Wie in Nederland psychische hulp zoekt, komt vaak te lang op een wachtlijst te staan. Dit blijkt uit een nieuw rapport van de Nederlandse Zorgautoriteit.
Mensen die worstelen met een angststoornis of depressie en aankloppen voor hulp, moeten gemiddeld 18 weken wachten voordat de behandeling bij de ggz kan beginnen. De wachttijden in de zorg ‘blijven onverminderd hoog’, constateert de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) dan ook in een nieuw rapport.
Eind 2023 telde de NZa ruim 97 duizend wachtplekken. Hoewel de stijging afvlakt ten opzichte van eerdere jaren, zijn dat er altijd nog ruim tienduizend meer dan een jaar eerder. Omdat mensen bij meerdere zorgaanbieders tegelijkertijd op een wachtlijst kunnen staan, zullen hier overigens ook dubbeltellingen bij zitten.
Over de auteur
Tonie Mudde is chef van de wetenschapsredactie van de Volkskrant en presenteert onze wetenschapspodcast Ondertussen in de kosmos.
Een mogelijke verklaring voor de stijging is dat huisartsen meer doorverwijzen naar de ggz. In 2019 gebeurde dat bij 20 per duizend ingeschreven patiënten, in 2022 was dat gestegen naar 31 per duizend. Ook het personeelstekort in de ggz zelf speelt mee.
Steeds meer zorgaanbieders leveren informatie aan over wachtlijsten, waardoor een scherp beeld ontstaat van de problematiek, constateert de zorgautoriteit. Voor mensen die hulp zoeken in de ggz geldt de norm dat er binnen vier weken een intakegesprek moet plaatsvinden, en de behandeling vervolgens binnen tien weken moet beginnen. In de praktijk wordt die norm vaak niet gehaald: ruim 67 procent moet te lang wachten op het intakegesprek, ruim 34 procent te lang op de behandeling.
‘Het is onacceptabel dat zoveel mensen maanden, zo niet jarenlang moeten wachten op noodzakelijke zorg', schrijven de Nederlandse Vereniging voor Psychiaters en koepelorganisatie Mind in een gezamenlijke verklaring. ‘Ggz-patiënten zijn de dupe van de marktwerking en het inkoopproces in de zorg.’
Ze roepen zorgverzekeraars onder meer op ‘om meer ggz in te kopen om aan de vraag te voldoen en hun zorgplicht na te komen’. Ook de NZa constateerde onlangs dat een aantal zorgverzekeraars zich te weinig inspannen om hun klanten toegang te geven tot de juiste zorg.
De gezamenlijke ggz-belangenbehartigers pleiten verder onder meer voor landelijke uitbreiding van initiatieven waarbij mensen bij de intake al sneller de juiste zorg krijgen. De organisaties noemen daarbij als voorbeeld ggz Breburg, net buiten het centrum van Breda. Daar kunnen mensen met psychische problemen relatief snel terecht voor een gesprek met een specialist. Vervolgens staat niet de vraag centraal wat iemand precies mankeert, maar juist wat iemand nodig heeft om weer te kunnen functioneren in de maatschappij.
Een behandeltraject in de ggz blijkt dan niet altijd de beste optie. Als iemand bijvoorbeeld veel stress heeft wegens schulden, dan is de schuldhulpverlening van de gemeente waarschijnlijk een betere plek om de problemen aan te pakken.
De wachtlijsten in de ggz zijn een hardnekkig probleem waar diverse kabinetten en zorgbestuurders zich op al stukbeten. In 2017 schreef toenmalig minister van Volksgezondheid Edith Schipper aan de Tweede Kamer over ‘ingrijpende afspraken’ met zorgverzekeraars en zorgaanbieders die de wachtlijsten binnen een jaar moesten wegwerken.
Zo spraken de partijen af meer verpleegkundige specialisten ggz en psychiaters op te leiden, e-health uit te breiden en behandeltrajecten voor ‘lichtere’ patiënten waar mogelijk te verkorten om zo capaciteit vrij te maken voor ‘zwaardere’ patiënten. Alle inspanningen ten spijt, blijven de wachttijden voor mensen in psychische nood in Nederland onverminderd hoog.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant