Home

Ondanks mijn snelheidsangst ging het altijd prima op het fietspad. Die tijden zijn voorbij

Op drukke stations verbaas ik me er steeds vaker over dat het zo goed loopt. Ik bedoel: dat iedereen zo goed loopt. Niemand botst, of zelden, niemand gooit iemand om, niemand duwt, of amper. En dat terwijl iedereen haast heeft en een beker met hete koffie van de Kiosk in zijn hand. Het is knap.

Ik dacht eerst dat dit een van de voordelen van de oudere dag was: je schijnt dan de kleine dingen meer te gaan waarderen, of zo. En dit was dan blijkbaar het kleine ding dat ik waardeerde: dat iedereen min of meer ordelijk beweegt door een stationshal. Maar ik dacht het zo vaak dat er iets anders aan ten grondslag moest liggen.

Het komt natuurlijk door het fietsverkeer. Dat was vroeger ook zo organisch ordelijk: je haalde eens een oud mannetje in, je fietste gemoedelijk een tijdje achter een vader met een kind op piepkleine fiets naast zich, je reed met zijn allen in een natuurlijk gevormde sliert over het fietspad.

Die tijden zijn voorbij, dat weten we allemaal, want waar op een station iedereen loopt – soms holt er iemand, maar daar is ruimte voor, en bovendien holt niemand zo hard dat hij je elk moment kan overhollen – hebben fietsen ineens superkrachten.

Een slimme, grappige en helaas overleden vriendin van mijn schoonmoeder zei altijd dat ze snelheidsangst had, en daarom niet kon autorijden. Na jaren verklaringen afleggen over waarom ik niet kon en wilde autorijden, had ik het ineens: natuurlijk, ik had ook snelheidsangst. Angst om zelf snel te gaan, en angst voor de snelheid van anderen. Volledig gegrond vind ik die angst overigens, maar leg dat maar eens uit aan mensen die dol zijn op invoegen en jou gestoord vinden dat je geen rijbewijs hebt.

Ondanks mijn snelheidsangst ging het altijd prima op het fietspad, want al fietste ik het allerlangzaamst, niemand om me heen fietste echt heel snel. Nogmaals: die tijden zijn voorbij.

Wie ik allemaal erg vind: twee pubers met dat puberbrein waarover je zo veel hoort, samen op een fatbike, al selfies nemende en op niks af gillende. Verveelde vader met hang naar kicks op maximale snelheid op zijn bakfiets, eventueel met veel kinderen erin. Een man en vrouw op matching e-bikes die duidelijk de weg niet weten in de stad, en toch alsmaar naast elkaar fietsen, met duizend kilometer per uur. Bezorgers, die om de een of andere reden altijd gehuld zijn in een eskimo-outfit inclusief muts en pet waardoor ze niemand kunnen zien, al bellende, appende en bezorgende, op een fiets met vier koelboxen eraan.

Nee, dan die middelbare vrouw die net te langzaam fietst, soms zwiebert, maar dat is dan omdat ze even wegdroomt. Die zou de Fietsersbond eens een onderscheiding moeten geven.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next