Home

‘Vroeger kon ik pas tevreden zijn als ik half kotsend het podium afliep, want dan had ik alles gegeven. Letterlijk álles’

Optreden was lang een lijdensweg voor cabaretier Jochem Myjer. Hij ging er zowel fysiek als mentaal aan onderdoor. Maar na een jarenlange pauze heeft hij er voor het eerst zín in. ‘Ik sta het mezelf niet meer toe om te lijden.’

Hij is in zijn Mini op weg naar zijn voorstelling in Schiedam. Het is maar 8 graden, maar we rijden met open dak. Niks fijner dan de frisse wind om je kop te hebben, vindt Jochem Myjer (46). Eigenlijk was zijn nieuwe programma Net alsof ook bedoeld om in de openlucht te spelen. Hij heeft dat al een keer gedaan, in een bostheater. ‘Het was magisch om midden in de voorstelling opeens een vlucht ganzen over te zien komen.’ En ook nu, in de file op de A4, dringt de natuur zich onweerstaanbaar op. ‘Kijk, een ooievaar’, wijst hij opgewonden. ‘Die hadden we met een dicht dak nooit gezien.’ Ondertussen wordt er links en rechts naar Myjer gezwaaid en getoeterd. Hij wuift vriendelijk terug, met zijn leren coureurshandschoenen.

Net alsof is inmiddels zo goed als af, na zo’n zestig try-outs. De rugzak is van zijn rug. Al was het voor het eerst niet zo’n loodzware bevalling. ‘Voorheen vond ik het echt de hél.’ Het schrijfproces vond hij meestal nog wel leuk. ‘Maar bij de eerste try-out ging ik echt dood. Dan begon het grote lijden, dat soms wel maanden kon duren. De show is dan nog niet af; je grappen zijn nog niet in evenwicht en is er nog geen decor. Terwijl de druk gigantisch is. Na afloop zeggen mensen: ‘Ik vond je vorige show leuker.’ Ja hallo! Die heb je gezien in Carré, toen ik hem al vierhonderd keer had gespeeld.’

Drieënhalf jaar had hij niet opgetreden. En toen-ie weer begon, heeft hij voor het eerst genoten van de try-outs. ‘In het begin was het nog net zo slecht als bij de vorige shows. Maar nu dacht ik: niet zeuren, gewoon werken, je hebt inmiddels wel tienduizend uren in dit vak gemaakt. Kom op Jochem, je kunt dit gewoon.’ Hij speelde jarenlang op leven en dood. Dat viel ook zijn collega’s op. ‘Theo Maassen stuurde me een mailtje na mijn vorige show. ‘Je bent veel te streng voor jezelf. Door jouw perfectionisme heeft je voorstelling voor jou iets destructiefs. Dat kost je te veel. Probeer er iets constructiefs van te maken.’ Dat was een inzicht voor me. Want de basis is dat je toch zelf plezier moet hebben op het podium. Terwijl ik jarenlang krampachtig bezig was met: als die mensen maar een leuke avond hebben. Pas na honderd voorstellingen begon ik zelf een beetje te genieten.’

Het is 3 uur ’s middags als we de garage van het theater in Schiedam binnenrijden. Hier zal hij vanavond en morgen achthonderd man publiek bespelen. Geluksvogels, want de wachtrij voor de twee voorstellingen in Schiedam was langer dan vijftienduizend mensen. Het eerste seizoen van zijn tournee – veertigduizend kaartjes – was binnen een paar minuten uitverkocht. ‘Ik vind het verdrietig dat ik niet meer kan geven dan dit, maar dat laat ik los. Daar kan ik toch niks aan veranderen. Ik probeer wel een langere tournee te maken en in grotere zalen te spelen. Maar ja, twee voorstellingen per week is nou eenmaal de limiet.’ Allemaal nog het gevolg van de kwaadaardige tumor die in 2011 in zijn ruggemerg werd vastgesteld.

Zijn technici Ramon, Bo en Patrick zijn eerder gearriveerd. Het decor, een reusachtige boom met een bankje eronder, staat er al. Myjer maakt eerst een ronde door de schouwburg om alle medewerkers van het theater persoonlijk te begroeten. Op weg naar de kleedkamer herhaalt hij hun namen voor zichzelf, als een mantra. ‘Ik wil ze per se onthouden, want zij zijn cruciaal. We doen het samen. Voordat ik vrolijkheid kan brengen is er gezelligheid nodig. In feite zijn zij mijn voorprogramma.’ Ook zijn kleedkamer is inmiddels helemaal ingericht, en zijn kostuum hangt al aan een hangertje. In de ruimte naast de kleedkamer ligt een matras, waarop hij voor de voorstelling kan slapen. ‘Jochem zzzz’ staat op de deur.

Hij groeide op met toneel en cabaret. Zijn vader Egbert zat in het bestuur van de schouwburg in Zutphen. Als jongen ging hij vaak mee naar cabaret, en op zondag naar klassieke concerten. Zijn moeder Marja deed als student aan cabaret en haalde zelfs de finale van Cameretten. Zijn vader was rechter. Rechtschapenheid en eerlijkheid waren kernwaarden thuis. Dat zit er nog steeds in. ‘Ik ben in alles de zoon van een rechter. Dat betekent dat ik heb geleerd: er is altijd een andere kant. Als kind vind je dat niet fijn. Als ik een klap had gehad op school, zeiden mijn ouders direct: ‘En wat heb je zelf gedaan?’ Achteraf ben ik daar heel blij mee. Dat werkt ook door in wat ik als cabaretier zeg en doe. Ik kan grof zijn, maar ik heb ook oog voor die oudere mensen op de eerste rij.’

Thuis werd veel cabaret gedraaid. Als ze onderweg waren naar Frankrijk stond altijd Frans Halsema aan. En anders Ramses Shaffy of Bram Vermeulen. Als puber was hij een groot fan van Theo Maassen en Hans Teeuwen. Op z’n 20ste begon hij zelf met cabaret. ‘Met de bretels van Youp en de stem van Dolf Jansen, want ik dacht dat alle cabaretiers zo snel praatten. En ik zag hoe Bert Visscher zalen totaal uit hun dak kon laten gaan. Later, toen ik zelf al in het vak zat, ben ik naar alles gaan kijken van Toon Hermans. Toon is de GOAT in ons vak. Echt de Greatest of All Time. Er bestaat niemand in de Nederlandse geschiedenis die daar ooit aan gaat tippen.’

Al was Paul van Vliet voor Myjer het invloedrijkst. ‘Hij is mijn oervader. Paul was een gigant, met name als mens. Een echte heer, bij wie ik dacht: zo wil ik ook zijn. Hij vertelde ooit in een interview dat hij graag zijn kennis wilde overdragen, maar dat hij helaas geen ‘cabaretkinderen’ had. Toen heb ik hem benaderd: mag ik dan je ‘cabaretzoon’ zijn? Nadien kregen we een heel intens contact.

‘Bij zijn begrafenis heb ik in de Koninklijke Schouwburg in Den Haag mogen zingen bij zijn kist. Paul had heel simpel in een brief opgeschreven: ik wil Freek, Youp, Herman (van Veen, red.) en Jochem. Youp, Freek en Herman deden het prachtig. Maar ik ben op zo’n moment een emotioneel wrak. Ik zong zijn liedje Jij bent het beste wat mij is overkomen. Dat ging drie coupletten goed. En toen brak ik... te midden van al die collega’s. Vreselijk. Zijn lieve vrouw Lidewij zat op de eerste rij, stond op en applaudisseerde. In haar eentje. Zo van: lieverd, geeft niks dat je je emotie laat zien. Terwijl het voor mij voelde als falen. Ik dacht: dat laat precies zien dat ik niet bij die grote jongens hoor. Na afloop voelde ik een hand op mijn schouder. Het was Theo Maassen: ‘Goed gezongen man. Alleen dat janken was heel slecht geacteerd.’ Meteen – boem! – de angel eruit.’

Myjer had zich na zijn vorige show Adem in, adem uit voorgenomen om voorlopig met het vak te stoppen. In de documentaire Nog eentje dan – waarvoor regisseur Suzanne Raes Myjer volgde tijdens zijn laatste serie optredens in Carré, in 2019 – was pijnlijk duidelijk te zien hoeveel het spelen van hem eiste. Myjer was na afloop van zijn voorstelling iedere avond opnieuw gesloopt, en te afgemat om ook maar een woord uit te brengen. ‘Die documentaire was voor mij het kantelpunt. Toen zag ik zelf ook: jongen, dit moet je niet meer willen. Dit is gewoon een lijdensweg.

‘Dat laatste half jaar in Carré was ik extreem ongelukkig. Als ik drie dagen had gespeeld, lag ik daarna nog drie dagen op bed bij te komen. En dan had ik nog hooguit één dag om iets leuks te doen.’

Hoe hield je het vol?

‘Ik deed het voor die anderhalf uur op het toneel.’

Daar leefde je dus eigenlijk voor?

‘Daar leefde ik voor, ja.’

Maar drie keer per week anderhalf uur levensgeluk is erg weinig.

‘Dat zie ik nu ook. Het knabbelde op een gegeven moment aan alles. Ik heb echt een periode gehad dat mijn levenskwaliteit dusdanig laag was, dat ik dacht: waarom nog allemaal? Als je levenskwaliteit zo laag is, dan komt er weleens een donkere gedachte in je op. Terwijl dat totaal niet ‘des Jochem Myjers’ is. Ik ben juist positief ingesteld.’

Ben je daar met mensen over gaan praten?

‘Zeker. En ik heb veel coaches gehad. Ik heb hard aan mezelf gewerkt in die drie jaar na 2019. Ik ben door iets heel zwaars gegaan en daardoor in iets lichts terechtgekomen. Fysiek blijft optreden heel zwaar voor me. Maar ik word niet meer meegesleept in die stroom waar ik zelf geen enkele controle meer over heb. Ik sta het mezelf niet meer toe om te lijden.’

Dus wat doe je nu?

‘Minder vaak spelen. Goed naar mijn grenzen kijken. Veel eerder gaan slapen. Ik kan er niet een heel groot sociaal leven naast hebben, want alles wat ik doe kost me energie. Op een dag als vandaag plan ik niks anders. Eén ding per dag. Dat zijn heel strenge regels. Best moeilijk, want ik ben een enorme pleaser. Maar anders ga ik fysiek totaal naar de kloten.’

‘Ik heb de ossenstaart voor morgen eerst aangebakken en daarna twaalf uur in de slowcooker gedaan’, zegt Myjer tegen zijn technici. ‘En nu staat-ie twaalf uur in de koelkast om te rusten.’ Het water loopt ’m nu al in de mond. ‘Er moet alleen nog van die dikke pasta bij.’ ‘Pappardelle’, vult geluidsman Bo aan. ‘Precies. Pappardelle. Jam jam jam, dat wordt heerlijk.’ Ze koken tijdens de tournee bij voorkeur zelf, om beurten. In de kleedkamergang staat de verrijdbare keuken, met keurig opgeruimde vakken vol kookplaatjes, keukengerei, rechauds en kruiden. In de coulissen staat een andere kast met alle attributen die nodig zijn voor de voorstelling. Aangevuld met een ruim assortiment plakband, schoonmaakmiddelen, pleisters en gereedschap. En een rijkgevulde bak met ‘tourfruit’ (snoep). Bij een van de plankjes hangt een bordje: ‘Het enige waar Jochem aan mag komen’. ‘Want echt, hij kan een broodrooster nog laten crashen’, zegt toneelmeester Ramon. Op die ene plank ligt een groot zwart cahier. ‘Mijn dagboek’ staat op de kaft. Eronder is een foto van Paul van Vliet geplakt. ‘Niemand die dat vanuit de zaal ziet. Maar ik vind het een fijne gedachte.’

Myjer is een tikje nerveus. ‘Voor het eerst deze tournee spelen we in een grote bak. Ik weet niet helemaal zeker hoe ze zullen reageren. En toch denk ik: speel maar gewoon, dan gaat het goedkomen. Maak plezier!’

Zodat je jezelf ook een cadeau geeft vanavond.

‘Precies. Dat ik mezélf een cadeau geef. En niet alleen het publiek. Dat heb ik eigenlijk nooit eerder gedaan. Ik was altijd pas tevreden als het hele publiek uit z’n dak ging. En dan ging ik na afloop in de foyer ook nog even foto’s maken met al die mensen. Zodat ik zeker wist dat ze blij naar huis gingen. Zo van: nou ja, het was geen beste avond, maar hij is in elk geval wel lief. Dat is toch de onzekere pleaser in mij.’

Toen hij in 2019 besloot om met spelen te stoppen vroeg hij zich natuurlijk wel af hoe zo’n leven zonder theater hem zou bevallen. ‘Ik dacht: kan ik wel zonder dit vak? Kan ik zonder dat podium nog wel gelukkig zijn? Beroemdheid is een gif. Als je binnenkomt in een hotel, dan is het: dag meneer Myjer, wat enorm leuk dat u er bent. Als je op straat loopt, krijg je voortdurend complimenten. Dat is niet gezond voor een mens. Maar wel heel verslavend.’

En? Kon je zonder?

‘In het begin wel. Ik genoot van door de natuur lopen. Ik ging weer kinderboeken schrijven. Superleuk. Het hielp dat het midden in de coronatijd was, niemand speelde meer. Toen mijn collega’s weer begonnen, voelde ik ook nog geen drang. Heel langzaamaan kwam de zin weer terug.’ Hij wist wel dat een programma waarin hij twee uur onafgebroken over het toneel zou razen niet meer tot de mogelijkheden behoorde. Hij vroeg advies aan Paul van Vliet. ‘Paul zei: ‘Jochem, als jij een goed verhaal vertelt terwijl je zit, is dat net zo goed als wanneer je loopt.’ Dat was voor mij heel verhelderend.’

In zijn nieuwe voorstelling zit Myjer dan ook met enige regelmaat een minuut of wat rustig op een bankje, onder die reusachtige boom in het midden van het podium. Niet bedoeld als theatraal effect, maar geboren uit pure noodzaak. ‘Ik zit op dat bankje thee te drinken, zonder iets te zeggen. Dat is voor mij het allermoeilijkste wat er is. Echt totaal tegen mijn natuur. Na de eerste try-out kwam ik in de pauze af en zei ik tegen Ramon: ‘Holy shit. Ik ben gewoon een minuut stil geweest!’ ‘Nee Jochem’, zei hij, ‘het waren maar negen seconden.’ Negen seconden! Maar dat ik zoiets doe, maakt deze voorstelling voor mij volslagen anders dan wat ik ooit eerder heb gedaan. Vroeger kon ik pas tevreden zijn als ik half kotsend afliep, want dan had ik alles gegeven. Letterlijk álles. Nu geef ik fysiek niet meer alles. Maar wel alles in mijn kwetsbaarheid. Ik vertel over mijn scheiding, over het auto-ongeluk van mijn ouders. Dat is toch de bedoeling van kunst; dat je datgene wat je meemaakt in een vorm giet. En als ik echt mijn eigen kwetsbaarheid laat zien, raak ik iets bij iemand die dat ook heeft meegemaakt.’

Hij vroeg in de aanloop naar zijn nieuwe programma eveneens raad aan Brigitte Kaandorp. ‘Brigitte zei: ‘Jouw programma’s zijn zo verbindend. En tegelijkertijd maak je nooit contact met publiek. Je gaat nooit door die vierde wand. Mijn opdracht aan jou is: jij gaat vanaf nu elke dag iets doen wat je nog niet eerder hebt gedaan.’ Hoofdschuddend: ‘Nou man... Dat gaat echt in tegen alles wat ik tot dan toe gedaan had. En toch heb ik haar advies opgevolgd. En het werkte. Ik ga nu elke avond het gesprek aan met mensen uit de zaal. Precies wat Brigitte me had gezegd.’

Je vertelt over wat collega’s tegen je zeiden. Maar wat zei je dokter?

‘Die zei: in onze ogen is het onmogelijk dat je met jouw aandoening überhaupt nog op het podium staat. Dat kán helemaal niet.’

Want in 2011 werd hij ziek. Er bleek een kwaadaardige tumor in zijn ruggemerg te zitten. Myjer onderging een operatie van ruim dertien uur, waarbij de tumor grotendeels werd verwijderd. Een klein restant bleef achter omdat het te gevaarlijk was om dat tussen alle zenuwbanen weg te peuteren. Hij was destijds eigenlijk niet verbaasd dat hem dit overkwam. ‘Als jong kind dacht ik al: ik ga vroeg sterven. Dus toen ik mijn doodvonnis kreeg dacht ik: zie je wel, dat heb ik altijd geweten. Het is gelukkig goedgekomen. Maar sindsdien sta ik nooit op met de gedachte: shit, wéér een dag. Ik ben daadwerkelijk altijd gelukkig als ik wakker word. Maar als morgen mijn neuroloog belt, na de zoveelste scan die ik nog regelmatig moet laten maken, en hij zegt: ‘Jochem, het is toch uitgezaaid, het is nu echt klaar’, dan zou ik daar oprecht vrede mee hebben. Als ik morgen doodga, weet ik: ik heb het leven opgedronken tot de laatste druppel. Sinds een tijdje ben ik weer stapelverliefd. Dan realiseer ik me: dat maak ik toch ook weer mee! Dat maakt het leven een stuk lichter.’

Moet je je er nog zorgen over maken?

‘Het blijft een tikkend tijdbommetje. Ze hebben niet alles kunnen weghalen. Op de scans kunnen ze zien dat het iets groter is dan tien jaar geleden. Maar ik probeer er zo weinig mogelijk bij stil te staan.’

Hij vertelde in eerdere programma’s openhartig over zijn ziekte. En toch is Net alsof nog persoonlijker dan zijn eerdere shows. ‘Omdat ik echt als Jochem op het podium sta en niet als ‘de komiek Jochem Myjer’.’ Hij zingt onder meer een aandoenlijk liedje over zijn scheiding: Ik zou het zo weer doen. Een positief nummer, benadrukt hij. ‘Het is geen mislukking geweest, dat huwelijk. Bij een scheiding zegt iedereen: oh, ze hebben het kennelijk niet goed gedaan. Eigenlijk suggereer je daarmee dat je destijds, toen je 30 was, iemand anders had moeten zoeken. Maar als ik nu 30 zou zijn en Marloes opnieuw zou tegenkomen, zou ik weer voor haar kiezen. Omdat ik nog steeds begrijp waarom ik toen bij haar ben gekomen. En daarnaast kan ik de twee dierbaarste wezentjes in ons leven maar met één persoon delen. En dat is zij.’

Had die breuk een verband met het harde werken?

‘Het had met andere dingen te maken. Als één partner ziek wordt, dan is de balans weg. Dan is het allemaal in één keer niet meer zoals je ooit bij elkaar bent gekomen. Je zit eerst samen op een schip dat heel lekker vaart. Maar dan komt er een enorme storm; je flikkert allebei overboord. En je eerste neiging is dan toch om allebei als individu naar de kant te zwemmen. In plaats van elkaar op te zoeken, elkaars hand vast te pakken en samen naar de kant te zwemmen.’

De scheiding van Marloes stond niet op zichzelf. Twee jaar geleden raakten zijn ouders betrokken bij een zwaar auto-ongeluk. Ze werden met 80 kilometer per uur vol geraakt door een tegenligger; een jonge man die kort daarvoor nog xtc had gebruikt. Ze moesten allebei uit het wrak worden geknipt. Jochems moeder had haar rug op meerdere plaatsen gebroken en is nog altijd niet helemaal hersteld. Zijn vader had onder meer een gebroken borstbeen, en meerdere gebroken ribben. Het ongeluk was voor hun zoon een keerpunt. ‘Het eerste wat ze na het ongeluk tegen elkaar zeiden was: ik hou van jou, ik hou van jou. Hand in hand lagen ze op de intensive care. Dat is zo’n ontzettend romantisch verhaal. En ik besefte toen opeens: dat soort liefde delen Marloes en ik niet meer. Of laat ik het zo zeggen: het was langzaam weggeëbd. Dat was een spiegel voor mij en ook voor haar. Het ongeluk heeft ervoor gezorgd dat we elkaar uiteindelijk recht in de ogen hebben gekeken en hebben gezegd: we moeten niet nog meer kapotmaken dan dit. Want we hebben wel twee kinderen. Dus dat ongeluk heeft alles in gang gezet. Door het besef: alleen als we elkaar loslaten, kunnen we weer gaan vliegen. En inmiddels vliegen we allebei weer.’

Hij is er ook een andere vader door geworden. In de weekenden dat zijn twee kinderen bij hem zijn, probeert hij er ook optimaal voor hen te zijn. Een groot verschil met vroeger. ‘Voorheen lag ik vooral te slapen. Dus op dat gebied ben ik ook weer gelukkiger. Ik had het misschien ook wel een beetje opgegeven om goed in dat vaderschap te slagen. Op het moment dat je samen met je kinderen bent, wil je daar heel erg van genieten. Maar ondertussen zegt je hele lijf: ga slapen! Nu kan ik in het weekend met ze mee naar voetbal. Dat deed ik altijd al, maar nu is het fysiek goed te doen. Ik heb de intensiteit van de shows aangepast zodat ik echt van de kinderen kan genieten.’

Zijn kinderen hebben de voorstelling inmiddels ook gezien. ‘Voor hen was het heel confronterend. Een kinderleven gaat snel. Toen ze mij voor het laatst op het toneel zagen, waren ze 8 en 10. En nu zaten ze in de zaal als 13- en 15-jarige. Ik vond het natuurlijk heel spannend, omdat het ook over de scheiding gaat. In de pauze kwamen ze mijn kleedkamer binnen... Ah, nu emotioneert me dat meteen weer. Toen zeiden ze: papa, wat ben je góéd! En wat heb je een mooi liedje over mama geschreven. Echt lief. Dat vond ik verschrikkelijk ontroerend. We hebben met z’n drieën staan huilen. Eén van de mooiste momenten in mijn leven. En van mijn vaderschap. Omdat ik dacht: ik verwerk het op het podium, want zo werkt bij mij alles. En zij begrijpen het.’

De voorstelling in Schiedam is een daverend succes. De staande ovatie lijkt bijna niet te eindigen. Na afloop loopt Myjer de foyer in, waar tientallen fans al staan te wachten om met hem op de foto te gaan. Hij ondergaat het gewillig en plichtsgetrouw. Technicus Bo gaat mee om Myjer zo nodig af te schermen en om de tijd in de gaten te houden. Maximaal tien minuten, hebben ze ooit afgesproken. Anders is Myjer totaal gevloerd. Om de minuut roept Bo luid en duidelijk hoeveel tijd er nog resteert, als scherp geklokte rondetijden. En als-ie ziet dat het Myjer zwaar valt, beëindigt hij de sessie voortijdig. ‘Tien minuten duren bij mij ook weleens korter’, zegt hij met een knipoog.

Het is al tegen middernacht als de komiek zijn auto de schouwburggarage uit stuurt. Zichtbaar afgemat rijdt hij de nacht in, opnieuw met open dak. Hij weet nu al dat hij morgen een groot deel van de dag in bed zal moeten liggen, om halverwege de middag weer naar Schiedam te kunnen gaan. De leeftijd speelt daar vast ook een rol bij, zegt hij. Of het een raar gevoel is dat hij qua levensjaren minstens op de helft zit? Hij antwoordt onverwacht ernstig: ‘Het voelt voor mij alsof ik al wel op driekwart zit. Ik ben op mijn 20ste begonnen. Dus in het vak ben ik al een oude lul. Soms heb ik het gevoel dat ik al op de terugweg ben. Er zijn allang weer nieuwe generaties. Daar kan ik tegelijkertijd erg van genieten. Laatst kreeg Lisa Ostermann (cabaretier, red.) vijf sterren in NRC. Ik heb die recensent gemaild: wat fijn dat je haar vijf sterren hebt gegeven. Want daarmee wordt haar carrière gelanceerd.’

Zie jij jezelf over tien, vijftien jaar nog op dat toneel staan?

‘Dat hangt van mijn lichaam af, want ik merk nu ook weer: het blijft altijd een worsteling. Op dit moment gaat het wel. Maar als er één griepje tussen zit, één verkoudheidje, dan wordt het alweer een lijdensweg. Dus uiteindelijk denk ik wel dat ik naar één keer per week matinee ga.’

Dus je betaalt nog steeds een hoge prijs?

‘Ik betaal een heel hoge prijs. Maar ik doe het met liefde. Omdat ik nu voor het eerst ’s avonds in de coulissen sta met: ik heb er zín in. Wat een genot dat ik hier mag spelen.’

Cv Jochem Myjer

22 april 1977 Geboren in Leiden.

1997 Doet mee aan het Groninger Studenten Cabaret Festival. Wint met Geen Gemyjer de eerste prijs.

1998 Eerste avondvullende show Gegabber. Daarna volgen andere programma’s: Adéhadé, Yeee-haa! en De rust zelve.

2011 Halverwege de tournee van Even geduld Aub wordt een tumor in zijn ruggemerg ontdekt. Het jaar na de operatie staat geheel in het teken van revalidatie. Hij zal zijn programma daarna nog spelen tot 2015.

2014 Krijgt André van Duin Comedy Award.

2015 Eerste kinderboek De Gorgels verschijnt.

2019 Speelt honderdste keer in Carré.

2022 Derde deel De Gorgels verschijnt.

2023 Try-outs van Net alsof.

2024 Première van Net alsof in juni.

Jochem Myjer woont in Leiden, heeft een vriendin en twee kinderen met zijn ex-vrouw. 

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next