De Italiaanse cineast kent de rovers van Etruskische graven, de tombaroli, uit het dorp waar ze is opgegroeid. Ze sprak er een aantal voor haar film, en gaf ze zelfs een rol. ‘Ze zeggen graag over zichzelf dat ze de állerbeste tombaroli zijn.’
Geen volk bedacht een mooier woord voor grafrover dan de Italianen. Tombarolo, meervoud tombaroli. Hun aanwezigheid was eigenlijk heel gewoon in het dunbevolkte plaatsje (Castel Giorgio in Umbrië) waar ze opgroeide, zegt de Italiaanse regisseur Alice Rohrwacher (42). Mannen, altijd mannen, die de Etruskische graven in de omgeving schonden om de in de tombes aangetroffen vondsten te verkopen op de zwarte markt.
De grafrovers vormden de inspiratie voor de personages in haar nieuwe, in de jaren tachtig gesitueerde speelfilm La chimera; een Fellini-eske troep van sjofele types, onder wie een aan lager wal geraakte Engelse amateurarcheoloog (Josh O’Connor, Peaky Blinders, The Crown). Deze Arthur bezit de mysterieuze gave om graven op te sporen en rouwt om zijn verdwenen vriendin, de dochter van een oudere dame (Isabella Rossellini) die een vervallen paleis bewoont.
Over de auteur
Bor Beekman is filmredacteur van de Volkskrant.
‘Ik herinnerde me de tombaroli uit mijn jeugd’, zegt Rohrwacher. ‘In de nachten gingen ze eropuit. En ze waren heel trots op de artefacten die ze vonden in de graven: ze schepten erover op! Het was niet zozeer dat het illegaal was, of dat de politie voortdurend achter ze aan zat, wat zo’n indruk op me maakte als kind. Maar dat deze mensen, die ik overdag gewoon tegenkwam en in de bars zag zitten, al die graven konden openen zonder zich daarover bezwaard te voelen, dát schokte me zeer.’
Haar film gaat ook over ons idee van eigendom, mijmert Rohrwacher, als ze tegenover wat journalisten zit in het Franse Cannes. Hier beleefden al haar films hun festivaldoop en hier brak ze in 2014 door met La meraviglie (The Wonders), de semi-autobiografische vertelling over het Duits-Italiaanse imkersgezin van haar ouders.
‘Is iets van de wereld van de levenden, of van de wereld van de doden? De interesse van de tombaroli in wat ze in de graven aantreffen, beperkt zich tot wat het oplevert. Maar bezittingen die aan een overledene zijn meegegeven worden beschouwd als sacraal. Als we die stelen, geloven we dan vanaf dat moment níét meer dat ze dat zijn? Die grafrovers weerspiegelen ook het drama van de generatie die mijn generatie heeft voortgebracht. Van de mensen die besloten dat ze anders waren en zonder het verleden konden leven.’
De veelgeprezen filmmaker (ze kreeg onder meer een Oscarnominatie en ze won de Grand Prix van Cannes) staat erom bekend dat ze het typisch Italiaanse neorealisme mengt met een scheut magisch realisme. Het verleden en heden botsen én raken vervlochten in haar tragikomische films. Daarin wordt ook zichtbaar hoezeer de industrialisatie Italië heeft aangetast, en nog steeds aantast, zonder dat Rohrwacher het landelijke (en feodale) verleden idealiseert.
‘Mijn films gaan vaak over het verleden’, beaamt ze, glimlachend. ‘Misschien moet ik nu maar eens een film over de toekomst maken. Wat te doen met die toekomst? Niet dat ik daar een antwoord op heb. Ik kan slechts vragen opwerpen met mijn films. Maar ook dat kan belangrijk zijn.’
Fel: ‘Wat me stoort aan mijn land is dat het verleden er altijd wordt opgehemeld óf vernietigd. Je plaatst het op een voetstuk óf je trapt het in de grond. Terwijl ik geloof dat er ook andere manieren zijn om naar het verleden te kijken. Het verleden kan óók het pad zijn naar een andere manier van kijken.’
De Etruskische grafkunst in uw film oogt prachtig. Is die nagemaakt?
‘Ja, en dat was héél moeilijk. Het allermoeilijkst was het grote beeld van de godin dat de tombaroli vinden. Binnen de huidige beeldhouwkunst heb je grofweg twee disciplines: abstract en realistisch. Maar wij hadden een godin nodig uit de 5de eeuw voor Christus. Een tijd waarin men wist hoe het sacrale kon samenvallen met het realisme. Ik weet niet precies hoe ik dat moet uitleggen, maar ieder voorstel van de beeldhouwers was of te abstract, of te realistisch.
‘Ik wilde geen bestaand beeld kopiëren, dat leek me gewoon niet… juist. Dus ik vroeg de etruskoloog Giuseppe Maria della Fina om raad. Hij zei: we weten niks van het gereedschap dat ze hanteerden en treffen zéér uiteenlopende Etruskische vondsten aan, dus kies gewoon je eigen stijl.’
Het uiteindelijke beeld, een kloeke naakte godin omringd door dieren, werd vervaardigd door beeldhouwers uit Tarquinia, dat bezaaid is met Etruskische tombes.
Waar staat de godin nu?
‘Ha, zou je ’m soms willen hebben? Als La chimera goed valt, schenk ik het beeld aan de cinematheek van Bologna (een van ’s werelds grootste filmarchieven, red.). En als de film een ramp blijkt, stop ik ’m terug onder de grond.’
Op verschillende momenten in haar film breekt Rohrwacher met de filmwerkelijkheid. Dan richt een personage zich plots tot de camera (om te zeggen dat de Italianen het machismo danken aan de Romeinen, en níét aan de Etrusken), of neemt een bard even het verhaal over, als zingende verteller.
‘Dat gezang… ik denk dat ik daarmee iets van afstand probeer te creëren tussen mijzelf en het hoofdpersonage, Arthur. Normaal willen mensen juist dicht bij de personages komen, maar ik raak nerveus als ik dat doe. Dus ik dacht: hoe deden ze dat in de oude mythologie? De verhalen van Homerus bijvoorbeeld, die werden ook gezongen, waardoor het avontuur van de eenling een soort collectieve betekenis verkreeg.
‘Dus vroeg ik een zanger, voor de momenten waarop de identificatie in mijn film iets te cheesy werd. Troppo cheesy, troppo banale. Pff, ik kom nu even niet op een beter woord. Niet dat er iets verkeerd is aan identificatie hoor. Uiteraard bestaan er films waarin het juist iets heel moois is. Maar er zijn veel meer manieren om een verhaal te beleven. Dat kan van binnenuit, maar óók van buiten. Ergens pal tegenover staan, zónder naar binnen te kijken, kan óók iets opleveren. Snap je?’
In vrijwel alle films van Alice Rohrwacher, inclusief La chimera, speelt haar drie jaar oudere zus Alba Rohrwacher een rol. Alba (La solitudine dei numeri, Lazarro felice, The Lost Daughter) is een van de prominentste hedendaagse Italiaanse actrices.
Kunnen we uw zus de hoeksteen van uw cinema noemen?
‘Natuurlijk is ze dat! Alba is een deel van mijn leven, niet alleen omdat ze een heel goede actrice is, maar ook omdat ze mijn zus is. Een speciale zus, aan wie ik altijd als eerste mijn scenario’s laat lezen, en die me dan wijst op alle fouten erin, ha.
‘Maar ik noem ook Hélène Louvart, mijn Franse cameravrouw. Met haar heb ik het nooit over wat ‘mooi’ is, of over ‘mooie beelden’. Maar bijvoorbeeld wel over wat er verstopt zit in een beeld. En wat de cameraopstelling kan zeggen over ónze positie, vis-à-vis hetgeen we willen laten zien. Het is echt een filosofische relatie, die ik behalve met Hélène met niemand anders deel.’
Waren de tombaroli ook betrokken bij de film?
‘De echte tombaroli bedoel je?’ Rohrwacher lacht. ‘Nee… Of nou, eigenlijk ja. Ik heb vooraf wel wat gesprekken met een aantal gevoerd – ze houden zeer van praten, en zeggen ook graag van zichzelf dat zij de állerbeste tombaroli zijn.
‘Het zijn er niet zoveel meer, tegenwoordig. De wet is ook strenger geworden, wat betreft illegale archeologische vondsten. Al hebben de tombaroli die ik sprak een andere verklaring: zij zeggen dat de jongere generatie niet genoeg spieren meer heeft om zo diep te graven. Dat geeft je misschien een beetje idee van hoe ze zijn.
‘Twee van hen heb ik aangesteld als ‘consulent’ van mijn film. Uiteindelijk waren ze zo betrokken dat ik ze ook een rolletje heb gegeven. De twee bad guys in de film, dát zijn de echte grafrovers. Ze hebben straffen uitgezeten voor het roven, maar ze zijn er nog steeds trots op. Ik moest ze toch een rol geven in La chimera, vond ik, die echte tombaroli.’
Alice Rohrwacher, geboren in Fiesole, Toscane (1981). De Italiaanse cineast is de jongere zus van actrice Alba Rohrwacher. Ze schreef en regisseerde vier speelfilms: Corpo celeste (2011), Le meraviglie (2014, bekroond met de Grand Prix in Cannes), Lazzaro felice (2018, prijs voor beste scenario in Cannes) en La chimera (2023). Ook werd ze genomineerd voor een Oscar met haar korte film Le pupille.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant