Zaterdag is op NPO Radio 1 in het programma De taalstaat bekendgemaakt dat schrijver Tjibbe Veldkamp de Woutertje Pieterseprijs 2024 heeft gewonnen met het boek De jongen die van de wereld hield. Een buitenbeentje in het oeuvre van Veldkamp. Hoe kwam hij zo tot het schrijven daarvan?
Tjibbe Veldkamp (61) begint al te schrijven als hij nog wordt voorgelezen. In zijn hoofd dan. Als het hoofdstuk uit Wipneus en Pim voor die avond uit is, doolt hij in gedachten verder door het paleis van koning Goedhart. ‘Ik zag die verhalen als filmpjes in mijn hoofd. Je zou kunnen zeggen dat ik mijn schrijfopleiding voor mijn 10de verjaardag al heb gehad. Alles wat ik hoef te doen, is zo goed mogelijk opschrijven wat ik zie.’
Dat schrijven blijft, al duurt het even voor hij zijn brood ermee verdient. Na een middelbareschooltijd vol zelfverzonnen stripverhalen en melige liedteksten voor de band met zijn broer, gaat Veldkamp psychologie studeren. Pas tijdens een mislukte studiereis naar Liverpool – hij wil een archief bestuderen dat helemaal niet blijkt te bestaan – durft hij eindelijk voor het schrijven te kiezen. Hij wordt redacteur bij het weekblad Donald Duck.
Over de auteur
Pjotr van Lenteren schrijft voor de Volkskrant over jeugdliteratuur. Hij is voorzitter van kinderboekenfestival Boekids.
Dan gaat het hard. Hij schrijft gemiddeld één grappig prenten- of voorleesboek per jaar, zoals de succesvolle serie Agent en Boef (vanaf 2008) met illustrator Kees de Boer. Soms schrijft hij ook iets voor pubers en jongvolwassenen, bijvoorbeeld de thrillerachtige novellen SMS (2006) en Katvis (2018). Zijn belangrijkste missie: boeken maken waarin wat gebeurt én waarin wat te lachen valt.
En dan is er ineens het spannende en ontroerende sprookje voor oudere kinderen: De jongen die van de wereld hield (2023). Over Adem, die als hij geboren wil worden, eerst moet zorgen dat zijn aanstaande ouders Zdenka en Vaclav van elkaar gaan houden. Veldkamp: ‘Toch blijft het een jongensboek: voordat het goedkomt, moet er een hoop worden beleefd!’
Waarom spreekt schrijven voor jongens je zo aan?
‘Ik steek gewoon zo in elkaar. Dat móéten bewegen. Actie, grappen, grollen. Niet alles altijd zo serieus nemen of juist expres alles té serieus. Misschien is dat jongenshumor, maar ik ken inmiddels ook veel meisjes die er dol op zijn.’
Je hebt in het verleden actie gevoerd voor meer jongensboeken. Zie je een beweging ten goede?
‘Absoluut. Toen ik mijn zoon ging voorlezen, vond ik vrijwel niets geschikts. Dieren die over emoties praten boeiden hem niet. Uiteindelijk hebben we samen een boek over de geschiedenis van wapens doorgespit. Hoe een musket werkt en zo. Daar weet ik nu alles van. Tegenwoordig is er veel meer keus.’
Waarom ben je geen cabaretier geworden?
‘Ik ben geen podiummens. Ik heb een keer gedroomd over mijn eerste en enige cabaretshow. Iets onhandigs met ovenwanten en proberen om daar een sigaret mee aan te steken. Dat moet goede sketch worden, denk ik. Voor een ander dan.’
Ineens is er het romantische De jongen die van de wereld hield. Waarom nu dít boek?
‘Het idee bestaat al bijna twintig jaar. In 2006 werd mij gevraagd een cadeautje voor kinderen te schrijven. Voor 10 duizend euro! Addertje onder het gras: het moest in zes weken af. Het werd een beroerd boek, op basis van het idee dat nu dus ook ten grondslag ligt aan De jongen die van de wereld hield. Ik heb destijds het geld geïncasseerd en vervolgens een half jaar totaal gefrustreerd voor me uit zitten staren tot het weer op was: heb ik een keer een goed idee, verpruts ik het.’
Waarom heb je na al die jaren toch de draad weer opgepakt?
‘Als we moeten psychologiseren: ik heb een moeilijke periode achter de rug. Mijn kinderen gingen het huis uit. Ik ben gescheiden. Toen dacht ik weer aan het begin van dat mislukte boek, over die jongen en zijn toekomstige vader en moeder op een brug in de sneeuw. Een verhaal van verbondenheid. Dat wilde ik nog een keer vertellen, maar nu goed. Misschien is het ook de leeftijd. Op mijn 60ste vroeg ik mezelf: Tjibbe, wat doet er voor jou écht toe? Kortom: ik was in een serieuze bui.’
Tjibbe Veldkamp (Groningen, 1962) is samen met illustrator Mark Janssen de winnaar van de 37ste Woutertje Pieterse Prijs voor het mooiste kinderboek van het afgelopen jaar: De jongen die van de wereld hield. Aan de prijs is een bedrag van 15 duizend euro verbonden. Het boek vertelt het verhaal van de nog niet bestaande jongen Adem, die in het Oost-Europese stadje Paznau op zoek gaat naar zijn toekomstige ouders.
Wat wil je zeggen als je geen grap maakt?
‘Moet ik dat echt verklappen? Goed dan: dat het leven spectaculair is. Buitenissig en bijzonder. Dat je kunt ademen en voelen en rondrennen. Het leven is vaak beroerd, maar ook: spectaculair.’
En dan ga je daar een dik boek over schrijven.
‘Inderdaad. De werktitel luidde eerst Mijn dikke boek. Ik begin altijd pas met schrijven als ik het hele verhaal precies voor me zie. Net als vroeger, toen ik voorgelezen werd. Als ik midden in een boek zit, kan ik alleen maar daaraan denken. Dat was nu wel eens heftig. Meestal maak ik prentenboeken, die zijn niet zo lastig te onthouden. Ik heb een schrijfkantoor in het centrum van Groningen, in een oud scheikundelaboratorium. Zodra ik over de drempel van mijn werkplek stap, dan valt, bám, die hele film weer in mijn hoofd. En dan moet ik bladzij voor bladzij de woorden vinden bij de dingen die ik voor me zie.’
Wie bedacht uiteindelijk die prachtige titel?
‘Mijn redacteur en ik, tijdens een lange brainstorm. Heeft ons bloed, zweet en tranen gekost. We wisten het écht niet. Ik wilde het De jongen die niet geboren werd... of toch... noemen.’
Dat zou dan wel echt een Tjibbe Veldkamp-titel zijn.
‘Hoe bedoel je?’
Er toch weer een grap van maken.
‘Ja, dat is wel zo. Zou ik het dan toch weer te leuk hebben gemaakt? Nou, maar goed dat we dat niet gedaan hebben.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant