Home

De glamour in het werk van Isaac Julien is bedrieglijk: onder al het fraais schuilt een rauwe aanklacht tegen racisme

In de overzichtstentoonstelling ‘What Freedom Is To Me’ van Isaac Julien, te zien in museum Bonnefanten, pareert de kunstenaar en filmmaker racisme, homofobie en klassenongelijkheid met glitter en glamour. In Maastricht blijkt opnieuw: Julien is een kunstenaar van mondiale omvang.

Verkijk u niet op de glitter en glamour. Op de victoriaanse pracht en praal. De zijden hoepelrokken en fluwelen jassen, de glimmende smokings en vlinderdassen. De prachtige coiffures en geëpileerde wenkbrauwen. Op de smetteloze interieurs of de juist strak gechoreografeerde chaos van dwarrelende herfstblaadjes.

De wereld van Isaac Julien ziet er bij tijden gelikt, zo niet kitscherig uit, maar is het niet. Integendeel. Onder, achter of beter: binnen in zijn gefilmde ensceneringen heerst de wrede werkelijkheid van miskenning, onderdrukking en het verzet ertegen. Het moet Juliens manier zijn om al die ellende op een zelfbewuste, prachtig uitgelichte en aangeklede manier te pareren.

Over de auteur
Rutger Pontzen is kunstcriticus en redacteur beeldende kunst van de Volkskrant. Hij schrijft over zowel oude en moderne als hedendaagse kunst.

Hoe zit het precies? Van sommige kunstenaars is het goed om meteen de achtergrond te schetsen. Julien (1960) is zwart, homoseksueel en geboren in Londen. Zijn ouders zijn afkomstig van Saint Lucia, het Caribische ‘slaveneiland’. Hij begon tijdens zijn opleiding aan de befaamde Saint Martin’s School of Art te filmen naar aanleiding van de protestmarsen in Londen, in 1983. Aanleiding daarvoor: de gewelddadige dood van de zwarte, 21-jarige Londenaar Colin Roach. Neergeschoten bij de ingang van het politiebureau in de wijk Stoke Newington in Oost-Londen, een moord die onopgehelderd bleef..

Tegen de doofpotaffaire, waarbij de politie betrokken was, werd maandenlang geprotesteerd. Protesten die evenzeer plaatsvonden om het racisme, de onwil van de politiek om een openbaar, onafhankelijk onderzoek in te stellen en de willekeur van de politie – die honderden protesterenden preventief arresteerde – aan te kaarten. Voor Julien was het een directe aanleiding om zijn camera als wapen te gebruiken. Net zoals hij dat deed om de desastreuze gevolgen van aids in beeld te brengen.

Al vanaf zijn eerste opnamen en montages is te zien, zoals nu ook in de overzichtstentoonstelling in het Bonnefantenmuseum in Maastricht, hoe Julien zijn aanklacht tegen racisme, homofobie, klassenongelijkheid, intimidatie van de politie en werkloosheid voor het voetlicht brengt. Aanvankelijk rauw, maar gaandeweg steeds esthetischer. Het mooie is: hoe goed geënsceneerd en uitgelicht ook, of hoe fraai geacteerd en vormgegeven, de aanklacht wordt er niet minder door.

Neem de klassieker in Juliens oeuvre, Looking for Langston, uit 1989. De zwart-witfilm is losjes gebaseerd op de Amerikaanse dichter en roman- en toneelschrijver Langston Hughes (1901-1967), maar minder losjes op de esthetiek van de Harlem Renaissance, de artistieke en intellectuele beweging in de jaren twintig die de zwarte gemeenschap en queerbeweging een stem en uiterlijk gaf. De aankleding is weelderig, het acteren verfijnd. Het verraadt de achtergrond van de maker: aanvankelijk opgeleid als kunstenaar, in zijn geval schilder.

In de Langston-film spreekt voor het eerst de Julien zoals hij zich later verder zal vertonen: zelfbewust, geëmancipeerd, voor de duvel niet bang om zijn plaats op te eisen. Eerder liet hij al eens in de Volkskrant optekenen zich niet langer als ‘zwarte kunstenaar’ te afficheren. Wel: ‘gewoon kunstenaar’.

Neem ook andere films, zoals Vagabondia (2000), Lessons of the Hour (2019) en zijn meest recente, Once Again... (Statues Never Die), uit 2022; veelal op meerdere schermen geprojecteerd en in kleurig gestoffeerde zalen gepresenteerd (wat een weelde!). De aankleding is victoriaans; de sfeer die van de VS tijdens de afschaffing van de slavernij. Afgeschaft op papier dan.

Want dat wil Julien je steeds bijbrengen: ondanks het voortschrijden van de tijd is racisme blijven bestaan, net als het klassenverschil en de moeizame acceptatie van verschillende seksuele geaardheden. De strijd daartegen moet nog steeds gevoerd worden. En daarin, blijkt ook weer in Maastricht, is Julien een activistisch kunstenaar van lange lijnen en mondiale omvang.

Gaat de Once Again-film over hoe westerse musea Afrikaanse kunst ‘verzamelden’ en nu maar moeizaam aan de rechthebbende landen teruggeven (denk aan de bronzen beelden uit Benin), in een andere productie, A Marvellous Entanglement, ligt de nadruk op de experimentele, sociale, antiwesterse architectuur van de Braziliaanse Lina Bo Bardi (1914-1992).

Misschien een tikkeltje te veel? Onmogelijk! Let alleen al op de opnamen van recente rassenrellen in Lessons of the Hour of de aangespoelde migrantenbootjes in Western Union. Mogen de andere, prachtige filmbeelden van Isaac Julien u daarbij niet in slaap sussen.

Westerse smaakpapillen

Musea spelen een prominente rol in het werk van de Britse kunstenaar Isaac Julien. Zoals het Sir John Soane’s Museum in Londen, de Barnes Foundation in Philadelphia en het Pitt Rivers Museum in Oxford. Ze zijn niet alleen de bewaarplaatsen van wat ooit onder het mom van ‘artistieke vrijheid’ werd gemaakt en aangekocht. In Juliens ogen zijn het ook gebouwen waar roofkunst uit Afrika is ondergebracht en de westerse smaakpapillen nog steeds de dienst uitmaken. Want was het niet zo, vraagt Julien zich in een van zijn films af, dat Picasso, Gauguin en anderen ruim honderd jaar geleden weliswaar Afrikaanse en Oceanische kunstwerken tot inspiratie van hun eigen werk maakten, maar dat die kunstwerken zelf slechts als ‘exotisch’ en een ‘curiositeit’ werden gezien?

Isaac Julien: What Freedom Is To Me

Beeldende kunst

★★★★☆

Bonnefanten, Maastricht, t/m 18/8.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next