Na drie dagen juridisch armpjedrukken tussen Shell en Milieudefensie is de zaak er niet eenvoudiger op geworden. Aan de berg dilemma’s waarover het gerechtshof zich al moest buigen, voegde de milieuclub op het laatste moment nog iets toe.
De eerste drie dagen van het hoger beroep tussen Shell en Milieudefensie eindigden in een cliffhanger. Wanneer de voorzitter van het gerechtshof in Den Haag de lange zittingenreeks donderdagmiddag wil beëindigen, vraagt de getergde hoofdadvocaat van Shell, Daan Lunsingh Scheurleer, nog eenmaal het woord. ‘Milieudefensie wil dat het afstoten van bezittingen door Shell niet meetelt in een eventuele reductie-eis. U zult begrijpen dat dit punt zeer wezenlijk is voor Shell’, houdt hij de voorzitter voor.
Lunsingh Scheurleer stipt op het laatste moment een zaak van leven of dood voor Shell aan. Stel dat het hof de uitspraak van de Haagse rechter uit 2021 bekrachtigt en dat Shell zijn uitstoot voor 2030 inderdaad met 45 procent moet verminderen. En dat Shell géén onderdelen mag verkopen, maar bijna de helft van zijn bezittingen ‘onklaar moet maken’, in de woorden van Lunsingh Scheurleer.
Over de auteur
Bard van de Weijer is economieredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft over de energietransitie en de impact daarvan op het dagelijks leven. .
Dit ogenschijnlijk nieuwe aspect, donderdag naar voren gebracht door de advocaten van Milieudefensie, zet de toch al complexe zaak verder op scherp. De milieuorganisatie vindt dat een eventuele CO2-reductie niet alleen op papier mag gebeuren, ze moet ‘echt’ plaatsvinden.
Dit gebeurt niet als Shell bezittingen verkoopt. Dan nemen andere fossiele bedrijven de activiteiten over en verdwijnt de CO2-uitstoot weliswaar uit de boeken van Shell, maar gaan de broeikasgassen nog altijd de lucht in. Dus vroeg Milieudefensie het hof donderdag om ‘een precisering’ van de eerdere uitspraak: wat betekent min 45 procent?
‘Shell mag niet slechter worden van het eigen hoger beroep’, stelt Lunsingh Scheurleer. ‘We laten er geen misverstand over bestaan dat Shell bezwaar maakt tegen deze nieuwe grieven.’ Dat Shells advocaat dit nu al ‘wil markeren’, laat het enorme belang zien van het hoger beroep. Zowel voor Shell, dat vreest te worden gedecimeerd, als voor Milieudefensie, dat gevaarlijke klimaatverandering wil voorkomen.
Dit dilemma is een van de vele waarover het hof zich moet buigen. Zoals ook over de vraag van wie een CO2-molecuul eigenlijk is, zodra het een schoorsteen of uitlaat verlaat.
Niet van ons, zegt Shell. Kooldioxide die vrijkomt bij de verbranding van benzine, aardgas of kerosine die door Shell is gemaakt of verhandeld, valt in de zogenoemde scope-3-categorie. Shell zegt hierop geen invloed te hebben (‘We kunnen onze klanten niet dwingen elektrisch te gaan rijden, de overheid moet dit stimuleren’). Shell kan slechts iets doen aan scope 1 en 2, de eigen uitstoot die bijvoorbeeld ontstaat bij de productie van brandstoffen. Dit deel wil Shell halveren met de helft, méér dan de rechter eist. Maar 95 procent van Shells CO2-uitstoot zit in scope 3. Shells reductie levert daarom weinig klimaatwinst op.
Het CO2-molecuul dat voor Shell in scope 3 valt, is voor de afnemer juist scope 1. De klant kan deze uitstoot verlagen door bijvoorbeeld te switchen van dieseltrucks naar elektrische. Dan daalt de CO2-uitstoot en neemt de vraag naar olieproducten af, waardoor ook Shells scope-3- uitstoot daalt.
Zó werkt het volgens Shell: wij kunnen niks doen aan scope 3 en die CO2 is niet van ons. Bovendien, betoogt de olie- en gasreus, is het ineffectief en oneerlijk als wij als enige worden gedwongen tot reductie.
Nee hoor, zegt Milieudefensie: de wereld weet al sinds de klimaattop van 1992 dat er minder broeikasgassen de atmosfeer in moeten. Dertig jaar en vele klimaattoppen later is er bijna niets gebeurd. Terwijl de klimaatcrisis aanzwelt, kondigt Shell doodleuk aan dat het wil groeien in fossiel gas en de productie en handel in olie gelijk houdt.
Daarom moet er nu ‘echte’ reductie komen, stelt de milieuclub, en geen papieren. Geen geschuif binnen scopes, geen boekhoudkundige trucs met de verkoop van onderdelen; gewoon minder CO2. Het klimaat kan niet wachten en mensen lopen wereldwijd reëel gevaar.
Shell kan een bijna-halvering makkelijk dragen, betoogt hoofdadvocaat Roger Cox van Milieudefensie. Zelfs als de omzet halveert, zit Shell nog altijd in de toptien van olie- en gasbedrijven wereldwijd, en er zijn zat kleinere fossiele bedrijven die winst maken voor hun aandeelhouders.
Hoe redelijk dit argument is, valt te bezien: als Shell werkelijk de helft van zijn bezit ‘onklaar’ moet maken, zal de beurskoers decimeren en moet het met minder inkomsten nog wel gewoon installaties afbetalen die miljarden hebben gekost, en bouwen aan groene energie. Bovendien heeft de rechter eerder verklaard dat Shell zelf mag weten hoe het zijn reducties realiseert. ‘Verkoopdwang’ is daarvan een ongeoorloofde aantasting, aldus Shell.
Dit is nog een van de eenvoudiger dilemma’s. Andere grote vragen die afgelopen week werden opgeworpen, zijn: is dit wel een taak voor de rechter, of is het aan de politiek? Hoe groot is het belang van betaalbaarheid en leveringszekerheid van energie? Kan Shell überhaupt aansprakelijk worden gesteld voor de schade?
Het hof moet de komende maanden tot een oordeel komen. Wat de uitkomst ook wordt, niet iedereen zal er content mee zijn. Shell heeft al laten weten bij verlies in cassatie te gaan.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant