Home

D66 bereidt zich voor op oppositie: ‘Een tikkeltje nationalistisch? Dat mag’

Ondanks een kritisch intern rapport, het verlies van vijftien Kamerzetels en de PVV die bijna aan de knoppen van het landsbestuur zit, overheerst optimisme bij D66. ‘Wij zijn klaar voor de oppositie.’

Het is een opvallend beeld op het Europees verkiezingscongres van D66: voor een enorme Nederlandse vlag, geprojecteerd op de schermen achter het podium, spreekt Rob Jetten de leden van zijn partij toe: ‘Nederland heeft maar één echte Partij Voor de Vrijheid. Die heet D66’.

Een tikkeltje nationalistisch? ‘Dat mag ook’, zegt hij na afloop van zijn toespraak. ‘Waarom zou je dat alleen aan rechtse politici overlaten?’

Over de auteur
Avinash Bhikhie is politiek verslaggever van de Volkskrant

Volg alles over de kabinetsformatie hier.

Zaterdag zijn de D66’ers bijeen in het NBC Congrescentrum in Nieuwegein dat officieel in het teken staat van één van de stokpaardjes van de sociaal-liberalen: de Europese Parlementsverkiezingen. Waar het deze ledenbijeenkomst echt over gaat is de metamorfose waar de partij aan begonnen is: van Sigrid Kaag naar Rob Jetten, van coalitie naar oppositie en van 24 naar negen zetels. Maar ook van minder politiek vanuit het hoofd naar meer vanuit het hart. En hoe vindt D66 een antwoord op de ‘ruk naar extreemrechts’, zoals Jetten de formatiebesprekingen tussen PVV, VVD, NSC en BBB omschrijft.

‘Betweterig’

De partijleider blikt terug op de verloren verkiezingen en de oppositierol die lonkt. ‘Dat hebben we aan onszelf te danken. Mensen wilden samenwerking, maar zagen vaak gedonder. Mensen wilden empathie, maar zagen technocratie. Mensen wilden nieuw leiderschap, maar zagen dezelfde premier van een oude coalitie’, aldus Jetten die de belangrijkste conclusies van een snoeihard intern rapport herhaalt.

In evaluatie van de verkiezingsnederlaag wordt onder meer gewezen op de leegte achter de vorige campagneleus ‘Nieuw leiderschap’, maar werden ook harde noten gekraakt over het elitaire karakter dat D66 maar moeilijk van zich af kan schudden. De partij stelt zich te ‘betweterig’ op en loopt het gevaar in de strijd voor inclusiviteit juist andere groepen te verliezen.

Geadviseerd wordt om de komende tijd de koers te wijzigen: niet langer doen alsof D66 een middenpartij is, maar pal gaan staan voor het sociaal-liberale gedachtegoed. Dat moet vervolgens niet op een technocratische manier worden overgebracht, maar vanuit waarden: beleid moet niet gepresenteerd worden als feitelijke waarheden, maar vanuit een visie waar de partij wil dat Nederland naartoe gaat.

In zijn congrestoespraak doet Jetten daar al voorzichtig een eerste aanzet toe. De speech was voor een Europees verkiezingscongres, voor D66 doen, verrassend sterk georiënteerd op de nationale politiek en daarmee vanzelfsprekend ook de PVV. ‘De liefde voor Nederland laat ik me niet afpakken door wie dan ook. Dit is óns land’, aldus Jetten. ‘Geert Wilders, met zijn ondemocratische eenmanspartij, tot in de kern on-Nederlands. Hij is een bedreiging voor de Nederlandse waarden en voor de Nederlandse identiteit.’

Jetten is teleurgesteld in Pieter Omzigt (NSC) in wie hij dacht een partner in het politieke midden gevonden te hebben. ‘Toch heeft hij in een mum van tijd zijn hart verkocht aan de PVV’, ziet Jetten. Volgens de D66-leider ligt de sleutel nu bij de leden van NSC. ‘Kiest Nieuw Sociaal Contract voor kabinet Wilders-I of voor Nederland?’

De toespraak geeft ook een inkijkje in de oppositierol die Jetten voor zich ziet. ‘Ik heb oprecht zin om die oppositie te voeren’, zegt hij na afloop van de Toespraak. ‘Nu met drie banen (vicepremier, klimaatminister en fractievoorzitter) is het wel vrij veel. Ik heb gewoon echt veel zin om met die negenkoppige fractie aan het werk te gaan.’ Met de PVV aan de knoppen heeft Jetten een uitstekende tegenstander om zich tegen te profileren, zoals D66 onder leiding van Alexander Pechtold ook deed.

‘Rob is een van ons’

Ondanks het snoeiharde rapport, het verlies van vijftien Kamerzetels en de PVV die naar de macht lonkt delen de leden het optimisme van Jetten.

Lodi van Brussel, oud-D66-raadslid uit Leiden, omschrijft het evaluatierapport als ‘een pijnlijke spiegel’, maar wel noodzakelijk. ‘Het moet anders’, zegt hij. Vertrouwen dat het bij de volgende verkiezingen ook goed komt, heeft hij zeker. Een kabinet met de PVV biedt D66 kansen weer te laten zien waar het voor staat.

Dat nu Jetten aan het roer staat maakt volgens hem ook veel uit. ‘Nu is het tijd voor Rob’’, aldus Van Brussel. Hij heeft net in een van de bijzalen gezien hoe gemakkelijk Jetten zich door de vragensessie over de evaluatierapporten heen bewoog. ‘Ja, hij is een van ons', zegt Van Brussel. ‘Sigrid is wat wij als partij wilden, maar de afstand tussen haar en de partij was af en toe te groot.’

Dat vindt ook Bob van den Bos, D66-veteraan die eerder vice-partijvoorzitter, Eerste Kamerlid, Tweede Kamerlid en fractievoorzitter in het Europees Parlement was. ‘Rob is meer dan Kaag iemand van ons. Hij is in de partij opgegroeid.’

Ook Van den Bosch maakt zich weinig zorgen over het forse zetelverlies bij de vorige verkiezingen. ‘Ik ben al vanaf 1968 lid. Onze partij heeft al heel veel meegemaakt.’ Hij ziet veel gelijkenissen met de jaren ‘80 toen zijn partij in een kabinet met PvdA en CDA stapte. Na de verkiezingen die volgden maakte D66 eveneens een duikvlucht: van 17 zetels naar zes in de oppositie.

‘Ook toen zaten we in een kabinet wat de achterban niet zag zitten. Dat wordt je niet in dank afgenomen’, aldus Van den Bos. Paniek is hem dan ook vreemd. ‘D66 heeft dit vaker meegemaakt. We zijn sterker dan Lazarus, die kwam maar één keer terug uit de dood.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next