Ze werden ooit als Nederlander geboren vóór de Surinaamse onafhankelijkheid. Nu leven circa 800 Surinaamse ongedocumenteerden al jaren in de illegaliteit in ons land. Vrijdag vragen de eerste honderd van hen een verblijfsvergunning aan op basis van hun ‘oud-Nederlanderschap’.
De honderd ongedocumenteerden zetten deze stap nadat twee daklozenorganisaties, de Regenboog Groep en het Amsterdams Solidariteits Komitee Vluchtelingen (ASKV), jarenlang tevergeefs aandacht hebben gevraagd voor hun lot. Deze mannen en vrouwen werden geboren vóór de Surinaamse onafhankelijkheid in 1975 en hadden dus ooit een Nederlandse nationaliteit. Het inmiddels demissionaire kabinet was eerder van plan hun eindelijk een legale status te geven, maar het voorstel sneuvelde vanwege de val van het kabinet.
Dat deze groep ongedocumenteerd raakte, komt door de nasleep van Surinaamse onafhankelijkheid. Surinamers konden in de vijf jaar daarna nog een Nederlands paspoort aanvragen, maar niet iedereen wist of deed dat. Sommigen waren nog heel jong en hun ouders besloten voor hen.
Over de auteur
Iva Venneman is buitenlandredacteur van de Volkskrant. Ze schrijft onder meer over Duitsland en België.
De groep waar het nu over gaat, verhuisde in de jaren tachtig of negentig alsnog naar Nederland, meestal omdat hun naaste familie hier woonde. Omdat ze toen niet meer in aanmerking kwamen voor een Nederlands paspoort, leven ze sindsdien in de illegaliteit, zonder recht op een woning, werk of zorgverzekering. Het gaat vermoedelijk om een kleine groep: zo’n 500 tot 1.200 mensen, schat de GGD Amsterdam. De jongsten zijn rond de vijftig jaar oud, de oudsten in de tachtig.
Hun levensverhalen zijn schrijnend, zegt hun advocaat Eva Bezem. ‘Veel van mijn cliënten hebben hun ouders bijvoorbeeld niet kunnen begraven, omdat ze niet meer naar Suriname kunnen reizen.’ Sommigen zijn financieel afhankelijk van hun kinderen en kleinkinderen, die wel een Nederlands paspoort hebben. ‘Dat gaat met veel schaamte gepaard.’
Twee jaar geleden werd de discussie over het lot van deze ongedocumenteerden nieuw leven ingeblazen, rondom de excuses voor het slavernijverleden. Onder anderen de Amsterdamse wethouder Rutger Groot Wassink en een aantal hoogleraren drongen op een oplossing aan.
Even leek die er te komen. Het ministerie van Justitie en Veiligheid werkte vorig jaar aan ‘een juweel van een regeling’ die de hele groep een legale status zou geven, zegt advocaat Bezem. Maar door de val van het kabinet verdween dit voorstel in een la.
Wachten op een nieuwe regeling willen de daklozenorganisaties niet, zegt Frederiek de Vlaming, projectleider bij de Regenboog Groep. ‘Met de huidige politieke constellatie verwachten we niet dat zo’n regeling er doorheen komt’, zegt ze. Het zou bovendien te lang duren, omdat de groep steeds ouder wordt en meer zorg nodig heeft. ‘Je gunt ze een menswaardige oude dag.’ Erik Rouw, directeur van ASKV, voegt daaraan toe dat Nederland hierin ‘zijn verantwoordelijkheid’ moet nemen.
Bezem dient daarom vrijdag voor de eerste honderd cliënten een verzoek tot ‘wedertoelating’ in bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). ‘Als meer mensen zich melden, volgen meer verzoeken.’
Wedertoelating is een regeling voor Nederlanders die in het buitenland hebben gewoond en terug willen komen. Je moet in zo’n geval aantonen dat je hier bent geboren of een speciale band met Nederland hebt, omdat je hier bijvoorbeeld naar school bent gegaan. ‘En voor deze specifieke Surinamers kun je niet met goed fatsoen zeggen dat ze geen bijzondere band met Nederland hebben’, redeneert Bezem. Zo hebben ze bijna allemaal Nederlands onderwijs gevolgd en was Suriname nog een Nederlandse kolonie toen zij werden geboren.
Het is de vraag of de IND hierin meegaat. Surinamers vingen tot nu toe bot bij de wedertoelatingsregeling. ‘Het overzeese Nederlands grondgebied wordt niet meegerekend en hun band met Nederland wordt miskend’, zegt Bezem. Dat vindt ze een ‘onrechtvaardig’ en ‘discriminatoir onderscheid’. De advocaat is van plan een eventuele afwijzing aan te vechten.
Het ministerie van Justitie en Veiligheid bevestigt in een reactie dat is onderzocht of er speciaal beleid kon worden gemaakt voor deze groep. Maar tijdens deze ‘verkenning’ viel het kabinet. Daarom is de keuze voor een eventuele regeling aan een volgend kabinet, aldus een woordvoerder. ‘De groep wordt daarom actief gewezen op de mogelijkheden die er al zijn.’ De IND is van de aanstaande verzoeken op de hoogte.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant