Home

Landbouwminister wil mestcrisis bestrijden met vermindering van ‘dierrechten’

Veehouders die hun ‘dierrechten’ – het recht een bepaald aantal koeien, varkens of kippen te houden – verkopen, moeten straks 30 procent van die rechten inleveren. Minister Piet Adema (Landbouw) wil zo de veestapel inkrimpen om de mestcrisis het hoofd te bieden.

Adema heeft dit vrijdag na de ministerraad bekendgemaakt. Zoals eerder deze week al uitlekte, wil hij ook een nieuwe uitkoopregeling voor veehouders openstellen. Veehouders die vrijwillig willen stoppen met boeren, zouden daar dan vanaf volgend jaar op kunnen inschrijven. Adema stelt voor om die algemene stoppersregeling minstens vier jaar, dus tot eind 2029, te laten bestaan. Van veehouders die er gebruik van maken, worden alle dierrechten ingetrokken.

Rundvee-, varkens- en pluimveeboeren hebben productierechten nodig om een bepaalde hoeveelheid vee te mogen houden. Die productie- of dierrechten zijn vanaf 1998 ingevoerd om te voorkomen dat de Nederlandse veestapel ongebreideld kon blijven groeien. Het kabinet heeft deze rechten in het verleden gratis aan bestaande veehouders toegekend, maar ze zijn nu veel geld waard. Veehouders die hun bedrijf willen uitbreiden, moeten sindsdien eerst de benodigde dierrechten kopen van stoppende collega’s.

Over de auteur
Yvonne Hofs is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft over financiën, economische zaken en landbouw, natuur en visserij.

Volg alles over de kabinetsformatie hier.

Mogelijk niet genoeg

Door de dierrechten bij elke verkooptransactie flink af te romen, hoopt Adema een snelle krimp van de veestapel af te dwingen. De noodzaak daartoe bestond al door de stikstofcrisis, maar is extra urgent door de plotseling ontstane mestcrisis. Nederlandse veehouders mogen sinds dit jaar minder dierlijke mest uitrijden, omdat de Europese Commissie zich zorgen maakt over het Nederlandse mestoverschot. Nederlandse veehouders mogen dit jaar 31 miljoen kilo minder stikstof over hun land verspreiden, en 11 miljoen kilo minder fosfaat dan vorig jaar. In 2025 en 2026 gaan die maxima nog verder omlaag.

Adema’s Kamerbrief wekt twijfel of deze crisismaatregel voldoende is. Hij schrijft namelijk dat het afromen naar verwachting ‘enkele miljoenen kilo’s stikstof’ scheelt. Dat is dus lang niet genoeg om de vereiste reductie van meer dan 30 miljoen kilo te bereiken. Momenteel worden de dierrechten van melkveehouders al 10 procent afgeroomd bij een verkoop aan derden. Bij overdracht van de rechten binnen de familie, een gangbare situatie in de landbouw (kinderen die de boerderij van hun ouders voortzetten), wordt er bovendien niets afgeroomd. De opbrengst is ook geheel afhankelijk van het aantal verkooptransacties, erkent Adema in zijn brief.

Eiwitrijk voer

Een andere maatregel om het mestoverschot snel terug te dringen, is het introduceren van een norm voor eiwitarm veevoer. Koeien die weinig eiwit eten, produceren minder stikstofrijke mest. Maar dit is een norm die de melkveehouderij zelf moet implementeren en waarvan de geslaagde uitvoering nog zeer onzeker is. Ook de voermaatregel bespaart hoogstens ‘enkele miljoenen kilo’s’ stikstof, meldt Adema.

Als het afromen van de dierrechten bij verkoop buiten familieverband en het eiwitarme veevoer te weinig zoden aan de dijk zetten, volgt er mogelijk een algehele korting op alle dierrechten per 1 januari 2027. De veehouderij is mordicus tegen zo’n generieke afroming, dus die dreiging zal in de sector zeer slecht ontvangen worden.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next