Home

Het toenemende antisemitisme door de ogen van zes Joodse Nederlanders

Sinds 7 oktober groeit het aantal antisemitische incidenten in Nederland. Joden worden uitgescholden, zijn alerter op straat en velen hebben de papieren klaar om snel te kunnen vertrekken. ‘Het is een existentiële angst: ben ik hier nog wel veilig? Wie beschermt mij?

‘Het aantal mensen dat mij met zorgen belt of e-mailt is heel erg groot’, zegt opperrabbijn Binyomin Jacobs van het Interprovinciaal Opperrabbinaat. ‘Tientallen per week zijn het er. Dit heb ik nog nooit meegemaakt.’

‘Ik zie angst, bedruktheid en ongerustheid bij de mensen om me heen’, zegt Roland Vos. Hij is organisator van Joodse evenementen en verantwoordelijk voor de horeca in onder meer het Nationaal Holocaustmuseum. Hier spreekt hij op persoonlijke titel. ‘Sommige mensen overwegen kogelwerende deuren te nemen en tralies voor hun raam.’

‘Er is een stijgende lijn ingezet die niet stopt’, zegt Chris den Hoedt, voorzitter van de Joodse gemeente Rotterdam. ‘Dat is angstwekkend, omdat je niet weet waar het eindigt.’

Vraag Joden in Nederland naar hun gemoed, en in veel gevallen zullen de antwoorden niet vrolijk stemmen. Als ze zich geen zorgen maken over hun eigen veiligheid, dan wel over die van vrienden en familie. Logisch ook. Sinds Hamas op 7 oktober 2023 meer dan duizend Israëlische burgers vermoordde en Israël als vergelding verwoestende aanvallen op Gaza uitvoerde, is ook in Nederland de spanning opgelopen.

De afgelopen tijd leidde dat tot incidenten, waarvan enkele de media haalden. Zo werd twee weken geleden een concert van de Joodse zangeres Lenny Kuhr door demonstranten verstoord. Vorige week vrijdag ontving een rabbijn een klap op zijn hoofd in een winkelcentrum in de Utrechtse wijk Overvecht. Een vrouw in Amstelveen kreeg bezoek aan huis omdat haar dochter dient in het Israëlische leger.

Maar er gebeurt veel meer, blijkt uit een rondgang in de Joodse gemeenschap. Zo zegt Den Hoedt: ‘We hebben een groep motorrijders met Palestijnse vlaggen voor de deur van de sjoel gehad. Gelukkig was er op dat moment niemand aanwezig.’ Jacobs zegt dat hij de afgelopen maand meerdere dreigbrieven heeft ontvangen. Ook wordt hij steeds vaker uitgescholden op straat. ‘Zelfs bij kinderspeelplaatsen, door kinderen. Ze weten niet eens waar het over gaat!’ Den Hoedt kent in Rotterdam meerdere leerlingen tussen 7 en 13 jaar die sinds 7 oktober van school zijn gewisseld na antisemitische incidenten.

‘Nieuw in de huidige situatie is dat ook linkse en progressieve Joden angstig zijn’, zegt voorzitter Chantal Suissa-Runne van Yalla!, een stichting voor Joden en moslims. ‘Ook mensen die altijd uitgingen van vertrouwen in plaats van wantrouwen, mensen die zich inzetten voor de dialoog – ook zij ervaren een toename van het antisemitisme. Dat vind ik zorgelijk.’

De spaarzame cijfers lijken de onheilspellende verhalen te ondersteunen. Discriminatie.nl meldt dat het aantal meldingen van antisemitisme sinds 7 oktober is toegenomen. Zo waren er in het eerste kwartaal van 2024 in het hele land 51 meldingen, tegen 19 een jaar eerder. Ook meldingen van islamofobie nemen overigens toe, benadrukt een woordvoerder.

Het Centrum Informatie en Documentatie Israël (Cidi) komt volgende week met de jaarlijkse Monitor Antisemitische Incidenten. Vooruitlopend op die publicatie wil een woordvoerder vast zeggen dat sprake is van ‘een significante toename’.

Ondertussen overwegen sommige Joden hun koffers te pakken om hun geluk elders te zoeken. Meerdere mensen zeiden tegen de Volkskrant dat ze ‘de papieren op orde’ hebben voor een eventueel vertrek. Roland Vos kent al mensen die naar woningen aan het kijken zijn, bijvoorbeeld in Israël. ‘Dat krijg je als mensen zich niet veilig voelen.’

Aaf: ‘Ik wil niet weg, ik heb het goed hier en ik houd van Nederland’

Sinds een tijdje stelt Aaf zich voor als Aaf. Niet dat ze zo heet, maar omdat ze haar Hebreeuwse naam niet meer wil gebruiken. ‘Want dan zeggen mensen: je hebt een Hebreeuwse naam, je bent vast Joods. Voor ik het weet, gaat het gesprek weer over het Gaza-conflict’, zegt de 45-jarige Joodse vrouw uit de regio Den Haag. ‘Maar ik ben toch niet de woordvoerder van Netanyahu, ik heb geen zin om er telkens over te praten.’

Ze is bovendien nog nooit zo bang geweest als nu. ‘Mijn 16-jarige zoon solliciteerde onlangs voor een bijbaan in de supermarkt. Ik zei: vertel niet dat je Joods bent. Toen ik jong was, kon ik vrij Joods zijn. Inmiddels kruipen we steeds meer in onze schulp, worden we onzichtbaarder Joods.’

Dat gevoel is er al jaren. ‘Maar na 7 oktober en de antisemitische leuzen die geroepen zijn na de opening van het Holocaustmuseum, is het sterker geworden. Het is een existentiële angst: ben ik hier wel veilig? Wie beschermt mij?

‘Het is dubbel: aan de ene kant ben ik blij met onze beveiliging. Als ik mijn zoons bar mitswa organiseer, is beveiliging het eerste wat ik regel. Als mijn kinderen op een Joods kamp gaan, worden ze 24/7 beveiligd. Maar het is toch surreëel dat het nodig is? Dat het normaal is?

‘Vorige week zei een vriendin: heb je je belangrijke papieren al gepakt? Nee, antwoordde ik. Dezelfde dag zei ik tegen mijn man: misschien moeten we onze belangrijke papieren toch maar bij elkaar zoeken. Hij antwoordde: dat heb ik allang gedaan.

‘Ik denk dat Joden altijd in hun achterhoofd een exitplan hebben, nu wordt er openlijk over gepraat: naar welk land zouden we gaan? Sorry, ik word emotioneel. Ik wil niet weg, ik heb het goed hier en ik houd van Nederland. Maar ik ben bang dat mijn kinderen hier geen toekomst hebben.

‘Toen afgelopen week in Utrecht een rabbijn op zijn hoofd werd geslagen, riep de burgemeester op om verdraagzaam te zijn. Alsof we een soort zijn die verdragen dient te worden.’

Shura Lipovsky: ‘Ook mij maakt geweld, waar dan ook, radeloos van verdriet’

Woede helpt niet. Daarvan is de Amsterdamse Shura Lipovsky (62) overtuigd. Al ziet ze dat de sfeer verhardt. ‘Internationaal, maar ook hier. Door alle gruwelen van Hamas en daarna Israël, is het geëscaleerd. Je kon bijvoorbeeld voorspellen dat de komst van de Israëlische president Isaac Herzog naar de opening van het Holocaustmuseum veel zou losmaken. De Shoah had op zichzelf moeten blijven staan, zonder de huidige Israëlische politiek erbij te betrekken, om die doden te herdenken.’

Zelf heeft ze in het dagelijks leven geen last van antisemitisme. ‘Ik ben misschien al wat gewend’, zegt de zangeres, die gespecialiseerd is in Jiddische liederen. ‘Voor mijn werk kom ik vaak in Duitsland en Frankrijk. Daar heb ik al een en ander meegemaakt.’ Zo trad ze enkele jaren geleden op tijdens een Duits theologencongres. ‘Er kwam een man op mij af. Hij zei: ik ben allergisch voor alles wat Joods is. Als u één woord Hebreeuws zegt, kan ik heel kwaad worden. Verbijsterd zei ik toen bewust niks. De hele avond heb ik vervolgens aan het idealisme van de Jiddische cultuur gewijd.’

Want, stelt ze, wat er ook gebeurt: ik blijf bij mijn overtuiging. ‘Ik probeer de Europees-Jiddische cultuur, die door de Shoah is vernietigd, nieuw leven in te blazen. Ik geloof dat het beloofde land overal kan zijn, zolang je op een waardige manier met elkaar samenleeft, elkaar respecteert, erkent dat elk mensenleven heilig is.’

Zo dacht ze er vorige week over na wat ze zou doen als haar optreden, net als dat van Lenny Kuhr, verstoord zou worden door pro-Palestina-demonstranten. ‘Ik zou zeggen: Ook mij maakt geweld, waar dan ook, radeloos van verdriet. Maar luister ook naar deze liederen, die voortkomen uit een bijna geheel vernietigde Joodse cultuur die toch vol idealisme is gebleven voor een andere, vredelievende, wereld, met geloof in dialoog.’

Leo: ‘Auto’s toeteren, de inzittenden steken een middelvinger op’

Toen hij vorige week zaterdag bij de Albert Heijn in Amersfoort zijn boodschappen deed, liep er een meisje met een hoofddoek langs, vertelt de 46-jarige Leo, die vanwege de veiligheid niet met zijn achternaam in de krant wil. ‘Kankerjood’, riep ze hem toe. ‘Free Palestine!’ Ze was een jaar of 14, denkt hij.

Leo liep op haar af. ‘Wat kankerjood?’, zei hij. ‘Waarom zeg je dat?’ Ze ontkende iets gezegd te hebben. Andere klanten bemoeiden zich ermee. Een teamleider bekommerde zich vooral om zijn mislukte poging een foto te maken die hij wilde gebruiken om aangifte te doen. Buiten werd hij opgewacht door jonge mannen. ‘Ik ben er zonder klappen vanaf gekomen’, zegt hij. ‘Maar het scheelde niet veel.’

Het overkomt hem sinds 7 oktober steeds vaker. Met zijn keppeltje is hij goed herkenbaar als Jood. ‘Ik word nageroepen en uitgescholden’, zegt hij. ‘Auto’s toeteren, de inzittenden steken een middelvinger op. Soms roepen ze ‘Joden moet je doden’ of ‘Free Palestine’. Maar wat heb ik met die oorlog te maken? Mijn familie woont al vierhonderd jaar in Nederland.’

De haat wordt aangewakkerd door de berichtgeving in de media, zegt hij. ‘Ik heb het gevoel dat leugens van Hamas klakkeloos worden overgenomen, terwijl wat Israël zegt – een democratische bondgenoot – in twijfel wordt getrokken. Zo creëer je een klimaat waar wij direct de shit van ondervinden.’

En in dat klimaat houden omstanders vaak hun mond. ‘Anderen zien en horen dat een volwassen man wordt uitgescholden door een paar tieners’, zegt Leo. ‘Maar niemand reageert, zelfs niet als ik vraag of ze zien wat er aan de hand is. Ze lopen zwijgend verder.’

Voorlopig gaat hij niet meer naar de Albert Heijn. ‘Ik vertik het om mijn keppeltje te vervangen door een baseballpet’, zegt hij. ‘Dan zou ik me aan dat terroriserende tuig aanpassen.’

Luuc Smit: ‘Een Marokkaanse collega schreef dat ik altijd bij hem terechtkon’

‘Ik heb direct gezegd dat ik met de dader in gesprek wilde’, zegt Luuc Smit (63), een paar maanden nadat de synagoge in Middelburg werd beklad met hakenkruisen. Smit is aan de synagoge verbonden als chazan, de voorzanger tijdens gebedsdiensten.

De bekladding werd op een zaterdagavond ontdekt. De kleine Joodse gemeenschap in de Zeeuwse hoofdstad – ongeveer veertig geregistreerde leden en zestig andere bezoekers – reageerde geschokt. Eerder hadden zich nauwelijks noemenswaardige incidenten voorgedaan.

Na de bekladding ervoer Smit steun uit alle hoeken. ‘We kregen een prachtige brief van een moskee in Zeeland. Dat ze de bekladding afkeurden en met ons meeleefden. Op de hogeschool waar ik werk, kreeg ik een mail van een Marokkaanse collega, die schreef dat hij er niets van begreep. Als ik een luisterend oor nodig had, kon ik altijd bij hem terecht. Ik heb het huilend zitten lezen.’

Uiteindelijk bleek de bekladding het werk van een 12-jarige jongen. Hij kwam met zijn vader langs. ‘Het doel was niet hem een kopje kleiner te maken’, zegt Smit. ‘We wilden hem vertellen hoeveel onrust hij veroorzaakt heeft en horen wat hem hiertoe bewogen had. Hij bleek beïnvloed door groepen op internet.’

Het gesprek pakte goed uit. ‘Toen hij me zag, zei hij dat hij dacht dat Joden eng waren, maar dat ik een aardige man was. Ik antwoordde: jij lijkt me ook een aardige jongen. Later heeft hij een prachtige excuusbrief geschreven. En hij is met zijn ouders naar Auschwitz gegaan.’

Sinds februari zijn er in Middelburg geen incidenten meer geweest, al beaamt Smit dat ook Joden in Zeeland worstelen. ‘Ook hier heerst angst, angst om je naar buiten toe als Jood te gedragen. Er zijn mensen die niet naar de synagoge durven te komen.’

Chaja Polak: ‘We moeten compassie hebben met elkaar, niet het vijandbeeld vergroten’

‘Ik merk dat ik ervan uitga dat ik word aangekeken op wat Israël doet. En dat is onaangenaam, want ik heb de regering van Israël niet gekozen.’

Aan het woord is Chaja Polak, de in 1941 geboren schrijver die onlangs nog een essay publiceerde over de tijd na 7 oktober. In Brief in de nacht pleit ze vóór nuance en tégen de oorlog. ‘Joden, júíst Joden, zouden empathie moeten voelen voor de burgerbevolking in Gaza’, schrijft ze. ‘Zij weten wat lijden is.’

‘Mijn hele leven heb ik het gevoel gehad me te moeten verantwoorden voor wat er in Israël gebeurde’, zegt Polak, die als peuter in de Tweede Wereldoorlog ternauwernood ontsnapte aan deportatie. ‘Elke oorlog waarbij Israël betrokken was, maakte me radeloos. Nu weer. Het is erger dan ooit. Omdat deze oorlog heftiger is dan eerdere oorlogen en plaatsvindt in een gevaarlijke tijd van populisme, onwetendheid en nepnieuws.’

Zelf wordt ze niet nageroepen en niet bedreigd. ‘Maar ik zie er ook niet zo Joods uit’, zegt ze. ‘Ik houd mijn hart vast voor anderen bij wie dat wel het geval is. Zij kunnen niet meer veilig door bepaalde wijken lopen.’

Ondertussen geven de pro-Palestijnse protesten haar een onbehaaglijk gevoel. ‘Kijk wat mensen scanderen en hoe ze met Palestijnse vlaggen het Joodse buurtje in Buitenveldert binnenrijden. Na de oorlog was het niet bon ton om antisemitische uitspraken te doen, maar tegenwoordig mag het blijkbaar weer.’

Haar steun aan Extinction Rebellion heeft Polak inmiddels ook ingetrokken. ‘Ik blokkeerde geen snelwegen, maar was sympathisant en ik doneerde’, zegt ze. ‘Maar nu deze groepering zich zo polariserend uit over het conflict in Gaza, voel ik me er niet meer thuis. Ik voel me sowieso niet thuis bij fanatisme. We moeten compassie hebben met elkaar, niet het vijandbeeld vergroten.’

Amos Hirschfeld: ‘Op de universiteit maakte ik me nooit zorgen. Dat is veranderd’

‘Om mijn nek draag ik een kettinkje met een davidster’, zegt Amos Hirschfeld. ‘Die is niet groot, een centimeter in doorsnede misschien. Er waren altijd plekken waar ik de ster niet graag zichtbaar droeg. In het openbaar vervoer bijvoorbeeld. Op de universiteit maakte ik me nooit zorgen. Maar dat is veranderd.’

De 19-jarige Hirschfeld studeert aan de Universiteit van Amsterdam. Hoewel alleen zijn vader Joods is, voelt hij zich sterk verbonden met het Jodendom. Hij was lid van een Joodse jeugdvereniging, woonde een jaar in Israël en heeft veel Joodse vrienden. ‘Ik geloof niet in God, maar doe wel mee met de tradities.’

Na 7 oktober kookte hij van woede, zegt hij. Bekenden van hem waren door Hamas vermoord en ontvoerd. Israëlische vrienden in het leger werden naar Gaza gestuurd. Even overwoog hij een Israëlisch paspoort aan te vragen en zich ook bij het leger te melden, zodat hij zijn ‘steentje kon bijdragen’.

Het stak hem dat in Nederland een ander sentiment opkwam. ‘Al vrij snel na de aanslagen van Hamas gingen mensen de straat op om de Palestijnen te steunen. Dat werden er steeds meer. Langzaamaan begon iedereen Israël te zien als de grote agressor.’

Ook op de universiteit veranderde de sfeer. Eind vorig jaar hing er opeens een grote Palestijnse vlag aan een van de gebouwen. Discussies over het conflict werden emotioneler. ‘Mensen werden echt boos’, zegt Hirschfeld. ‘En dat terwijl vrijwel niemand daar zelf Joods of islamitisch is. Ik kreeg het idee dat alle witte Nederlanders zich tegen Israël hadden gekeerd.’

En daarom verbergt hij zijn davidster nu onder zijn T-shirt als hij naar college gaat. ‘Dat voelt shit’, zegt hij. ‘Ik wil me graag uitspreken tegen de dingen die ik fout zie gaan, maar ik ben bang voor de reacties.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next