Sinds het begin van de oorlog in Oekraïne zijn ongeveer 2.900 derdelanders naar Nederland gevlucht. Zij woonden met een tijdelijke verblijfsvergunning in Oekraïne toen Rusland het land binnenviel.
Net als andere vluchtelingen uit Oekraïne kregen derdelanders die naar Nederland vluchtten hier bescherming. Zij mochten hier wonen, werken en studeren en hadden recht op leefgeld.
Op 4 maart verliep die regeling. Derdelanders kregen toen vier weken de tijd om Nederland te verlaten of asiel aan te vragen. Die periode verliep dinsdag.
Eerder deze week bepaalde de Raad van State, de hoogste rechter, dat zes derdelanders voorlopig mogen blijven. Zij vechten het besluit dat ze moeten vertrekken aan, maar daar is nog geen definitieve uitspraak over gedaan.
Het oordeel van de Raad van State gold alleen voor de zes derdelanders, maar is wel "richtinggevend". Andere derdelanders in dezelfde omstandigheden kunnen dus dezelfde uitspraak verwachten.
Over het vraagstuk over derdelanders mogen blijven of niet, zijn rechters het nog niet eens. De rechtbank Amsterdam heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie in Luxemburg gevraagd om verduidelijking van Europese afspraken over derdelanders. Zolang daar geen antwoord op is, mogen derdelanders van de Raad van State in Nederland blijven.
Het is niet bekend hoeveel derdelanders nu nog in Nederland zijn en hoeveel van hen nog wachten op een voorlopige voorziening.
Source: Nu.nl algemeen