Het ‘feministische queercafé’ Saarein – dat haar bestaan begon als vrouwencafé – is al bijna vijftig jaar een baken van hoop en vooruitgang voor vrouwen en queer personen. Nu staat het op een kantelpunt. Wat betekent deze Amsterdamse kroeg voor verschillende generaties feministen? ‘De geschiedenis zit hier in de bakstenen.’
Saarein is een klein, knus bruin café in de Amsterdamse Jordaan. Het is het bekendste feministische café van Nederland hoewel veel mensen niet eens weten dat het een rijke geschiedenis heeft. Saarein is al bijna vijftig jaar een veilige haven voor vrouwen en queer personen. Maar de zaak staat nu op een kantelpunt. De toekomstige eigenaren hebben een crowdfundingcampagne opgezet, met de slogan ‘Save de Saarein’.
Tijdens de veiling – een van de evenementen die wordt georganiseerd om geld op te halen – is de sfeer in Saarein optimistisch. Een jonge vrolijkerd in glitterkleding leidt de veiling, mét microfoon en veilinghamer. Er worden tientallen euro’s geboden voor Saarein-aanstekers (die het niet meer doen), fotocollages uit vervlogen tijden en bokalen van het Oogstfeest. ‘Wat was dat ook alweer?’, vraagt de veilingmeester aan de vorige eigenaar, Dia Roozemond (67), die boven aan een tafeltje zit. ‘Ieder jaar hadden we hier het Oogstfeest. Bezoekers brachten zelfverbouwde wiet mee, die dan door een vakkundige jury werd getest.’ Veel bezoekers lachen uit herkenning. ‘De kwaliteit was altijd goed’, voegt Roozemond toe.
Over de auteur
Haroon Ali is freelancejournalist, columnist en schrijver. Voor de Volkskrant schrijft hij voornamelijk over identiteit en tijdgeest.
Om te begrijpen wat Saarein voor verschillende generaties symboliseert, moeten we eerst terug naar het begin. Saarein werd in 1978 opgericht door een collectief van feministen, onder wie Marjan Sax. Zij stond als activist aan de wieg van meerdere feministische organisaties, zoals het vrouwenfonds Mama Cash. ‘We waren eigenlijk een vriendinnengroep’, zegt Sax (76). ‘Een beetje zoals een old boys network, maar dan een girls network.’ Het collectief kraakte eerder al een leegstaande tekenschool en opende daarin het radicaal-feministische Vrouwenhuis. Toen het café van ene Saar en Rein leeg kwam te staan, gingen Sax en haar vriendinnen ‘in galop’ naar de Jordaan. Ze behielden de naam, maar maakten er een feministisch café van. Er was wel een addertje onder het gras: mannen waren hier niet welkom.
Saarein ontstond tijdens de tweede feministische golf. Vrouwen snakten naar plekken waar ze ongestoord over vrouwenthema’s konden discussiëren. Want dergelijke discussies werden vaak overschreeuwd door mannen, die dachten dat ze automatisch meer recht van spreken hadden. In de documentaire De stad was van ons, radicaal feminisme in de jaren ‘70 van Netty van Hoorn (uit 2019) vertellen feministen dat ze er destijds klaar mee waren om steeds maar die mannen te moeten aanhoren. Ook konden ze geen overleg voeren zonder dat er mannen bij waren. Zelfs de mannen van de toenmalige homo-organisatie COC blokkeerden discussies van lesbische actiegroepen.
Ook wilden vrouwen zich veiliger voelen in de horeca, vertellen Saarein-bezoeksters van het eerste uur. ‘We hadden net de seksuele revolutie gehad’, zegt Bep Ruting (71). ‘Alles kon, tenminste, voor mannen.’ Vrouwen die alleen naar een café gingen, ‘vroegen erom’ om te worden betast. Als ze samen aan tafel zaten, kregen ze opmerkingen als: ‘Zo dames, alleen op stap?’ Heel onprettig, zegt Ruting, maar niets aan te doen. ‘Als meisje moest je blijven glimlachen, als een man aan je zat. Je moest je ‘vereerd’ voelen. Als je er wat van zei, dan was je een zure meid die niet tegen een grapje kon, of een preutse trut.’ Als lesbische vrouw was het nog lastiger om uit te gaan, herinnert Ruting zich. ‘Ik ben een keer met mijn vriendin uit een heterodisco gezet, omdat we te dicht tegen elkaar aan dansten. Saarein was dus de hemel voor ons.’
In Saarein kwamen heteroseksuele en lesbische feministen gezusterlijk bij elkaar. Er werd geborreld en geflirt, maar er werden ook protestacties voorbereid. Het toverwoord in die tijd was: samen. Sax en haar medestrijders wilden niet alleen het patriarchaat ontmantelen, maar ook nieuwe organisatiestructuren ontwikkelen. ‘Dus niet hiërarchisch en top-down, maar echt als collectief opereren.’ Iedereen moest wat kunnen inbrengen, een autoritaire leider was er niet. Al had dat bij Saarein ook nadelen, zegt Sax. ‘Je hoeft natuurlijk niet collectief te beslissen over de grootte van borrelglaasjes. Ook ontstonden er weleens ruzies als leden van het collectief iets met elkaar hadden gehad.’
Saarein was niet het enige vrouwencafé in die tijd, al is het nog wel als enige over. De Heksenketel in Utrecht was het allereerste vrouwencafé en opende vijf jaar daarvoor. Maar de feministische boekwinkel in de kelder bleek succesvoller dan het café. De boekhandel leeft nu op een andere locatie door als Savannah Bay. Ook elders in het land werden vrouwenbars geopend, zoals Dikke Trui in Groningen, De Feeks in Nijmegen en Kantje Boord in Haarlem, maar die sloten op den duur. In Amsterdam heeft alleen het (gemengde) gaycafé ’t Mandje een vergelijkbare statuur. Het werd een eeuw geleden geopend door de openlijk lesbische Bet van Beeren; uniek voor die tijd. Maar ’t Mandje was ook 26 jaar dicht. Zus Greet stofte zo nu en dan het bonte interieur af, en in 2008 heropende een nichtje van Bet en Greet ’t Mandje.
Vrouwenhonken werden door de jaren heen geregeld bestookt door gefrustreerde mannen. ‘Feminisme wordt vaak geassocieerd met vrouwen die mannen haten’, zegt historicus Bettemiek Grijns (29) van Atria, het kennisinstituut voor emancipatie en vrouwengeschiedenis. ‘Mannen waren bang dat die haat in vrouwencafés verder werd aangewakkerd, zonder dat ze daar controle op konden uitoefenen. Het moet heel vervreemdend voor mannen zijn geweest, dat ze wisten dat vrouwen het over hen hadden, maar dat ze geen onderdeel van dat gesprek konden zijn. Het is ook interessant dat mannen dat niet naast zich konden neerleggen en naar een andere kroeg konden gaan, maar in plaats daarvan de Saarein gingen opbellen om vervelend te doen.’
Bep Ruting herinnert zich dat twee mannen binnendrongen bij Saarein, en agressief werden toen hen werd verzocht om weg te gaan. ‘Jullie hebben honderden cafés, riepen we naar ze. Deze is van ons.’ De twee mannen bleven daarna weg. ‘Maar je kreeg er wel hartkloppingen van. Ik was heus geen mannenhaatster, wat eigenlijk verbazingwekkend was, als je zag hoe ze zich soms misdroegen.’ Ook Marjan Sax zag dat de buurt niet altijd blij was met al die vrouwen die zich voor of na feministische evenementen bij Saarein verzamelden. ‘Sommigen speelden trommel of zaten topless op de stoep. Het wás soms ook een chaos. Een buurtbewoner pakte toen een buks en loste een waarschuwingsschot. Gelukkig raakte niemand gewond.’
Maar die wilde tijden doofden weer uit. Eind jaren negentig was het feministische bolwerk Saarein nogal ingedut. ‘Ik kwam er graag biljarten’, zegt een (anonieme) bezoekster. ‘Maar het personeel was vooral met elkaar en de vaste klanten bezig. Misschien is dat de reden dat het eind jaren negentig niet meer ging en Saarein bijna failliet was.’ Er werd gezocht naar een nieuwe eigenaresse, maar niemand stond te popelen. Zelfs horecatijger Dia Roozemond had er eerst geen zin in, ook al is ze de partner van Marjan Sax – of misschien juist daarom. ‘Ik werd al gek van het idee dat ik hier alleen met vrouwen zou zitten’, zegt ze aan de grote ronde houten tafel in Saarein, die er sinds het begin staat. Roozemond werkt vanaf haar 21ste in de horeca en runde meerdere cafés in de stad. ‘Maar ik vond Saarein stil, en ook wel saai.’
Toch ging ze overstag, op een aantal voorwaarden. De gordijntjes gingen open, en Saarein zou voortaan iedereen welkom heten – dus ook mannen. ‘In de jaren zeventig was het belangrijk dat je als vrouw veilig naar de kroeg kon en niet voor hoer werd aangezien. Maar in de jaren negentig liep alles veel meer door elkaar.’ Toch was niet iedereen blij met het nieuwe deurbeleid, zegt Roozemond. ‘Dat wilde het collectief eerst niet. Dus werd er onderhandeld over hoeveel dagen het gemengd mocht. Maar ik had geen zin om vrienden te weigeren omdat het toevallig een woensdag was.’ De regels werden losgelaten, al moesten sommigen even wennen. ‘Vrouwen vlogen soms van hun barkruk omdat ze een mannenstem hoorde. Dan zei ik vanachter de bar: dames, dit is nou een man, en hij mag ook wat bestellen.’
De homomannen weten dat ze hier te gast zijn. ‘Als je lawaaiig was, stond je zo weer op straat’, herinnert een gay bezoeker zich. ‘Maar er was ook veel humor. Een tosti noemden ze daar een hete snee.’ Op zaterdagmiddag komen er ook gezinnen langs voor bitterballen, zegt Roozemond. ‘Op zich is dat niet echt mijn doelgroep. Maar ik vind het wel leuk dat kinderen met open mond kijken hoe iemand met een snor en in een jurk uit de wc komt.’ Saarein noemt zichzelf nu een feministisch queercafé. De focus op vrouwen blijft, en ze blijven alert op heteromannen die komen kijken. ‘Dan pik ik de grootste ertussenuit’, zegt Roozemond, ‘en grap ik: ik had niet gedacht dat jij homo was? Dan zijn ze snel weer weg. Daarom drinken we ook nooit achter de bar, omdat we de sfeer willen bewaken, zodat niemand zich onveilig voelt.’
Roozemond spreekt vol liefde over Saarein, maar na 25 jaar is voor haar de koek op en gaat ze met pensioen. Ze kijkt uit naar wat rust, al grappen Sax en zij wel hoe het zal gaan, nu Roozemond vaker thuis is. En net zoals 25 jaar geleden was opnieuw de grote vraag: wie zal Saarein overnemen? Toen meldde Talisa Harjono (26) zich onverwacht, die er nu twee jaar achter de bar staat. Ze heeft de Rietveld Academie gevolgd en heeft veel gereisd. Harjono haalde haar beste vriendin Sterre Marijn Krot (29) erbij, die al een baan heeft bij de Maya Angelou Opvang, voor ongedocumenteerde vrouwen. Samen met activistisch ondernemer Sebastian Kersten (47) worden zij de drie nieuwe bedrijfsleiders van Saarein. Ze willen dit ‘intergenerationele’ queercafé in zijn waarde laten.
‘Ik zie zoveel bijzondere mensen die deze plek uniek maken’, zegt Harjono stralend. ‘Laatst kwam er een vrouw binnen van rond de 30, helemaal in het zwart gekleed en onder de tatoeages en piercings. Tough chick, dacht ik. Maar ze kwam op me af en zei: ‘Dit is de eerste keer dat ik hier ben. Ik heb eerst een paar rondjes gefietst, omdat ik niet naar binnen durfde te komen. Mag ik bij je aan de bar zitten?’ Dat vond ik zo aandoenlijk. Daardoor besefte ik weer waarom een café als Saarein nog steeds zo belangrijk is; je kunt een luisterend oor bieden. Die vrouw is toen de hele avond blijven hangen, en daarna met iemand mee naar huis gegaan.’ De nieuwe bedrijfsleiders leerden van Roozemond dat ze iedere bezoeker netjes gedag moeten zeggen. In Saarein mag niemand zich onzichtbaar voelen. Harjono: ‘Je ziet vaak ook of iemand ergens mee zit, of iets wil delen.’
Hoe zit het eigenlijk met de andere lesbische en queer horeca in Amsterdam? ’t Mandje heropende, maar de bekende lesbische bar Vivelavie sloot in 2017, omdat de eigenaresse ook met pensioen ging. Er zijn twee lesbische bars bijgekomen in de hoofdstad (Bar Buka en B’Femme), en ook Bar Bario en Pamela zijn populair. Die plekken zijn een verrijking voor queer jongeren, zegt Harjono. ‘Maar in Saarein komen verschillende generaties samen. De geschiedenis zit in de bakstenen.’
Waarom zijn er eigenlijk veel meer bars en feesten voor homománnen? Er wordt binnen de gemeenschap soms gegrapt dat gays steviger drinken en meer uitgeven, terwijl lesbiennes het bij een theetje houden. Roozemond denkt dat daar wel een kern van waarheid in zit, maar de nieuwe bedrijfsleiders protesteren. Het is een kip-eiverhaal, zeggen ze. Als er minder plekken zijn, kun je ook minder uitgeven. En vrouwen verdienen nog steeds minder dan mannen.
Dat er begin vorige maand een grote crowdfunding werd gepresenteerd, om 250 duizend euro op te halen, betekent niet dat het slecht gaat met Saarein. De nieuwe eigenaren stellen dat het een goedlopend café is, dat straks niet vier maar zes dagen per week open zal zijn. Toch ligt een commerciële overname altijd op de loer in de gentrificerende Jordaan. Er is 200 duizend euro nodig om de aandeelhouders terug te betalen en Saarein om te vormen naar een stichting. Met de overige 50 duizend euro willen ze het café opknappen.
De stichting moet Saarein behoeden tegen een onvrijwillige overname. Na decennia vooruitgang ervaren vrouwen en queer personen vanuit extreemrechtse hoek een nieuwe soort weerstand. Daarom willen de drie via de stichting initiatieven ondersteunen die de rechten van vrouwen en queer personen waarborgen. Er is inmiddels al bijna anderhalve ton opgehaald, maar het doel blijft 250 duizend euro. ‘Minder dan dat is voor ons geen optie’, zegt de nieuwe garde strijdbaar.
We gaan verder met de veiling in Saarein, waar de sfeer inmiddels uitgelaten is. De gewilde kaartjes voor het benefietfeest in Paradiso op 14 april, dat al is uitverkocht, leveren weer een paar honderd euro op. Op de historische lichtbak ‘Vrouwencafé Saarein’ (defect) wordt nog meer geboden. De spanning stijgt terwijl we de 100, 200 en 300 euro passeren. Er worden zuchten geslaakt als er 400, 500 en 600 euro wordt geroepen. Uiteindelijk is het Talisa Harjono zelf die de lichtbak koopt voor 750 euro. Alle aankopen worden direct afgerekend. De moeder van Harjono is ook bij de veiling aanwezig en betaalt 500 euro voor een tegeltje bij de wc, waar ze zelf een spreuk voor mag verzinnen.
Het archief van Saarein en van andere vrouwencafés wordt bijgehouden door Kennisinstituut Atria. Daar liggen de logboeken van Saarein, waarin niet alleen werd bijgehouden wat er moest worden besteld, maar ook wie er kwamen en wat er op een avond misging. ‘Dan werd genoteerd wie te diep in het glaasje had gekeken, of wie al een langere tijd niet meer was gesignaleerd’, zegt Bettemiek Grijns. ‘Het was dus echt een community. Het ontroert me dat feministen de vrouwencafés altijd zo serieus namen. Op sommige plekken hield dat in dat ze één keer per week samenkwamen in een buurthuis, maar ook daar putten vrouwen veel steun uit.’ Hoewel Grijns persoonlijk denkt dat exclusieve vrouwencafés niet meer van deze tijd zijn, ziet ze dat vrouwen zich nog steeds verenigen in praatgroepen, boekenclubs en andere organisaties. ‘Vrouwen zijn als groep natuurlijk heel divers, maar ik vind het inspirerend dat we ondanks onze verschillen samen kunnen optrekken en iets wezenlijks bereiken.’
Medeoprichter Marjan Sax bekijkt de uitbundige veiling vanaf het balkon in het café, door een bril met blauwe glazen. Hoe kijkt zij naar het feminisme anno 2024? ‘Dingen lopen nooit lineair’, zegt de matriarch van de Saarein. ‘Toen de MeToo-beweging opkwam, dacht ik: we hebben het al veertig jaar over seksueel geweld, dat we tegenwoordig grensoverschrijdend gedrag noemen. Toen gebeurde er niks, dus waarom ontploft de boel nu wel?’
Ze is blij dat jonge meiden meer met feminisme bezig zijn. ‘De solidariteit breidt zich ook uit naar de queer- en transbeweging, naar vrouwen van kleur en vrouwen uit verschillende klassen, ook in landen buiten het Westen.’ Tegelijkertijd ziet zij ook de toenemende verrechtsing. ‘De opkomst van die tradwives (vrouwen die een ouderwetse rolverdeling nastreven, red.) had niemand kunnen voorspellen.’ Waar hoopt Sax op? ‘Dat die verrechtsing weer verdwijnt, en die preutsheid ook. Ik hoop dat het allemaal wat minder traditioneel wordt, en vooral wat minder netjes.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant