Home

Bij lichte psychische problemen kun je niet meer aankloppen bij deze ggz-instelling: is dat de toekomst?

Het aantal wachtplekken in de ggz is wéér gestegen. Vooral de zorg voor mensen met complexe geestelijke problemen staat onder druk. De nood is zo hoog dat een grote ggz-instelling in Noord-Nederland de lichtere zorg nu compleet afstoot. Maar of dat wel de oplossing is?

‘Dit is een heel bijzonder drempeltje’, zegt Joop (63) aan het einde van de wandeling met zijn therapeut. Hij wijst naar een zwart-geel geblokte verkeersdrempel op het terrein van ggz-instelling Lentis in het Groningse Winschoten. ‘Vanaf dit punt mag ik mijn therapeut namelijk weer vragen terug stellen. Zoals: hoe gaat het met je moeder?’

Als Joop in 2017 voor het eerst bij Lentis binnenstapt, is zo’n regel niet aan de orde. Joop is dan nog te druk met zichzelf om vragen aan anderen te stellen. Hij verwerkt het misbruik uit zijn jeugd, dat ‘als een rode draad door zijn leven loopt’.

Na dit misbruik, op 7- en 8-jarige leeftijd, wordt hij op school onhandelbaar. Tot op het punt dat zijn ouders hem van school af halen. Op zijn 14de begint hij met werken. Lezen en schrijven kan hij dan nog niet. Toch functioneert hij redelijk.

Tot hij rond zijn 30ste een relatie krijgt; de intimiteit haalt de trauma’s van het misbruik naar boven. Hierdoor raakt hij uit balans. Joop wordt suïcidaal en krijgt meerdere psychoses. Om de zoveel maanden wordt hij opgenomen. ‘In totaal wel zo’n vijftien keer’, zegt hij.

Het duurt jaren voordat hij eerlijk durft te zijn over wat hij heeft meegemaakt. Maar uiteindelijk komt dan toch het kantelpunt. De reden: ‘Ze hebben me bij Lentis niet losgelaten. Oók niet als ik een aantal keer achter elkaar niet kwam opdagen.’ Als dat gebeurde, bleven ze contact zoeken, zegt Joop. ‘Blijven bellen, langskomen. Ze hielden vertrouwen in mij.’

Door dat aanhoudende vertrouwen gaat het langzaam beter. Met verschillende therapieën, de ene periode intensiever dan de andere, afhankelijk van hoe hard hij het op dat moment nodig heeft, timmert Joop aan de weg naar beterschap. Op initiatief van zijn behandelaren leert hij zelfs lezen en schrijven. Tot hij zijn therapeut nog maar eens in de twee weken ziet, tijdens een wandeling door het park, zoals vandaag. ‘Het is alsof ik zonder zijwieltjes leer fietsen’, zegt Joop. ’Nu heb ik ze nog iets te vaak nodig, maar binnenkort zal het wel zonder gaan.’

De ggz, en met name dit soort intensieve, specialistische zorg, staat onder druk. Uit een donderdag gepubliceerd rapport van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZA) blijkt dat het aantal wachtplekken voor een behandeling in de ggz het afgelopen jaar, ondanks inspanningen van de sector, gegroeid is van ruim 87 duizend naar ruim 97 duizend. Wie bijvoorbeeld worstelt met neurobiologische ontwikkelingsstoornissen zoals autismespectrumstoornis moet in Nederland gemiddeld 24 weken wachten voor de behandeling begint, 10 weken langer dan de norm voor de maximale wachttijd.

Het is onmogelijk om aan die zorgvraag te voldoen, zegt Johan Oostinga, bestuurder bij Lentis. Belangrijkste reden: het tekort aan personeel. De ggz-instelling, met zeventig locaties in het noorden van Nederland, kondigde onlangs aan te stoppen met de basis-ggz. Daarin worden mensen met zogeheten ‘enkelvoudige problematiek’, bijvoorbeeld alleen een angststoornis of ADHD, in zo’n acht tot tien sessies geholpen. Door die cliënten geleidelijk over te hevelen naar andere instellingen, hoopt Lentis de intensieve, specialistische zorg, zoals Joop die jarenlang ontving, ‘toegankelijk te houden voor mensen die dat nodig hebben’.

Nijpend tekort

‘Voor elke sollicitant in de zorg staan nu twee vacatures open. Over zes jaar zijn dat er hier in het Noorden zeven per sollicitant,’ aldus Oostinga. In een stad als Winschoten, waar jonge mensen wegtrekken, is het zorgtekort extra nijpend, zegt hij. ‘Tegelijkertijd hebben we in deze regio meer dan gemiddeld te maken met personen uit een lage sociaal-economische klasse en alles wat daarbij komt kijken, zoals schulden en laaggeletterdheid. En daar komen de aardbevingen nog bovenop.’

Lentis richtte zich de afgelopen jaren steeds meer, en nu dus alleen nog maar, op dit soort complexe problematiek binnen de specialistische ggz.

‘Een begrijpelijke beslissing’, oordeelt Rudolf Ponds, voorzitter van het Nederlands Instituut van Psychologen (NIP). ‘In tijden van schaarste kies je voor de mensen die de zorg het hardst nodig hebben. Maar er is natuurlijk nog niks mee opgelost. Personen met enkelvoudige problematiek kan namelijk geen zorg worden onthouden.’

De klinisch neuropsycholoog wijst daarbij op de functie van de basis-ggz om psychische problemen op tijd aan te pakken. ‘Als mensen lang moeten wachten, is de kans groot dat hun problematiek verergert, waardoor ze, als ze eenmaal aan de beurt komen, moeilijker te helpen zijn. Soms is hun situatie zo veranderd, dat ze niet meer in de goede rij staan en dat ze elders weer achteraan moeten aansluiten.’

Lentis’ besluit stuitte op soortgelijke kritiek van andere instellingen in de regio. ‘Wij hadden al te maken met enorme wachtlijsten’, zegt directeur Ayhan Tatlicioglu van ggz-instelling Inter-Psy tegen RTV Drenthe. ‘Die zullen alleen maar toenemen.’

Volgens Lentis valt dit alles mee, omdat het de basis-ggz de afgelopen jaren al afschaalden. Lentis-bestuurder Oostinga schat dat er het afgelopen jaar zo’n vijfhonderd cliënten zijn ondergebracht bij andere organisaties, en dat er nog zo’n honderd mensen moeten worden overgeplaatst.

Op zoek naar de oplossing

Hoe dan ook hadden alle partijen het liever anders gezien. Geen van hen ziet dit besluit als een oplossing. Waar ligt de oplossing voor de groeiende wachtlijsten in de ggz dan wel?

Oostinga wijst daarvoor naar de manier van samenleven. ‘Hoe doelmatig we ook zijn in de zorg, er zijn gewoon niet genoeg mensen – ook als we alles digitaliseren en optimaal efficiënt werken. Het lijkt me daarom verstandig om na te denken over: hoe zorgen we dat we de buren weer kennen? Dat we weerbaarder worden? Zodat we, als het slecht met ons gaat, niet meteen naar een hulpverlener stappen.’

Sommige zorgverleners delen die visie. Boegbeeld van die groep is psychiater Damiaan Denys. ‘Psychologische hulp is een lifestyle-ding geworden’, zei hij eerder tegen de Volkskrant. ‘Wie is er niet in therapie?’ Het voormalig afdelingshoofd psychiatrie aan het Amsterdam UMC betoogt dat we ‘normaal lijden’ verleerd zijn. ‘We pathologiseren gevoelens die inderdaad ongemakkelijk zijn, maar wel bij het normale leven horen.’

NIP-voorzitter Ponds vindt het ‘te makkelijk’ om te zeggen: ‘Leg de lat voor geluk gewoon wat lager en zoek elkaar meer op.’ ‘We zijn nu eenmaal geïndividualiseerd. Je ziet tegenwoordig nog zelden twee generaties volwassenen met elkaar in hetzelfde huis wonen, laat staan drie.’

Bovendien is de focus op mentaal welbevinden niet per se verkeerd als dat voorkomt dat mensen mentale problemen ontwikkelen, zegt Ponds. ‘De vraag is alleen of iedereen bij de ggz terecht moet. Mogelijk zijn sommigen beter geholpen in het ‘sociale domein’, zoals bij de schuldhulpverlening.’

Onaantrekkelijke werkplek

Om dat onderscheid te maken, experimenteert de sector met ‘het verkennende gesprek’, vertelt Niels Mulder, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie. ‘Daarin wordt onderzocht of psychische klachten mogelijk samenhangen met andere problemen, die eerst kunnen worden opgelost.’ Zo’n 75 procent van de mensen klopt terecht aan bij de ggz, bleek onlangs uit een experiment met deze methode. De overige 25 procent kan beter in het sociale domein terecht.

Beide voorzitters van de beroepsverenigingen denken dat er nog veel te winnen valt als het gaat om personeelstekorten. ‘Werken in de specialistische ggz is ontzettend onaantrekkelijk’, zegt Ponds. Salarissen in de zorg zijn laag, de werkdruk en administratieve last gigantisch en er is geen ruimte om het werk naar eigen hand te zetten. ‘Alles zit in blokjes vast. Je kunt niet drie keer een uur in plaats van twee keer 40 minuten besteden aan iemand die net wat meer nodig heeft.’

Die blokjes leiden, zeker in de specialistische ggz, tot problemen. ‘Bij complexe problematiek maken zorgmedewerkers veel ‘indirecte tijd’’, zegt Mulder. ‘Denk daarbij aan het contact zoeken met iemand die niet komt opdagen op een afspraak. Die uren zijn niet factureerbaar.’

Dit ‘wantrouwen jegens de zorgprofessional’ gaat ten koste van de motivatie van zorgmedewerkers, zegt Ponds. ‘Zorgverleners zijn heel bezield. Maar wat zou jij doen als je wordt gedicteerd door bureaucratie? Dan verlaat je het pand.’

Geen uurtje-factuurtje

De twee beroepsverenigingen, Stichting Mind en de branchevereniging deden daarom in december een oproep aan het aanstaande kabinet om onder andere vaste budgetten in de specialistische ggz in te voeren. Door het uurtje-factuurtjesysteem af te schaffen, zouden zorgverleners in de specialistische ggz meer ruimte krijgen om de zorg te personaliseren. Bijvoorbeeld om iemand op te zoeken die al twee behandelingen niet is komen opdagen.

Juist dat ‘uitreiken buiten behandelingen om’, maakte voor Joop het verschil, zegt hij. Wat als zijn behandelaren niet zo doortastend waren geweest? ‘Ik schaam me dood om het te zeggen.’ Hij zucht, zichtbaar gespannen. ‘Maar dan was ik er niet meer geweest.’

Om privacyredenen is de naam van Joop gefingeerd.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next