In de rubriek Pics werpt filmrecensent Floortje Smit haar blik op de hedendaagse beeldcultuur.
Draaidag honderddertien van Holocaustdrama The Day the Clown Cried (1972). Misschien hoopte komiek Jerry Lewis, hoofdrolspeler en regisseur, nog dat de rol hem als serieus acteur op de kaart zou zetten. Misschien dacht hij helemaal niets, vanwege slaapgebrek, geldstress en een verslaving aan pijnstillers.
De film gaat over een clown die door de nazi’s in Auschwitz gevangen is gezet. Lewis had als een berg opgezien tegen het opnemen van de eindscène, zo vertelde hij aan The New York Times kort na de opname. ‘Ik heb gewoon de camera’s laten draaien. En ik ben gaan lopen, terwijl er kinderen aan mijn armen en benen hingen. Zingend. Naar de gaskamers. En daarna sloot de deur zich achter ons.’
Een tragikomedie over de Holocaust met dit einde, een door tegenslagen geteisterd egoproject van een komiek die geen enkele ervaring had met drama: dit moet toch wel het toppunt van slechte smaak zijn? Weinig mensen konden dat tot nu toe beoordelen. De film werd nooit uitgebracht. Niet eens afgemaakt, door geldgebrek en rechtenkwesties.
Er is alleen een handvol ooggetuigenverslagen, opgetekend door Spy Magazine in 1992, van mensen die ooit een ruwe versie zagen. Zoals komiek en Simpsons-voice-over Harry Shearer. Humor, drama: werkelijk alles is verbijsterend slecht getimed, zei hij. ‘Zelfs wat je je in je wildste fantasieën voorstelt, haalt het niet bij wat het is. ‘O mijn God!’, dat is alles wat je er over kunt zeggen.’
The Day the Clown Cried wordt gezien als de heilige graal onder de nooit vertoonde films. Maar hij is niet helemaal zoek. Lewis bracht zijn materiaal in 2014 naar de Library of Congress, waar het van hem tien jaar lang achter slot en grendel moest. Onlangs werd bekend dat wetenschappers het materiaal vanaf juni kunnen opvragen. Een publieke vertoning is niet gepland.
Terwijl dat nu juist zo interessant zou zijn voor wetenschappers. Hoe wij, het publiek, naar films over de Holocaust kijken, is aan verandering onderhevig. Zou het anders zijn dan bij het enorm geliefde La vita è bella (1998)? Waarom? Kijken we daar eigenlijk nog hetzelfde naar? Hoe ver mag je gaan om het de kijker makkelijk te maken? Is de horror van de Holocaust willen verbeelden niet sowieso een vorm van hybris?
Antwoorden op die vragen zijn persoonlijk, hangen af van leeftijd, politieke situatie, de betrokkenheid bij het onderwerp. Dus wil ik The Day the Clown Cried graag zien. Niet om te gniffelen om mislukte camp, maar omdat het onvermijdelijk een confrontatie is met mijn eigen grenzen en smaak.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant