Helemaal nieuw is het verschijnsel natuurlijk niet. Ook voorheen had je af en toe luitjes die het grondrecht om te mogen demonstreren lelijk verwarden met intimidatie. Bijvoorbeeld in februari 2009, toen activisten wilden voorkomen dat een Israëlische legerwoordvoerder een lezing zou geven over het boeiende thema ‘Na de Gazaoorlog, wat nu’, in The College Hotel te Amsterdam.
Vooraf schreven ze dreigbrieven met zinnen als: ‘U zult zich de woede op de hals halen van veel mensen die hun onvrede en boosheid zullen komen laten horen als de lezing in uw hotel doorgaat.’ En: ‘De publiciteit die deze bijeenkomst en het protest daartegen zal krijgen, kan het hotel toekomstige klanten gaan kosten.’ De directie zwichtte per ommegaande en gelastte de lezing af. Uiteindelijk vond het samenzijn plaats in het nabijgelegen Apollo Hotel – alwaar activisten de spreker alsnog belaagden. (Door op Midden-Oosterse wijze schoenen naar hem te werpen, echt.)
Over de auteur
Elma Drayer is schrijver en columnist van de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Maar wat destijds vrij opmerkelijk was, is vijftien jaar later doodgewoon. De huidige generatie activisten gelooft bloedserieus dat alleen gelijkgestemden recht van spreken hebben. Dus dat je mensen met wie je van opvatting verschilt het optreden mag bemoeilijken of beletten. Deze (uiteraard) uit de Verenigde Staten geïmporteerde logica was het schaamlapje voor de gênante taferelen bij de opening van het Nationaal Holocaustmuseum op 10 maart.
Voor de heckling van een optreden van zangeres Lenny Kuhr in Waalwijk, twee weken later. En voor de verstoring vorige week van een openbaar interview met Navo-topman Rob Bauer aan de Universiteit van Amsterdam. Dankzij het geschreeuw (‘Free, free Palestine’) was een gesprek onmogelijk. Volgens ene Rafael verdiende de Navo nu eenmaal ‘geen platform’ op de universiteit. Niet ongeestig schreef de admiraal na afloop op X: ‘Toevallig is het recht om te protesteren precies het soort vrijheid dat de Navo wil beschermen.’ Touché.
Even tussen ons, het liefst zou ik dit alles negeren. Hoezo aandacht besteden, nietwaar, aan activisten die meestal hun gezicht niet durven laten zien, die bij voorkeur achternaamloos of anoniem opereren – alsof ze godbetert verzetsstrijders zijn die moeten vrezen voor vervolging door de bezetter. Maar ja. Tot mijn verbazing weet hun actiemethode behoorlijk wat welwillendheid op te roepen – ook, of misschien wel juist in deze krant.
Of nee, dat verbaast me niks. Sinds 7 oktober verbaas ik me nergens meer over. Zo kreeg mijn columnzuster het in dit hoekje voor elkaar om de intimidatie te Waalwijk te duiden als ‘protest’ dat gerust mag ‘schuren’. Tevens beweerde ze met droge ogen dat zoiets als een ‘grondrecht op een ongestoord concert’ niet bestaat. Dat klopt. Maar dat een stel malloten met arafatsjaals bepaalt wie er mag optreden en wie niet lijkt me evenmin een grondrecht.
Begrijpelijkerwijs houden de activisten zelve bij hoog en bij laag vol dat hun strijdmethode deugt. Zie de gezamenlijke verklaring die een kleine veertig organisaties – van de Internationale Socialisten en Bij1 tot aan Gouda4Palestine en Breda Solidair – vorige week de wereld in stuurden.
In proza dat van veel getuigt maar niet per se van stilistische brille, zeggen ze zich verenigd te hebben om hun steun uit te spreken ‘voor zowel het demonstratierecht als ook de groeiende beweging voor Palestijnse bevrijding van Israëlische onderdrukking, apartheid en etnische zuivering’. De belaging van Kuhr had volgens hen niks met haar Joods-zijn te maken. Het gescheld was gerechtvaardigd gezien ‘haar politieke steun aan de Israëlische bezetting en genocide in Palestina’.
Waarna ze schrijven, in een bijna briljante poging om zichzelf om te toveren tot slachtoffer, lach niet: ‘De onderdrukking van kritische stemmen en de beperking van het recht op demonstratie vormen een bedreiging voor de democratische waarden waarop onze samenleving is gebouwd.’
Verbaast het me dat de verklaring met geen woord rept over de gebeurtenissen van 7 oktober? In alle talen zwijgt over de bijna 1.200 moorden die die dag zijn gepleegd? En vooral, geen letter wijdt aan de meer dan honderd gijzelaars die nog altijd vastzitten in Gaza? Nee, dat verbaast me niks. Ik verbaas me nergens meer over.
Source: Volkskrant