrekken, werden toen ook al wat wenkbrauwen gefronst. Toch greep de staatssecretaris deze begrijpelijkerwijs met beide handen aan. Eindelijk was er ‘de nodige duidelijkheid’ op dit dossier, of beter gezegd: met zijn eigen worsteling ermee.

Frustratie

Zijn frustratie was dinsdagavond dan ook groot toen de hoogste bestuursrechter een pas op de plaats maakte. ‘In korte tijd heeft de Raad van State twee tegenstrijdige uitspraken gedaan’, zei hij. ‘Deze onduidelijkheid helpt helemaal niemand.’

Het gaat nog maar om een relatief kleine groep van 2.400 derdelanders. Mensen die veelal hoogopgeleid zijn en werken, net als de Oekraïense vluchtelingen. Van de rechter mogen er al 550 voorlopig blijven, bleek vrijdag. Toch heeft Van der Burg weinig politieke ruimte om voor de rest met de hand over zijn hart te strijken. Geert Wilders heeft de boze tweets vermoedelijk al klaarstaan. De staatssecretaris zit klem tussen een juridische en een politieke werkelijkheid.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next