Tegen de man die juni vorig jaar in een supermarkt in Den Haag een 36-jarige medewerker doodstak, is 10 jaar en tbs geëist. Jamel L. wilde ‘wraak nemen’. Maar kan deze veelpleger wel als toerekeningsvatbaar worden gezien?
Jamel L. (57) heft zijn hand in de lucht. ‘Jullie stellen lastige vragen. Getint met leugens’, zegt hij met luide stem in de Haagse rechtszaal. Hij voelt zich ‘gesard’ door de rechters en de officier van justitie. Diepzinnige vragen. Irritante vragen. ‘Ik begrijp het niet. Ik stond gewoon om 7 uur bij de Haagse Albert Heijn, omdat ik sinas wilde kopen.’
Wat hem betreft is de zaak waar hij deze donderdag voor terechtstaat simpel: toen hij op 20 juni 2023 in de supermarkt stond, kregen ‘nare gedachten en gevoelens van wraak’ de overhand. Hij liep niet naar het frisdrankschap voor sinas, maar vroeg een 18-jarige vakkenvuller waar de messen lagen. Hij koos een groot exemplaar, scheurde met zijn tanden de verpakking open en ging in de winkel ‘op verkenningstocht’. Bij de broodafdeling zag hij de 36-jarige Antoneta, meteen erna stak hij haar neer. Meer dan vijftien maal, in haar borst.
Over de auteur
Elsbeth Stoker is regioverslaggever van de Volkskrant in Amsterdam en omstreken.
‘Het klinkt wreed’, erkent L. donderdag. Hij had niets tegen de Roemeense Antoneta. Volgens de nabestaanden ‘een aardige, lieve, gezellige vrouw’, die op het punt stond een gezin te stichten. L. kende haar niet eens. Hij wilde wraak nemen op Albert Heijn, omdat hij eerder in een ander filiaal was beschuldigd van het stelen van een pak drinkyoghurt en van bedreiging.
‘Vervolgens heeft men mij 56 dagen onschuldig in de gevangenis gehouden. Vindt u het leuk om in de cel te zitten?’, vraagt hij de rechter. ‘In de gevangenis heeft men mij meermalen een injectie toegediend. Heel naar. Iedereen kijkt nu naar het slachtoffer, en niet naar mijn leed.’
Al dertig jaar gaat de Antilliaanse L. van de ene gevangenis en kliniek naar de andere. In 1993 werd hij veroordeeld wegens poging tot moord en afpersing. In 2009 stak hij in Groot-Brittannië een jongen neer. En in 2018 legde de rechter op Curaçao hem tbs op. Op het Antilliaanse eiland was echter geen geschikte kliniek, Nederland weigerde zijn behandeling over te nemen en in 2020 kwam L. weer vrij. Eind 2021 keerde hij terug naar Nederland. Daar leidde hij een zwervend bestaan, waarbij de verwarde L. soms mensen met de dood bedreigde.
Meteen na de dood van de AH-medewerker rees de vraag: waarom liep L.überhaupt vrij rond? De Rotterdamse rechter veroordeelde hem elf dagen voor de fatale steekpartij tot 56 dagen cel wegens bedreiging, de tijd die hij na het drinkyoghurtincident al had doorgebracht in voorarrest. Daardoor kwam L. op 10 juni vrij. Later bleek dat de geweldsmisdrijven die L. in het buitenland had gepleegd, ontbraken in het strafdossier. Hadden de Rotterdamse rechters daar wel van geweten, dan hadden ze mogelijk anders geoordeeld.
Het is bovendien een strafzaak die veel overeenkomsten vertoont met andere zaken waarbij verwarde daders betrokken zijn, zoals de Amsterdamse metromoord. ‘Wat hier mis is gegaan, is een begrijpelijke vraag’, zegt L’.s advocaat donderdag in de Haagse rechtbank. ‘Maar daar komt nu geen antwoord op.’ Die vragen worden nog onderzocht door de Inspectie Veiligheid en Justitie en door de procureur-generaal van de Hoge Raad.
Waar het donderdag om draait, is de vraag: was het moord of doodslag? Was L. volledig toerekeningsvatbaar of slechts deels?
Volgens L. en zijn advocaat was er sprake van doodslag. Bovendien bepleit ze dat L. volledig ontoerekeningsvatbaar moet worden verklaard. Haar cliënt, zegt ze, was in de dagen ervoor in het nauw gedreven. Hij was niet meer welkom bij de daklozenopvang, hij had gehoord dat zijn uitkering werd stopgezet en de boswachter had zijn tentje in het Haagse bos laten ontruimen.
Ook psychisch ging het steeds slechter met hem, stelt de advocaat. Ze verwijst naar het rapport van de deskundigen van het Pieter Baan Centrum. Zij stellen dat L., toen hij uit de gevangenis vertrok, leed aan een psychose. ‘Bij hem merk je dat niet direct. Als een soort veenbrand smeult dat onder de oppervlakte’, aldus de psychiater. Hij kreeg bovendien elke twee weken zijn medicijnen. Op de 21ste juni stond de volgende injectie met antipsychotica gepland. ‘De hoeveelheid medicatie in zijn bloed was op de dag van de steekpartij dus laag.’
Maar de officier van justitie vindt dat L. wel deels toerekeningsvatbaar moet worden verklaard. Wat hem betreft is er sprake van moord. ‘Ik eis 10 jaar cel en tbs.’
Volgens de aanklager had L. al langer het plan om een willekeurige AH-medewerker te doden. Op camerabeelden is te zien dat L. die ochtend rondhing in de omgevindeg van de supermarkt. Meteen toen de AH openging, ging L. naar binnen en vroeg hij waar de messen lagen.
‘Bovendien zei u tegen de deskundigen van het Pieter Baan Centrum dat u na uw vrijlating op 10 juni heeft gezworen om een Hollander te doden. U heeft gezegd: ik was boos, omdat ik 56 dagen had vastgezeten en omdat ze mij injecties in mijn kont hadden gegeven. Als wraak wilde ik zo snel mogelijk een Hollandse vrouw of man doodmaken. Ik kreeg spijt toen ik erachter kwam dat de gedode vrouw geen Hollandse was. Anders was ik de gelukkigste man van de wereld.’
L. lacht. ‘Wat een dom idee’, en hij wuift de suggestie van de aanklager weg. ‘Ik heb Hollandse vrienden. Waarom zou ik een Hollander dood willen maken?’
Bovendien, vervolgt hij, is het maar ‘gelukkig’ dat het slachtoffer uit Roemenië kwam en niet uit Nederland. ‘Anders was dit een heel grote zaak geworden.’
Schuin achter hem zit Antoneta’s man. In stilte. Met verslagen blik staart hij naar zijn handen, die hard knijpen in een kartonnen bekertje.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant