De Slowaakse regering opent de aanval op de publieke omroep RTVS. Journalisten zeggen dat ze een propagandakanaal van de omroep wil maken. Op de achtergrond spelen de spannende presidentsverkiezingen van zaterdag. ‘De regering wil alle slechte dingen die ze doet verbergen.’
In de felverlichte studio van RTVS frutselt de assistent van journalist Miroslav Frindt (53) aan een microfoon. Een digitale klok met rood oplichtende cijfers telt de seconden af tot hij live gaat. Met enkele handbewegingen zit de microfoon goed in Frindts blauwe pak. De gesoigneerde presentator nipt aan zijn water. Op het eerste oog een gewone dag bij de Slowaakse publieke omroep RTVS, maar boven de studio pakken zich donkere wolken samen. ‘De sfeer is slecht’, zegt Frindt na de uitzending. ‘We weten niet wat we moeten verwachten.’
In maart kwam de regering van Robert Fico met een wetsvoorstel om haar grip op RTVS (Slowaakse Radio en Televisie) te versterken. De omroep moet verder onder een andere naam, ook komen er twee nieuwe raden: één die gaat over het management en één die zich richt op de inhoud. De politiek heeft directe invloed op die raadsleden, ze worden benoemd door de regering en het parlement. Dat de overheid zich wil bemoeien met de publieke omroep is niet nieuw, zegt Frindt, die al 25 jaar bij de tv werkt. ‘Maar zo snel, zo vulgair en met zo veel kracht, dat is nieuw.’ Fico kondigde een ‘wetgevende wervelwind’ aan.
Over de auteur
Arnout le Clercq is correspondent Centraal- en Oost-Europa voor de Volkskrant. Hij woont in Warschau.
Sinds Fico in oktober aan de macht kwam als premier, opent hij de aanval op de rechtsstaat en de media. Sommige Slowaken vrezen dat hun land de richting van Hongarije onder Orbán opgaat. Deze zaterdag vinden spannende presidentsverkiezingen plaats. De keuze is tussen Peter Pellegrini, een bondgenoot van Fico, en Ivan Korcok, gesteund door de progressieve oppositie. De achterban van Korcok hoopt dat hij de snelle afbraak van de rechtsstaat en persvrijheid onder Fico kan afremmen. In de peilingen schommelen beide kandidaten rond de 50 procent.
Voor journalisten als Frindt is het zonneklaar wat achter de nieuwe wet steekt: controle over de journalistieke inhoud van de omroep. ‘Ze willen dat het nieuws wordt zoals hun sociale media’, zegt hij. ‘Ze kunnen nu niet alles zeggen wat ze willen zonder kritische vragen te verwachten.’ Samen met ruim 1.100 collega’s tekende hij protest aan, ook een deel van de Slowaakse samenleving en andere media verzetten zich tegen de regeringsplannen. De Europese koepelorganisatie EBU noemt het ‘een slecht verhulde poging om de Slowaakse publieke omroep in staatsmedia te veranderen.’
Premier Fico is geen vriend van de onafhankelijke pers. In 2018 moest hij aftreden na de moord op onderzoeksjournalist Ján Kuciak, die schreef over de banden tussen Fico’s entourage en de georganiseerde misdaad. Kort nadat Fico in 2023 opnieuw aan de macht kwam, deed zijn kabinet ‘vijandige media’ in de ban: de regering staat vier onafhankelijke kranten en televisiezenders niet meer te woord.
Verbale aanvallen van politici op de pers komen veelvuldig voor. Bedreigingen van journalisten zijn al langer een probleem in Slowakije. ‘Maar onder de nieuwe regering nemen ze toe’, vertelt Beata Balogová, hoofdredacteur van dagblad Sme, een van de media die de premier op de korrel heeft. Ondertussen verschijnen ministers wel in YouTube-programma’s die desinformatie verspreiden.
Nu is de publieke omroep aan de beurt. Het protest tegen Fico’s plannen – in de wandelgangen van RTVS klinkt zelfs geroezemoes over een (bij wet verboden) staking – grijpt de premier aan om zijn punt te maken. Het gedrag van de medewerkers ‘kan geen objectieve en onafhankelijke uitzending garanderen’, zei Fico. ‘Ze zijn in gevecht met de regering.’ Hij schildert de omroep af als ‘oppositiemedia’ en ‘activisten’.
Deze kritiek is ‘misplaatst’, stelt mediadeskundige Peter Dubóczi van denktank Adapt. De omroep ‘confronteert de daden van de regering; kritische stemmen krijgen ook ruimte’. De regering poogt deze kritiek te smoren en weg te houden bij een groter publiek, aldus Dubóczi. Uit onderzoek blijkt bovendien dat de omroep relatief veel vertrouwen van het publiek geniet.
‘Ik luister en kijk naar de omroep, van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat’, zegt Gabriela Kubliková (76) bij een campagnebijeenkomst van oppositiekandidaat Korcok in Bratislava. ‘Straks weten we niet meer wat er in ons land gebeurt, de regering wil alle slechte dingen die ze doet verbergen.’ De oppositiekandidaat wil RTVS beschermen. Uit angst dat het protest tegen de omroephervorming Korcoks campagne vleugels geeft, stelde Fico’s regering de plannen uit. Maar analist Dubóczi acht het onwaarschijnlijk dat ze verdwijnen. ‘Deze wet komt terug.’
In het iconische gebouw van de Slowaakse radio, een omgekeerde piramide in het centrum van Bratislava, maakt ook de chef van de buitenlandredactie, Sona Weissová, zich zorgen. Hoewel Fico draalt met zijn wet, laat het verantwoordelijke cultuurministerie – in handen van de nationalistische coalitiepartij SNS – weinig aan de verbeelding over. Minister van Cultuur Martina Simkovicová wil meer nadruk leggen op de Slowaakse nationale identiteit (zelf woont ze in Oostenrijk).
‘Het gaat niet alleen om het nieuws’, zegt Weissová. ‘We maken ook programma’s over minderheden en lhbti’ers, gaan die straks verdwijnen?’ Op haar eigen redactie maakt ze zich zorgen over de berichtgeving over de oorlog in Oekraïne – Fico’s regering doet regelmatig pro-Russische uitlatingen over de invasie. ‘Ik heb hier straks geen toekomst meer als journalist.’
Afgelopen weken gingen duizenden Slowaken de straat op om te demonstreren voor hun omroep. Ondanks de steun is de stemming bij de televisie in mineur. ‘We kunnen onze onafhankelijkheid vaarwel zeggen’, vreest een 28-jarige technicus (die niet herkenbaar in de krant wil, ‘want je weet nooit wie er meeleest’).
Omroepdirecteur Lubos Machaj (69) is optimistischer, hoewel de regering er geen geheim van maakt dat hij als eerste voor de bijl gaat. ‘Wanneer ik vragen stel over het budget, krijg ik te horen: maak je geen zorgen, dat is een zaak voor het nieuwe management.’ Toch blijven ze demonstreren, zegt Machaj, nieuwe protestbuttons liggen klaar in zijn kantoor. ‘We moeten vechten voor onze onafhankelijkheid.’
Source: Volkskrant