Home

‘Eigenlijk is het simpel: alles begint met het kinderboek en met voorlezen’

Wat gaat er mis met het Nederlandse leesonderwijs? Een stoet deskundigen trok woensdag aan de Tweede Kamer voorbij in de zoektocht naar antwoorden. Volkskrant-lezers reageren: ‘Lezen is geen doel, maar een middel.’

Pabo’s

Het is goed dat de Tweede Kamer zich buigt over de lees- en taalvaardigheid van leerlingen op de basisscholen en in een rondetafelgesprek deskundigen hun ervaringen deelden met de Kamerleden. Terecht pleitten zij ervoor dat kinderen dagelijks de kans krijgen om op school te lezen, met goed bereikbare schoolbibliotheken en het centraal stellen van kennis als ‘voedingsbodem’ voor het leesplezier. En dat alles onder het motto: ‘Hoe vaker je leest, hoe leuker het wordt.’

Waar ik niets over lees, is de pabo.

Als eerste kinderboekenambassadeur (van 2013 tot 2015) stelde ik een lijst op van zestig boeken, waarvan ik vond dat elke student die zou moeten lezen. Met klassiekers, prentenboeken, pulp, boeken voor beginnende lezers en literaire verhalen. Daarbij maakte ik de opmerking dat je ook kunt kiezen voor zestig andere boeken en dit dan een mooie ‘kapstok’ is.

Ik bezocht een aantal pabo’s en de meeste docenten prezen mij om de lijst, maar vertelden er meteen bij dat ik het wel kon vergeten dat de studenten al die boeken zouden lezen.

Ik bezoek nog steeds pabo’s en er is niet veel veranderd. Op de meeste pabo’s blijft de aandacht voor kinder- en jeugdliteratuur beperkt tot een enkele module en er is geen verplichte leeslijst. Een student zei laatst tegen mij: ‘Ik heb niks met boeken, dus vind ik het lastig om daar in mijn eigen groep mee aan de slag te gaan’. Mijn reactie: ‘En als je niet zoveel met rekenen hebt, laat je dat dan ook achterwege?’

Kinder- en jeugdliteratuur zou op elke pabo een ‘vak’ moeten zijn dat vier jaar lang wordt gegeven. Met onder meer aandacht voor de geschiedenis, actuele ontwikkelingen, leesbevordering, boekbesprekingen, het schrijven van recensies, voorlezen en vertellen. En natuurlijk leest iedere student minimaal zestig boeken. (Tachtig zou nóg beter zijn!)

Met deze bagage kunnen de toekomstige juffen en meesters ervoor zorgen dat leesplezier vanzelfsprekend wordt.
Jacques Vriens, kinderboekenschrijver en oud-basisschool directeur

Misvattingen wegnemen

Het is jammer dat geen van de aanwezige deskundigen bij het overleg van de Tweede Kamer over leesvaardigheid een poging heeft gedaan om de bij de Kamerleden levende misvattingen recht te zetten. Zo meent het Kamerlid Anita Pijpelink (GroenLinks-PvdA) dat de leerlingen op het eindexamen vooral gesloten vragen krijgen, omdat dat makkelijk nakijken is.

In bijvoorbeeld het vwo-examen van 2023 zaten 37 vragen, waarvan er acht meerkeuze waren. De resterende 29 vragen waren open. En dat dat gruwelijk veel nakijkwerk is, moge blijken uit het feit dat de Vereniging van Leraren in Levende Talen voor het examenjaar 2024 heeft bedongen het examen Nederlands op een vroeger moment af te nemen dan oorspronkelijk de bedoeling was.

Dat een aantal vragen in het examen een gesloten karakter heeft, heeft overigens vooral ook te maken met een poging om de discussie tussen docenten te minimaliseren, want docenten Nederlands zijn het gemakkelijk met elkaar oneens. Die meningsverschillen kunnen een eerlijke en gelijkwaardige beoordeling in de weg staan.

Ook de suggestie van Kamerlid Pijpelink dat leerlingen tegenwoordig geen opstel meer zouden hoeven schrijven, is onzin. Scholen hebben nog steeds de verplichting schrijfvaardigheid op te nemen in het eindexamen bij het vak Nederlands en dat is zowat altijd in de vorm van een betoog of beschouwing.
Alex van de Kerkhof, neerlandicus, Beuningen

Accent verschuiven

Wat een mooi en belangrijk initiatief om kinderen weer leesplezier bij te brengen. Misschien helpt het om het accent van die noodzaak iets te verschuiven, zodat duidelijk wordt waarom lezen zo belangrijk is. Lezen is geen doel, maar een middel. Dat middel dient een doel: het ontwikkelen van verbeeldingskracht en je leren verplaatsen in een ander. Laten dit nu net twee belangrijke tekortkomingen zijn in de Nederlandse politiek. Kortom, aan de slag.
Niek Vink, Haarlem

Kinderboeken

Dat het leesplezier terug moet in de klas, is al jaren bekend. Iedereen roept om meer leesplezier en een betere leesvaardigheid. Intussen gebeurt er bar weinig. Al die leescoalities en leesbevorderaars doen echt wel hun best, maar als iedereen het beter denkt te weten, werkt het niet. Ook werkt het niet als we mensen die hun best doen negeren, of tegenwerken.

Tijd om eerst eens te kijken wat er al wél gedaan wordt. Er gebeurt meer dan je denkt en dat zijn niet alleen onderzoeken. Ook op basisscholen, middelbare scholen en op pabo’s wordt er hard gewerkt aan leesplezier. Eigenlijk is het simpel: alles begint met het kinderboek én met voorlezen.

Als we het kinderboek nou eens meer zouden waarderen en dat belang en die waardering meer zouden uitstralen in Nederland en in de media? Dat we niet één zinnetje toevoegen in een krant over een prijs van een kinderboek, maar een hele pagina eraan wijden? Dat we allemaal voorlezen, aan jong en oud, elke dag? Dát zou al schelen.
Hanneke Messelink, docent taaldidactiek aan de Pabo Saxion, Deventer

Wilt u reageren op een brief of een artikel? Stuur dan een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next