Home

Emoties nemen de overhand in debat over wolven: ‘In Drenthe trekken we het eigenlijk niet meer’

Nederlanders lijden aan natuuramnesie, zeggen twee wolvenexperts donderdag in de Tweede Kamer. Ze zijn niet meer gewend om samen te leven met wilde dieren als de wolf, en steeds meer landgenoten willen dat ook helemaal niet.

De deskundigen die de Tweede Kamer donderdag heeft opgetrommeld, hebben het er maar moeilijk mee. Meerdere Kamerleden willen weten hoe wolf en mens vreedzaam kunnen samen­leven in het dichtbevolkte Nederland, maar daar hebben ze geen goed antwoord op.

Het maatschappelijk debat over de wolf is totaal gepolariseerd, constateert Michiel de Wit van de Dieren­bescherming. ‘Dit is een cultuuroorlog tussen verschillende wereldbeelden en natuurvisies.’ Pieter van Geel, voor­zitter van het Landelijk Overleg Wolf: ‘Publieksvoorlichting helpt ook niet ­altijd, zie de angst voor coronavaccinaties.’ Hoe haal je de angel uit een discussie die steeds meer door emoties wordt bepaald? Dat is voer voor sociologen, reageert Glenn Lelieveld van het Wolvenmeldpunt van de Zoogdiervereniging. ‘Jammer dat jullie die vandaag niet hebben uitgenodigd.’

Arnoud Meijering van de Jagers­vereniging raakt de kern van het probleem als hij zegt: ‘Toen de wolf 150 jaar geleden uit Nederland werd verdreven, zag ons land er totaal anders uit dan nu. Het huidige versnipperde landschap, met veel wegen en bebouwing, maakt een natuurlijk verblijf voor de wolf uiterst lastig.’ Jakob Leidekker van het Nationale Park Hoge Veluwe vindt zelfs dat natuurgebied ongeschikt voor de wolf.

Definitief gevestigd

Over de ongeschiktheid van Nederland als leefgebied koestert de wolf andere gedachten. Negen wolvenroedels telt Nederland inmiddels. De wolven­paren hebben zich definitief in Nederland ­gevestigd en planten zich hier ook voort. Zeven van die wolven­families wonen op de Veluwe, een in het Drents-Friese Wold en een elders in Drenthe. Daarnaast is er nog een vrij­gezel die Nederland als vaste verblijfplaats heeft, en zwerft er een aantal ­jonge wolven rond op zoek naar een territorium.

Het aantal schademeldingen van boeren wier vee (meest schapen, maar ook enkele kalveren, koeien, paarden en geiten) door een wolf is aangevallen, dreigt ondertussen te exploderen. In 2022 en 2023 was het aantal landbouwdieren dat ten prooi viel aan een wolf min of meer stabiel, maar tussen 1 november en 15 maart zijn er al evenveel meldingen binnengekomen als in de twaalf maanden ervoor. Dit is waarschijnlijk funest voor het draagvlak, want getroffen veehouders protesteren steeds harder. Bovendien voeden al die aanvallen op schapen het ‘roodkapjescomplex’ onder plattelandsbewoners: zij durven hun kinderen niet meer het bos in te sturen, ook al zijn er in heel Europa amper gevallen bekend van wolven die mensen aanvallen.

Meerdere experts wrijven wolfkritische Kamerleden onder de neus dat 97 procent van de aangevreten schapen in een weiland zonder wolfwerende omheining liep. Schapenhouders kunnen tot wel 20 duizend euro subsidie krijgen om een adequate afrastering te plaatsen, maar die subsidiepotten worden in de meeste provincies nauwelijks aangesproken. Schapenhouders vinden het plaatsen van wolfwerende hekken te duur (de subsidie dekt niet altijd alle kosten), te arbeidsintensief (het geregeld verplaatsen en controleren van de afrastering kost tijd) of te onpraktisch (veel boeren weiden hun vee afwisselend op meerdere percelen, die dan allemaal afzonderlijk omheind moeten worden). Bovendien krijgen ze alle schade die de wolf aanricht volledig vergoed. Het maakt daarbij niet uit of ze preventieve maatregelen genomen hebben of niet.

‘Verkeerde gedragsprikkel’

De Wit vindt dat een ‘volkomen verkeerde gedragsprikkel’. In Duitsland krijgen boeren die hun schapen on­beschermd laten grazen de wolvenschade niet volledig vergoed. Vrijwel alle experts raden de Tweede Kamer aan die regel ook in ­Nederland in te voeren. Volgens sommigen moet tegelijkertijd ook de subsidie op wolf­­rasters flink omhoog.

Zolang de overheid toch alle schade vergoedt, hebben boeren namelijk nog een ander motief om hun vee niet ­tegen de wolf te beschermen, beamen twee deskundigen in de Tweede Kamer. Een aantal boeren dat afrasteringen wilde plaatsen, zei vertrouwelijk ­tegen ambtenaren dat ze sociale druk van collega’s ondervonden om dat niet te doen. Beelden van doodgebeten schapen zijn namelijk uitstekende ­antiwolvenpropaganda. Een boer die wolvenrasters plaatst, past zich aan de wolf aan en maakt het probleem daarmee kleiner. Dat past niet in het straatje van degenen die de wolf ­gewoon weg willen hebben.

Hoe meer schapen worden aan­gevallen door wolven, hoe meer politiek en maatschappelijk draagvlak er ontstaat om wolven af te schieten en uit Nederland te verjagen. Vanwege de streng beschermde status van de wolf mag dit eigenlijk niet, maar de Europese wetgeving staat uitzonderingen toe voor het rekkelijke begrip ‘probleemwolven’. Zweden bestrijdt de wolf al ­jaren, is daarvoor op de vingers getikt door Brussel, maar trekt zich daar niets van aan. De Europese ­Commissie overweegt trouwens de beschermde status van de wolf af te zwakken in reactie op de stevige lobby van de Europese veehouders.

Wolfwerende rasters helpen overigens niet altijd. Als ze niet perfect geplaatst en onderhouden worden, kunnen wolven eroverheen springen of eronderdoor kruipen. Een klein gaatje is genoeg. Het wolvenpaar in het Drents-Friese Wold heeft vermoedelijk geleerd hoe het de stroomdraden kan ontwijken, want deze wolven pakken nu ook geregeld dieren die achter zo’n speciaal ontworpen hek staan, getuigt dierenarts Karina Beuving emotioneel. Ze moet steeds vaker schapen ­euthanaseren ‘waar de darmen uit bungelen’. In Drenthe bijten wolven de meeste dieren dood, en daar is het maatschappelijk draagvlak voor de wolf, waarschijnlijk niet toevallig, het laagst van alle provincies: meer dan de helft van de Drentenaren zei vorig jaar in een ANP-enquête dat de wolf niet thuishoort in Nederland. ‘We trekken het eigenlijk niet meer’, zegt Beuving bijna in tranen.

Nulstandbeleid

De ecologen en dierenbeschermers houden desondanks vol dat wolf­werende rasters wel degelijk verschil maken. In Vlaanderen en op de Veluwe zouden daar goede resultaten mee ­behaald zijn. De wolven in Drenthe pakken waarschijnlijk meer schapen, omdat in die provincie geen edel­herten, damherten en wilde zwijnen voorkomen. Dat is het favoriete voedsel van de wolf, maar in Nederland wordt bijna overal een ‘nulstand­beleid’ voor die hoefdieren gevoerd. Herten en zwijnen worden bejaagd omdat ze anders landbouwgewassen opeten en de verkeersveiligheid ­bedreigen. Maar daardoor hebben Drentse wolven eigenlijk geen andere keus dan zich op schapen te richten. Op de Veluwe, waar voldoende grofwild leeft, gebeurt dit veel minder.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next